<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2024:519</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-19T12:45:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-01-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/326930 / HA RK 24-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:519">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:519</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-19T12:44:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2024:519 Rechtbank Limburg , 31-01-2024 / C/03/326930 / HA RK 24-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2024:519:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wraking – het is niet aan de rechter of een psychiater wel of niet fysiek aanwezig ter zitting zal zijn – geen grond voor wraking – kennelijk ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2024:519:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beslissing</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/03/326930 / HA RK 24-25</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>advocaat mr. E.J.A. Roeleven te Heerlen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>dat strekt tot wraking van mr. R.H.A.M. Beaumont, rechter in de rechtbank Limburg, hierna de rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para>Op 26 januari 2024 heeft betrokkene tijdens de behandeling van het verzoek in de zaak met zaaknummer 03/ 325469 / BZ RK 23/2407 waar over een verplichte zorgmachtiging zou worden gesproken de rechter gewraakt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter heeft de wrakingskamer bericht dat hij niet berust in de wraking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De datum van de uitspraak wordt bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para>Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarbij staat voorop dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een procespartij vooringenomen is, althans dat de bij die partij daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Het (subjectieve) standpunt van een verzoeker daarover is belangrijk, maar niet doorslaggevend; de vrees voor partijdigheid van de rechter moet objectief gerechtvaardigd zijn.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer heeft kennisgenomen van het wrakingsverzoek. De rechter is gewraakt omdat, zo stelt verzoeker, hem was toegezegd dat de psychiater [naam psychiater] fysiek aanwezig zou zijn tijdens de zitting. Nu dit niet het geval is wraakt verzoeker de rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer stelt vast dat het niet aan de rechter is of een psychiater wel of niet ter zitting fysiek aanwezig zal zijn. Nu dit gegeven geen grond voor wraking is en er overigens geen gronden voor wraking zijn aangevoerd wordt het verzoek zonder verdere mondelinge behandeling, kennelijk ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer ziet daarnaast in het feit dat verzoeker in de onderliggende procedure voor de tweede keer in een maand tijd een wrakingsverzoek heeft ingediend zonder dat daarvoor een geldige reden wordt aangevoerd, aanleiding de misbruikbepaling van artikel 39, lid 4 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing te verklaren. Dit betekent dat een volgend verzoek tot wraking in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De wrakingskamer:</para>
    <para />
    <para>- verklaart het verzoek ongegrond;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat volgende verzoeken om wraking in deze zaak (zaaknummer 325469 / BZ RK 23/2407) niet in behandeling zullen worden genomen.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door, mr. J. Schreurs-van de Langemheen, mr. H.H. Dethmers          en mr. A.K Kleine bijgestaan door mr. M.J.W.D. Janssen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 31 januari 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>