<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2024:5141</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-12T15:22:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10928789 \ CV EXPL  24-808</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:5141">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:5141</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-12T15:21:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2024:5141 Rechtbank Limburg , 31-07-2024 / 10928789 \ CV EXPL  24-808</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2024:5141:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bijzondere overeenkomst; overeenkomst geneeskundige behandeling; overige overeenkomst geneeskundige behandeling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2024:5141:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">LIMBURG</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10928789 \ CV EXPL  24-808</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 31 juli 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">INFOMEDICS B.V., m.h.o.d.n. INFOMEDICS FACTORING, UWNOTA.NL, DFA SERVICES EN INFOMEDICS DFA</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Almere,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Infomedics,</para>
      <para>gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonend te [woonplaats] , gemeente [gemeente] , </para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>	- de dagvaarding van 25 januari 2024, met producties 1 en 2</para>
        <para>- de conclusie van antwoord <?linebreak?>- de conclusie van repliek, met productie 3</para>
        <para>- de vervallen verklaring van het recht van [gedaagde] om te concluderen voor dupliek. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Daarna is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Infomedics vordert [gedaagde] bij vonnis voor het geheel uitvoerbaar bij voorraad te veroordelen tot betaling van: </para>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>een bedrag van € 668,04, bestaande uit € 1.238,37 aan hoofdsom (onbetaald gelaten nota), € 24,90 aan vervallen wettelijke rente, € 83,89 aan vergoeding buitengerechtelijke kosten, minus het door [gedaagde] betaalde bedrag van € 679,12, vermeerderd met de wettelijke rente over € 559,25 vanaf 9 januari 2024 tot de dag van volledige betaling, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de kosten van de procedure. </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Ter onderbouwing van haar vordering voert Infomedics het volgende aan. [naam zorgverlener] heeft in opdracht en voor rekening van [gedaagde] op 11, 20 en 21 juli 2023 meerdere tandheelkundige en/of medische behandelingen verricht. Met betrekking tot deze behandelingen is bij factuur van 27 juli 2023 een bedrag van € 932,09 in rekening gebracht. De uit voormelde behandelingen voortvloeiende vordering heeft de [naam zorgverlener] vervolgens gecedeerd aan Infomedics. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is een consument, althans wordt vermoed een consument te zijn. Op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, dient de rechter de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht ook toe te passen als daar niet om gevraagd is (‘ambtshalve toepassing’).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat in deze zaak geen beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht zijn geschonden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Infomedics baseert haar vordering op nakoming van de tussen de tandarts en [gedaagde] gesloten behandelingsovereenkomst.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Vast staat dat [gedaagde] een behandeling bij de tandarts heeft ondergaan op 11, 20 en 21 juli 2023. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Uit de nota van 27 juli 2023 blijkt dat het totaalbedrag € 1.238,37 bedraagt, waarvan de zorgverzekeraar € 306,28 heeft betaald. Het door [gedaagde] nog te betalen bedrag bedraagt daarom € 932,09. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Vast staat ook dat [gedaagde] , voordat Infomedics de 14-dagenbrief verstuurde, een bedrag van € 679,12 heeft betaald. Immers, in de 14-dagenbrief staat dat [gedaagde] van het factuurbedrag van € 1.238,37 nog € 559,25 moet betalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>Uit wat in 3.5 en 3.6 is vermeld, volgt dat op dat moment nog een bedrag van € 252,97 door [gedaagde] voldaan diende te worden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>Of [gedaagde] nog betalingen heeft verricht in het kader van de betalingsregeling met de deurwaarder is niet duidelijk. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>Uit de dagvaarding blijkt dat Infomedics haar vordering baseert op een hoofdsom van € 1.238,37 en de daarop gebaseerde wettelijke rente. Vervolgens gaat Infomedics uit van een resterend -door [gedaagde] te betalen- bedrag van € 668,04. Het is voor de kantonrechter onduidelijk waarom Infomedics daarbij geen rekening houdt met de reeds door de zorgverzekering en de door [gedaagde] (tijdig) betaalde bedragen, zoals onder 3.5 en 3.6 genoemd. Het door Infomedics gevorderde bedrag ligt hierdoor hoger dan het door [gedaagde] nog te betalen bedrag. Infomedics heeft nagelaten haar vordering dienaangaande voldoende te onderbouwen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>Gegeven de betalingen van de zorgverzekeraar en [gedaagde] heeft Infomedics onvoldoende inzicht gegeven in de opbouw van de volgens haar resterende vordering, die afwijkt van het daadwerkelijk openstaande bedrag. Daarom zal de kantonrechter de vordering afwijzen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11.</nr>
      <para>Infomedics is de partij die ongelijk krijgt en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kantonrechter begroot die kosten aan de zijde van [gedaagde] op nihil.   </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt Infomedics in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot dit vonnis vastgesteld op nihil.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.M. Kuster en in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2024.</para>
        <para>MW</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>