<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2024:4942</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-01T08:36:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11141654 CV EXPL 24-2855</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:4942">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:4942</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-01T08:36:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2024:4942 Rechtbank Limburg , 24-07-2024 / 11141654 CV EXPL 24-2855</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2024:4942:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bijzondere overeenkomst huurrecht bedrijfsruimte ontbinding/ontruiming.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2024:4942:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="804bf9c0-14ec-460d-b1cd-84c214234d49" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="865de00a-8e07-4df8-a634-a52dc442efbf" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Burgerlijk recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: 11141654 CV EXPL 24-2855</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in het incident van de kantonrechter van 10 juli 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident]
        </emphasis>,</para>
      <para>statutair gevestigd en kantoorhoudend te [vestigingsplaats 1] ,</para>
      <para>eisende partij in de hoofdzaak,</para>
      <para>eisende partij in het incident,</para>
      <para>gemachtigde mr. T. Kroes,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident]
        </emphasis>,</para>
      <para>statutair gevestigd en kantoorhoudend te [vestigingsplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partij in de hoofdzaak,</para>
      <para>verwerende partij in het incident,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident] en [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- de dagvaarding tevens houdende de incidentele vordering tot voeging en verwijzing met <?linebreak?>  producties 1 t/m 11,<?linebreak?>-	op de rolzitting van 12 juni 2024 is tegen het niet verschenen [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] verstek verleend.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de hoofdzaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident] verhuurt sinds 1 juli 2023 aan [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] de (onderdelen van de) bedrijfsruimte aan de [adres 1] te [plaats 1] . [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident] stelt dat sprake is van herhaaldelijke wanprestatie door [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] ter zake van de nakoming van de betaalverplichtingen uit de huurovereenkomst. [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident] vordert in de hoofdzaak dat de kantonrechter bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: <?linebreak?>1. de huurovereenkomst tussen [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident] als verhuurder en [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] als huurder betreffende de hierboven omschreven praktijkruimte, gelegen aan het adres [adres 2] , [plaats 2] , zal ontbinden per de datum van het te wijzen vonnis, dan wel per een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen datum, met veroordeling van [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] om</para>
        <para>het gehuurde met al degenen die en al hetgeen dat zich daarin of daarop bevinden respectievelijk bevindt, binnen twee dagen na de betekening van dit vonnis, althans binnen een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen termijn, volledig en behoorlijk te verlaten, te ontruimen en ontruimd te houden, en het gehuurde in lege en behoorlijke staat ter vrije beschikking van verhuurder te stellen, dit met afgifte van de sleutels, zulks met machtiging aan verhuurder om bij gebreke van volledige voldoening hieraan deze verlating en ontruiming en dit vervolgens verlaten en ontruimd houden zelf te bewerken met behulp van de sterke arm van politie en justitie en op kosten van [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] ;</para>
      </parablock>
      <para>2. [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] zal veroordelen aan [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident] te betalen, tegen behoorlijk bewijs van kwijting:</para>
      <para>- een bedrag van € 53.207,28, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen</para>
      <parablock>
        <para>bedrag, vermeerderd met de buitengerechtelijke kosten van € 1.307,07 ter zake van de</para>
        <para>onbetaald gebleven huurpenningen, dan wel een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag aan buitengerechtelijke kosten;</para>
      </parablock>
      <para>- een bedrag van € 13.500,-, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente terzake van de verschuldigde contractuele boete;</para>
      <para>- ter zake van schadevergoeding een bedrag van € 5.911,97 per maand waarbij een gedeelte van een maand voor een volle maand wordt geteld, niet tegenstaande enige toekomstige</para>
      <parablock>
        <para>indexering van de huurprijs te rekenen vanaf het tijdstip waarop de huurovereenkomst</para>
        <para>wordt ontbonden en tot aan het tijdstip dat eiseres het gehuurde aan een ander heeft</para>
        <para>verhuurd, echter ten hoogste tot de expiratiedatum van de schriftelijke huurovereenkomst,</para>
        <para>dan wel in het geval het gehuurde eerst na de expiratiedatum wordt ontruimd tot de</para>
        <para>ontruimingsdatum;</para>
      </parablock>
      <para>3. [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] zal veroordelen in de kosten van dit geding, te voldoen binnen veertien dagen na</para>
      <parablock>
        <para>dagtekening van het vonnis en – voor het geval dat voldoening van deze kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de</para>
        <para>veertiende dag na dagtekening van het vonnis alsmede te vermeerderen met de na het vonnis te maken kosten van tenuitvoerlegging daarvan, waaronder de eventueel te maken ontruimingskosten op vertoon van de daartoe nodige, in dit vonnis te vermelden, bescheiden op de voet van artikel 3:299 lid 3 BW;</para>
      </parablock>
      <para>4. [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] zal veroordelen in de kosten van dit geding, alsmede [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] zal veroordelen in de nakosten.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in het incident</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident] vordert dat de hoofdzaak wordt verwezen naar de  kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de Rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, om te worden gevoegd met de zaak met het zaaknummer / rolnummer C/03/329140 rolnummer 24/152.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] heeft geen verweer gevoerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Artikel 220 lid 1 Rv bepaalt dat in zaken die al eerder bij een andere gewone rechter van gelijke rang aanhangig zijn gemaakt tussen dezelfde partijen over hetzelfde onderwerp, of in geval een zaak verknocht is aan een zaak die al bij een andere gewone rechter van gelijke rang aanhangig is, de verwijzing naar die andere rechter kan worden gevorderd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>In zaak C/03/329140 rolnummer: 24/152 tussen eisende partij [naam] (enig aandeelhouder en bestuurder van [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident] ) en gedaagde partij [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] en [plaats 4] stelt [naam] (huisarts te [plaats 3] ) dat [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] de tussen hen bestaande overeenkomst van opdracht en de overnameovereenkomst niet nakomt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Onderhavige zaak is gebaseerd op een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst. Het vorenstaande betekent, rekening houdend met het bepaalde in artikel 93 aanhef en onder c Rv dat de kantonrechter bevoegd is van de zaak kennis te nemen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Hoewel op grond van art. 220 Rv verwezen kan worden van de kantonrechter naar een kamer van de rechtbank die advocaatzaken behandelt, gelden er bijzondere regels voor het geval de kantonzaak een aardvordering betreft. In dat geval is het uitgangspunt dat verwijzing wegens litispendentie of connexiteit er niet toe mag leiden dat een aardvordering terecht komt bij een niet-kantonrechter. De incidentele vordering zal derhalve worden afgewezen. Partijen kunnen er desgewenst voor kiezen verwijzing te vragen van de advocaatzaak, ook al is dit de oudere zaak, naar de kantonrechter. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>
        [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. Welke kosten de kantonrechter tot op heden begroot op nihil.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>wijst de incidentele vordering af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident] in de kosten van het incident, aan de zijde van [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] tot op heden begroot op nihil,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">24 juli 2024</emphasis> voor vonnis.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.M. Kuster en in het openbaar uitgesproken.<footnote-ref linkend="_feafd7ed-3a2c-4852-ad75-38d56db80cd3" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_feafd7ed-3a2c-4852-ad75-38d56db80cd3" label="1">
    <para>type: AH</para>
    <para>coll:</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>