<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2024:5142</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-12T15:38:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10961416 \ CV EXPL  24-1114</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:5142">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:5142</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-12T15:37:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2024:5142 Rechtbank Limburg , 31-07-2024 / 10961416 \ CV EXPL  24-1114</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2024:5142:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bijzondere overeenkomst; koop en ruil; koop anderszins.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2024:5142:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps"> RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">LIMBURG</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10961416 \ CV EXPL  24-1114</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 31 juli 2024 – bij vervroeging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>, </para>
      <para>gevestigd in [vestigingsplaats 1] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M.R. Vink,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] H.O.D.N. [bedrijfsnaam]</emphasis>, </para>
      <para>wonend in [vestigingsplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>in persoon procederend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- het exploot van dagvaarding van 13 februari 2024;</para>
        <para>- de conclusie van antwoord;</para>
        <para>- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald;</para>
        <para>- de mondelinge behandeling van 11 juli 2024, waarvan de griffier zittingsaantekeningen heeft gemaakt. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] huurde van [B.V.] een bedrijfsruimte voor de exploitatie van zijn cafetaria aan het [adres] in [plaats] .  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In de huurovereenkomst tussen [B.V.] en [gedaagde] is overeengekomen dat [gedaagde] 80% van de verbruiksgoederen voor zijn cafetaria bij [B.V.] zou afnemen. [eiseres] , die een aan [B.V.] gelieerde vennootschap is, is een horecagroothandel en heeft die goederen vervolgens aan [gedaagde] geleverd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft voor de leveranties in de periode juli 2022 tot en met mei 2023 diverse facturen aan [gedaagde] gestuurd. [gedaagde] is niet tot (volledige) betaling van deze facturen overgegaan. In totaal gaat het om één factuur die [gedaagde] slechts deels heeft betaald en acht facturen die volledig onbetaald zijn gebleven. Rekening houdend met twee creditnota’s die op 13 april 2023 en 10 mei 2023 aan [gedaagde] zijn gestuurd, resteerde nog een totaal openstaand bedrag van € 7.302,55 inclusief btw.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De gemachtigde van [eiseres] heeft [gedaagde] meermaals verzocht en gesommeerd om tot betaling van het openstaande bedrag over te gaan. [gedaagde] heeft daarop enkel medegedeeld dat hij was toegelaten tot een schuldhulpverleningstraject van de gemeente Heerlen. Hij is niet tot betaling overgegaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] vordert, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 7.302,55, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over de afzonderlijk onbetaald gebleven factuurbedragen vanaf de vervaldata van de verschillende facturen tot aan de dag van algehele voldoening, met tevens de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de vijftiende dag na datum van dit vonnis.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] in gebreke is gebleven met betaling van de openstaande facturen. [gedaagde] heeft de vordering meermaals erkend. Nu de betaling van de facturen ook na diverse sommaties is uitgebleven, is [gedaagde] ook de wettelijke handelsrente en de incassokosten verschuldigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Gelet op de erkenning van [gedaagde] is niet tussen partijen in geschil dat [gedaagde] € 7.032,55 aan [eiseres] is verschuldigd. [gedaagde] heeft [eiseres] medegedeeld dat hij is toegelaten tot een minnelijk schuldhulpverleningstraject van de gemeente Heerlen. De kantonrechter begrijpt dat [gedaagde] hiermee bedoelt te zeggen dat hij de vordering niet kan betalen. Voor betalingsonmacht geldt echter dat dit tot de risicosfeer van [gedaagde] behoort en niet in de weg staat aan toewijzing van de vordering. Het opstarten van een schuldhulpverleningstraject ontslaat [gedaagde] evenmin van zijn betalingsverplichting jegens [eiseres] zodat de kantonrechter de vordering tot betaling van de hoofdsom van € 7.302,55 zal toewijzen. De daarover gevorderde – onweersproken – wettelijke rente zal eveneens worden toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Volledigheidshalve merkt de kantonrechter op dat in deze procedure geen rekening kan worden gehouden met de bedragen die [gedaagde] heeft vermeld in zijn schriftelijke toelichting die de kantonrechter heeft voorgelezen tijdens de mondelinge behandeling, nu deze allemaal betrekking hebben op de huur en de inrichting van het van [B.V.] gehuurde bedrijfspand en dus niet op de rechtsverhouding met [eiseres] , eisende partij in deze procedure. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [eiseres] maakt tevens aanspraak op de vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op of na 1 juli 2012 is ingetreden. De kantonrechter stelt tevens vast dat aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. Het gevorderde bedrag van € 740,13 aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen, evenals de wettelijke rente daarover.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiseres] worden veroordeeld. Deze kosten worden tot aan dit vonnis begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>112,99</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>524,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>678,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2,00 punten × € 339,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.314,99</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] € 7.302,55 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over de afzonderlijk onbetaald gebleven factuurbedragen vanaf de respectievelijke vervaldata van de onderliggende facturen telkens tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] € 740,13 aan buitengerechtelijke incassokosten te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] € 1.314,99 aan proceskosten te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.M. Kuster en in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>LC</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>