<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2024:5534</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-22T11:54:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10914103 \ CV EXPL  24-623</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:5534">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:5534</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-22T11:53:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2024:5534 Rechtbank Limburg , 14-08-2024 / 10914103 \ CV EXPL  24-623</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2024:5534:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bijzondere overeenkomst; opdracht; verrichten diensten/werkzaamheden</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2024:5534:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">LIMBURG</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10914103 \ CV EXPL  24-623</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 14 augustus 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] H.O.D.N. [handelsnaam 1]</emphasis>, </para>
      <para>wonende en zaak doende te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] ,</para>
      <para>gemachtigde: ARAG SE,  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] H.O.D.N. [handelsnaam 2]</emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] en zaak doende te [vestigingsplaats] , </para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- het verwijzingsvonnis van de kantonrechter te Nijmegen van 5 januari 2024 met aangehecht het exploot van dagvaarding van 12 december 2023 met producties 1 tot en met 4</para>
        <para>- het exploot van oproeping van 22 januari 2024 <?linebreak?>- de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord <?linebreak?>- de conclusie van repliek, met producties 5 en 6.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Hoewel daartoe bij brief van de griffie van 3 april 2024 in de gelegenheid gesteld, heeft [gedaagde] geen conclusie van dupliek genomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Daarna is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser] vordert [gedaagde] bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad tegen behoorlijk bewijs van kwijting te veroordelen tot betaling van:</para>
        <para>1.	een bedrag van € 595,69, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 514,13 (hoofdsom) vanaf 12 december 2023 tot aan de datum der voldoening,</para>
        <para>2.	de kosten van deze procedure vermeerderd met de nakosten. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Ter onderbouwing van zijn vordering voert [eiser] (samengevat) het volgende aan. [eiser] heeft met [gedaagde] een overeenkomst gesloten tot het maken van Google street view, een logo en bijkomende werkzaamheden. </para>
        <para>
          [gedaagde] heeft de factuur van 10 juli 2023 van € 514,13 ondanks aanmaningen en sommatie, niet voldaan en [gedaagde] is volgens [eiser] toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de verbintenis en is met de betaling van het verschuldigde in verzuim.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Daarnaast is [gedaagde] de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW aan [eiser] verschuldigd. [eiser] berekent de rente tot en met 7 december 2023 op </para>
        <para>€ 4,44. Voorts stelt [eiser] dat [gedaagde] aan [eiser] een vergoeding van € 77,12 voor buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer. Hiertoe heeft hij gesteld dat hij in het verleden is benaderd door [eiser] in verband met het maken van publiciteit voor zijn snackbar in [vestigingsplaats] . [gedaagde] heeft hiermee ingestemd. Afgesproken was dat [eiser] na het maken van de foto’s weer zou langskomen om over de financiële kant van de zaak te praten. Op het moment dat [eiser] langs kwam was [gedaagde] niet aanwezig maar op zijn werk in Brunssum. Een vriend van [gedaagde] , door [gedaagde] aangeduid met [naam 1] , was wel aanwezig en heeft [gedaagde] gebeld om te overleggen. [naam 1] heeft vervolgens een formulier ingevuld en ondertekend. [gedaagde] stelt dat [naam 1] hiertoe niet bevoegd was. Toen [gedaagde] te horen kreeg wat het ging kosten, vond hij dat teveel. [eiser] ging toch door met de werkzaamheden. [eiser] heeft gezegd dat annulering niet telefonisch kon maar alleen per e-mail. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft bij conclusie van repliek zijn standpunt uitgewerkt en aangevoerd dat er op 4 juli 2023 een afspraak met [gedaagde] is gemaakt, omdat [gedaagde] had aangegeven op 5 juli 2023 niet aanwezig te kunnen zijn. [gedaagde] was op 4 juli 2023 niet aanwezig. [naam 2] , door [gedaagde] [naam 1] genoemd, die zich als manager voorstelde, was wel aanwezig en heeft de overeenkomst in die hoedanigheid ondertekend. [eiser] heeft op 4 juli 2023 telefonisch contact gehad met [gedaagde] , waarbij [gedaagde] heeft aangegeven dat [naam 2] bevoegd was om te tekenen. Tijdens het telefoongesprek heeft [gedaagde] nog twee extra opdrachten gegeven die zijn opgenomen in de overeenkomst. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft – zo stelt hij verder bij repliek – de opdracht per e-mail van 4 juli 2023 om 23.49 uur aangeleverd aan [gedaagde] . Conform de overeenkomst biedt [eiser] een bedenktijd van vijf dagen op basis van de kwaliteit van de verrichte dienst (artikel 9 Algemene Voorwaarden Google Business View). Annulering diende, onder vermelding van de reden daarvan, binnen vijf dagen per e-mail aan [eiser] te gebeuren. [gedaagde] heeft per e-mail van 10 juli 2023 om 19.07 uur geannuleerd. Dit was buiten de bedenktijd waardoor [eiser] de annulering niet heeft geaccepteerd. [eiser] stelt zich op het standpunt dat de stellingen van [gedaagde] als ongegrond en onbewezen gepasseerd dienen te worden en handhaaft zijn vordering.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft geen conclusie van dupliek genomen en daarmee zijn verweer niet nader onderbouwd. Dit had wel op zijn weg gelegen, gelet op de repliek van [eiser] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft gelet hierop zijn vordering betreffende de hoofdsom van € 514,13 voldoende onderbouwd. Het verweer van [gedaagde] is door [eiser] voldoende besproken en weersproken bij repliek. De door [eiser] gegeven bedenktijd heeft [gedaagde] laten verstrijken, hetgeen [gedaagde] niet meer weersproken heeft, zodat de vordering betreffende de onbetaald gelaten factuur zal worden toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft geen verweer gevoerd tegen de gevorderde wettelijke handelsrente, zodat die eveneens wordt toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De door [eiser] gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen, omdat [gedaagde] de verschuldigdheid daarvan op grond van de tussen hen gesloten overeenkomst niet heeft betwist en het gevorderde bedrag van € 77,12  overeenkomt met het in het Besluit bepaalde tarief. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>
        [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten (inclusief nakosten). De proceskosten van [eiser] worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- dagvaarding</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>107,84</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>218,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>270,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2,00 punten × € 135,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>67,50</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>663,34</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 595,69, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over € 514,13, vanaf 12 december 2023, tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten aan de zijde van [eiser] gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op € 663,34, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.	</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op </para>
        <para>14 augustus 2024.</para>
        <para>MW</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>