<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2024:6052</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-20T10:14:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10857944 CV EXPL 23-5709</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:6052">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:6052</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-20T10:14:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2024:6052 Rechtbank Limburg , 28-08-2024 / 10857944 CV EXPL 23-5709</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2024:6052:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bijzondere overeenkomst; koop en ruil; koop anderszins</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2024:6052:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Burgerlijk recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10857944 CV EXPL 23-5709</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter van 28 augustus 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">AVISTA OIL B.V.</emphasis>
      </para>
      <para>te Elst, <?linebreak?>oorspronkelijke eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J.J. Lammers</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>
      </para>
      <para>te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>oorspronkelijk gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M.J.T.M. Verstegen van ARAG</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als ‘Avista’ en ‘ [gedaagde] ’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Voor het eerdere verloop van de procedure verwijst de kantonrechter naar het tussenvonnis van 1 mei 2024. Avista heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een akte te nemen. [gedaagde] heeft daarna bij antwoordakte gereageerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft vervolgens beslist dat vonnis zal worden gewezen.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>
      <?linebreak?>2.	Waar gaat deze zaak over?</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Avista zamelt afgewerkte olie in. Avista en [gedaagde] hebben een overeenkomst gesloten die inhoudt dat Avista olie ophaalt bij [gedaagde] . Op grond van de overeenkomst en de toepasselijke algemene voorwaarden moet de olie aan bepaalde vereisten voldoen. Avista vordert een schadevergoeding van € 16.919,37 met rente en kosten en stelt dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. De olie die zij bij [gedaagde] ophaalde was volgens Avista vervuild. [gedaagde] betwist dit en wijst erop dat de olie is vermengd met olie van anderen, zodat het maar de vraag is van wie de vervuilde olie zou komen. Bij tussenvonnis van 1 mei 2024 is Avista in de gelegenheid gesteld om verder te onderbouwen dat het de olie van [gedaagde] was die vervuild was. Zij heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter oordeelt dat Avista onvoldoende onderbouwd heeft dat het de olie van [gedaagde] was die vervuild was. De vorderingen van Avista worden afgewezen. Ook wordt Avista (deels) in de proceskosten veroordeeld.</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">3.	De verdere beoordeling </emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De vervuiling van de olie van [gedaagde] staat niet vast</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Avista heeft op 25 juli 2022 olie opgehaald bij [gedaagde] . Vast staat dat de olie in de tank van de tankwagen van Avista is gepompt waarin zich ook afgewerkte olie van andere klanten van Avista bevindt. Aan het eind van de dag is de olie uit de tankwagen in een voorraadtank gepompt en is het getest. Avista is in de gelegenheid gesteld om inzichtelijk te maken dat zij de monster die zij bij [gedaagde] op 25 juli 2022 heeft afgenomen heeft onderzocht of hoe zij op basis van gemengde olie kan herleiden dat de olie van [gedaagde] vervuild is (en niet die van een ander). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Avista heeft bij akte een verklaring ingebracht van [naam 1] , bij haar werkzaam. Onder verwijzing naar die verklaring voert Avista aan dat [naam 1] zelf het oliemonster van [gedaagde] heeft onderzocht, voordat het is getest in het laboratorium op 10 augustus 2022. Daarin staat onder andere:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Zodra de chauffeur ‘s middags terug op het depot komt word er een doorsnee monster genomen uit de wagen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op 25-07-22 kwam [naam 2] terug op de zaak en nadat er een monster was genomen is deze overgepompt naar Tank 4E, uitslag was 457.77 Eox.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De kantonrechter is het met [gedaagde] eens dat deze verklaring geen onderbouwing biedt van de stelling dat de olie van [gedaagde] vervuild was, omdat uit de verklaring volgt dat juist de vermengde olie is getest. Niet weersproken is namelijk dat de olie van [gedaagde] in een tankwagen is gepompt waar al olie in zat. Pas aan het eind van de dag is een monster genomen, blijkt uit de verklaring van [naam 1] . Ook heeft Avista niet uitgelegd hoe zij anders kan herleiden dat specifiek de olie van [gedaagde] de vervuilde olie was.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De vorderingen van Avista worden (alsnog) afgewezen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Kortom, Avista heeft haar stelling dat de olie van [gedaagde] was vervuild en dus dat [gedaagde] tekortgeschoten is onvoldoende onderbouwd. Omdat de tekortkoming niet vaststaat is de vordering tot betaling van schadevergoeding niet toewijsbaar. De gevorderde incassokosten en rente zijn dus ook niet toewijsbaar. Het verstekvonnis van 22 november 2023 zal dus worden vernietigd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Avista wordt (deels) in de proceskosten veroordeeld</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Omdat Avista in het ongelijk wordt gesteld, wordt zij in de proceskosten veroordeeld. Deze worden aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 812,- aan salaris gemachtigde (2 punten ter waarde van € 406) en € 135,- aan nakosten. De kosten van betekening van de verzetdagvaarding blijven voor rekening van [gedaagde] , omdat die kosten niet hoefden te worden gemaakt als zij in de hoofdzaak verschenen was. Het totaal komt dus neer op € 947,-. Hier kunnen de kosten van betekening bijkomen als het vonnis wordt betekend. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten worden toegewezen zoals hierna in de beslissing is vermeld. De wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW wordt toegewezen en niet de handelsrente, omdat de proceskosten niet een vordering uit een handelsovereenkomst betreft.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>vernietigt het tussen partijen op 22 november 2023 onder zaaknummer 107822211 CV EXPL 23-4773  gewezen verstekvonnis;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>en opnieuw rechtdoende,</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van Avista af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>veroordeelt Avista in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 947, en de betekeningskosten, indien het vonnis betekend wordt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>wijst het anders of meer gevorderde af.</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A. de Boer en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2024.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>