<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2024:6004</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-05T10:31:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-09-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03/161353-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:6004">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:6004</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-05T08:29:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2024:6004 Rechtbank Limburg , 04-09-2024 / 03/161353-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2024:6004:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank acht bewezen dat de verdachte medeplichtig is aan het telen van hennep door een huurcontract voor een loods op zijn naam te zetten. In verband met een forse overschrijding van de redelijke termijn, in combinatie met de geringe rol die de verdachte heeft gespeeld, en het gegeven dat hij zowel in zijn leven voor dit delict als in de zesenhalf jaar na dit delict geen strafbare feiten heeft gepleegd, acht de rechtbank het niet langer opportuun aan de verdachte een straf op te leggen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2024:6004:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 03/161353-23 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 4 september 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboortegegevens] 1967,</para>
      <para>wonende te [adres 1] ,</para>
      <para>hierna: de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 14 augustus 2024. De verdachte is verschenen. De officier van justitie en de verdachte hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 21 augustus 2024 is het onderzoek ter terechtzitting gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze zaak is gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met de strafzaken tegen medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] met de respectievelijke parketnummers 03/161349-23, 03/161350-23, 03/161354-23 en 03/161352-23.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, nadat ter terechtzitting van 14 augustus 2024 wijziging van de tenlastelegging is toegelaten, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 1: primair</emphasis> alleen of samen met anderen een grote hoeveelheid hennepplanten opzettelijk heeft geteeld en/of in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad; <emphasis role="italic">subsidiair </emphasis>medeplichtig hieraan is geweest door een pand te huren, een huurcontract op zijn naam te ondertekenen en dit pand ter beschikking te stellen voor hennepteelt;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 2: primair </emphasis>alleen of samen met anderen een hoeveelheid elektriciteit toebehorend aan [naam 2] heeft weggenomen door middel van verbreking; <emphasis role="italic">subsidiair</emphasis> medeplichtig hieraan is geweest door de onder 1 subsidiair genoemde handelingen;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 3: primair </emphasis>alleen of samen met anderen een hoeveelheid water toebehorend aan [naam 1] heeft weggenomen door middel van verbreking; <emphasis role="italic">subsidiair</emphasis> medeplichtig hieraan is geweest door de onder 1 subsidiair genoemde handelingen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
        <para>Met betrekking tot feit 1 heeft de officier van justitie gerekwireerd tot vrijspraak van het primair ten laste gelegde en bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde.</para>
        <para>De verdachte heeft bewust een loods gehuurd en tegen een vergoeding aan [medeverdachte 3] ter beschikking gesteld, terwijl hij wist dat dit was voor zaken die het daglicht niet konden verdragen. Daarmee heeft hij welbewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat het pand voor de hennepteelt zou worden gebruikt. </para>
        <para>Met betrekking tot de feiten 2 en 3 heeft de officier van justitie gerekwireerd tot vrijspraak van zowel het primair als subsidiair ten laste gelegde.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte heeft ter terechtzitting van 14 augustus 2024 verklaard dat hij begin 2017 uit het buitenland is teruggekeerd naar Nederland en dat hij toen zonder woning en zonder inkomsten zat. Een oude bekende van hem, medeverdachte [medeverdachte 3] , stelde hem voor dat hij geld kon verdienen door het ondertekenen van een huurovereenkomst. De verdachte wist dat het om zaken ging die het daglicht niet konden verdragen, maar hij heeft niet doorgevraagd en de huurovereenkomst voor een loods ondertekend. Hij heeft hier een aantal keren een envelop met geld voor gekregen, voor een bedrag van in totaal € 4.000,00. Hij is zelf nooit in de loods geweest. De huur die hij aan de verhuurder [medeverdachte 1] moest betalen, kreeg hij van [medeverdachte 3] contant in een envelop. Hij maakte die dan per bank aan [medeverdachte 1] over.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_5654c083-b032-4df3-b6d1-991f2925e06d" />
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vrijspraak feit 2 primair en subsidiair en feit 3 primair en subsidiair.</emphasis>
        </para>
        <para>Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat van enige strafbare betrokkenheid van de verdachte bij de diefstal van stroom en van water uit het dossier niet blijkt, zodat de verdachte van feit 2 en 3 integraal zal worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vrijspraak feit 1 primair</emphasis>
        </para>
        <para>Het dossier biedt geen aanknopingspunten dat de rol van de verdachte groter is geweest dan het tegen betaling aangaan van een huurovereenkomst en het ter beschikking stellen van het gehuurde voor de hennepteelt. Gelet hierop is de rechtbank met de officier van justitie van oordeel dat de verdachte van het onder 1 primair ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bewijs feit 1 subsidiair</emphasis>
        </para>
        <para>Aangezien de verdachte het onder 1 subsidiair tenlastegelegde feit ter terechtzitting duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en door hem geen vrijspraak is bepleit, volstaat de rechtbank, met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering, met een opsomming van de bewijsmiddelen:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feit 1:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 14 augustus 2024;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van verhoor getuige [medeverdachte 3] van 23 januari 2018, pagina’s 151 en 152;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de rapportage bevindingen positieve netmeting van [naam 2] van 23 januari 2018, pagina 154;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van bevindingen van 24 januari 2018, pagina’s 176 en 177;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij van 15 februari 2018, pagina’s 164 tot en met 169. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Partiële vrijspraak feit 1 subsidiair</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht bewezen dat de verdachte [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] opzettelijk behulpzaam is geweest bij het telen van hennep door hun hiervoor een op zijn naam gehuurde loods ter beschikking te stellen. Voor zover andere namen in de tenlastelegging zijn genoemd, zal de rechtbank de verdachte in zoverre vrijspreken. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht bewezen dat de verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feit 1 subsidiair</emphasis>
        </para>
        <para>
          [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] op 24 januari 2018 te Voerendaal opzettelijk hebben geteeld (in een pand aan de [adres 2] ) ongeveer 1723 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,<?linebreak?>tot het plegen van welk misdrijf verdachte te Voerendaal opzettelijk behulpzaam is geweest door dat pand te huren door een huurcontract op zijn naam te zetten en dat huurcontract te ondertekenen.<?linebreak?></para>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para>Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 1 subsidiair</emphasis>
      </para>
      <para>Medeplichtigheid aan medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para>De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De straf </title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte een taakstraf van 180 uren op te leggen. Bij tijdige berechting was een gevangenisstraf passend geweest, maar vanwege het grote tijdsverloop is een taakstraf meer gepast.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte heeft verklaard dat hij in staat is om een taakstraf uit te voeren. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte heeft uitsluitend voor het geld een handtekening gezet onder een huurcontact van een loods, wetende dat de loods die hij hiermee huurde zou worden gebruikt voor de hennepteelt of een ander strafbaar feit. Hennep schaadt de gezondheid van met name jonge gebruikers. De handel in hennep gaat gepaard met zwarte geldstromen die de legale economie ondermijnen. De verdachte heeft hiervoor destijds geen oog gehad en uitsluitend gehandeld uit een zucht naar eigen geldelijk gewin. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte heeft een blanco strafblad, en heeft in de afgelopen jaren als internationaal chauffeur gewerkt. Het lijkt daarmee een eenmalig incident. De rechtbank zal verder in het voordeel van de verdachte meewegen dat hij bij de politie meteen heeft bekend dat het zijn handtekening betrof op de huurovereenkomst, en dat hij ter terechtzitting verantwoordelijkheid voor zijn handelen heeft genomen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Redelijke termijn</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt voorop dat in artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) het recht van iedere verdachte is neergelegd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Als uitgangspunt heeft volgens de uitleg die de Hoge Raad aan de redelijke termijn heeft gegeven, te gelden dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van een zaak, de invloed van de verdachte en/of zijn raadsman op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In deze zaak is de redelijke termijn aangevangen op het moment van het verhoor van de verdachte op 22 oktober 2018. Met betrekking tot het procesverloop constateert de rechtbank geen bijzondere omstandigheden. Derhalve is de redelijke termijn op het moment van de uitspraak van dit vonnis met bijna vier jaren overschreden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op deze forse overschrijding van de redelijke termijn, in combinatie met de geringe rol die de verdachte heeft gespeeld, en het gegeven dat hij zowel in zijn leven voor dit delict als in de zesenhalf jaar na dit delict geen strafbare feiten heeft gepleegd, acht de rechtbank het niet langer opportuun aan de verdachte een straf op te leggen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart niet bewezen dat de verdachte de hem onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het onder 1 subsidiair tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>spreekt de verdachte vrij van wat onder 1 subsidiair meer of anders is ten laste gelegd;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart de verdachte schuldig zonder oplegging van straf of maatregel.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. K.G. Witteman, voorzitter, mr. H.E.G. Peters en mr. N.P.J. van de Pasch, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Eroktay, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 4 september 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Buiten staat</emphasis>
      </para>
      <para>Mrs. Peters en Van de Pasch zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
      <para>BIJLAGE I: De tenlastelegging</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is - nadat ter terechtzitting van 14 augustus 2024 wijziging van de tenlastelegging is toegelaten - ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1<?linebreak?>hij op of omstreeks 24 januari 2018 te Voerendaal<?linebreak?>tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3]<?linebreak?>[medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] , althans een of meer anderen, althans alleen,<?linebreak?>opzettelijk<?linebreak?>heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of<?linebreak?>vervoerd,<?linebreak?>in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,<?linebreak?>een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van de Opiumwet, te<?linebreak?>weten ongeveer 1723 hennepplanten,<?linebreak?>zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan<?linebreak?>wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet<?linebreak?>( art 11 lid 5 Opiumwet, art 3 ahf/ond B Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek<?linebreak?>van Strafrecht )</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou<?linebreak?>kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] ,<?linebreak?>althans een of meer anderen en/of onbekend gebleven personen op of omstreeks<?linebreak?>24 januari 2018 te Voerendaal met elkaar, althans één van hen, opzettelijk<?linebreak?>heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt,<?linebreak?>in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand aan<?linebreak?>de [adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 1723<?linebreak?>hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan,<?linebreak?>in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een<?linebreak?>materiaal bevattende hennep,<?linebreak?>zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,<?linebreak?>tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op of omstreeks<?linebreak?>24 januari 2018 te Voerendaal, in elk geval in<?linebreak?>Nederland,<?linebreak?>meermalen, althans eenmaal<?linebreak?>(telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft<?linebreak?>en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door dat pand te huren en door middel van een huurcontract op zijn naam te zetten en dat huurcontract te ondertekenen en/of dat pand vervolgens ter beschikking te stellen aan voornoemde personen ten behoeve van de teelt/het kweken van hennepplanten;<?linebreak?>( art 11 lid 5 Opiumwet, art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 48 ahf/sub 2<?linebreak?>Wetboek van Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2<?linebreak?>hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2017 tot en met 24 januari 2018 te<?linebreak?>Voerendaal<?linebreak?>tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3]<?linebreak?>[medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] , althans een of meer anderen, althans alleen,<?linebreak?>een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan<?linebreak?>[naam 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)<?linebreak?>toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk<?linebreak?>toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de<?linebreak?>plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen goed onder<?linebreak?>zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of<?linebreak?>verbreking;<?linebreak?>( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art<?linebreak?>311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht )</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou<?linebreak?>kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] ,<?linebreak?>althans een of meer anderen en/of onbekend gebleven personen, in of omstreeks de<?linebreak?>periode van 1 mei 2017 tot en met 24 januari 2018 te Voerendaal<?linebreak?>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,<?linebreak?>een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan<?linebreak?>[naam 2] , in elk geval aan een ander dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]<?linebreak?>[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] , althans een of meer anderen en/of<?linebreak?>onbekend gebleven personen en/of zijn/hun mededader(s) toebehoorde(n) heeft<?linebreak?>weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl<?linebreak?>die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] ,<?linebreak?>althans een of meer anderen en/of onbekend gebleven personen en/of zijn/hun<?linebreak?>mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft<?linebreak?>en/of dat/die weg te nemen goed onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben<?linebreak?>gebracht door middel van braak en/of verbreking,<?linebreak?>bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 1<?linebreak?>mei 2017 tot en met 24 januari 2018 te Voerendaal<?linebreak?>opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of<?linebreak?>inlichtingen heeft verschaft, door dat pand te huren en door middel van een huurcontract op zijn naam te zetten en dat huurcontract te ondertekenen en/of dat pand vervolgens ter beschikking te stellen aan voornoemde personen ten behoeve van de teelt/het kweken van hennepplanten;<?linebreak?>( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art<?linebreak?>311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht,<?linebreak?>art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3<?linebreak?>hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2017 tot en met 24 januari 2018 te<?linebreak?>Voerendaal<?linebreak?>tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3]<?linebreak?>[medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] , althans een of meer anderen, althans alleen,<?linebreak?>een hoeveelheid water, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan [naam 1] , in elk<?linebreak?>geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)<?linebreak?>heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,<?linebreak?>terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het<?linebreak?>misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn/haar/hun<?linebreak?>bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;<?linebreak?>( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art<?linebreak?>311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht )</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou<?linebreak?>kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] ,<?linebreak?>althans een of meer anderen en/of onbekend gebleven personen, in of omstreeks de<?linebreak?>periode van 1 mei 2017 tot en met 24 januari 2018 te Voerendaal<?linebreak?>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,<?linebreak?>een hoeveelheid water, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan [naam 1] , in elk<?linebreak?>geval aan een ander dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3]<?linebreak?>[medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] , althans een of meer anderen en/of onbekend gebleven<?linebreak?>personen en/of zijn/hun mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het<?linebreak?>oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl die [medeverdachte 1]<?linebreak?>en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] , althans een of meer<?linebreak?>anderen en/of onbekend gebleven personen en/of zijn/hun mededader(s) zich de<?linebreak?>toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te<?linebreak?>nemen goed onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van<?linebreak?>braak en/of verbreking,<?linebreak?>bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 1<?linebreak?>mei 2017 tot en met 24 januari 2018 te Voerendaal<?linebreak?>opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of<?linebreak?>inlichtingen heeft verschaft, door dat pand te huren en door middel van een huurcontract op zijn naam te zetten en dat huurcontract te ondertekenen en/of dat pand vervolgens ter beschikking te stellen aan voornoemde personen ten behoeve van de teelt/het kweken van hennepplanten;<?linebreak?>( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art<?linebreak?>311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht,<?linebreak?>art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_5654c083-b032-4df3-b6d1-991f2925e06d" label="1">
    <para> Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummers 2019062194, 2018005825, 2018012531, 2018158588 en 2018158642, gesloten op 23 april 2019, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 1160.</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>