<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2024:4918</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-31T17:12:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10965043 \ CV EXPL  24-1144</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:4918">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:4918</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-31T17:11:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2024:4918 Rechtbank Limburg , 24-07-2024 / 10965043 \ CV EXPL  24-1144</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2024:4918:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bijzondere overeenkomst opdracht verrichten diensten/werkzaamheden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2024:4918:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">LIMBURG</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10965043 \ CV EXPL  24-1144</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 24 juli 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiseres] ,</para>
      <para>gemachtigde: [gemachtigde] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>vertegenwoordigd door [naam] , CFO van [gedaagde] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- de dagvaarding <?linebreak?>- de conclusie van antwoord <?linebreak?>- de conclusie van repliek, tevens akte houdende vermeerdering van eis.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft voor [gedaagde] bemiddeld bij de totstandkoming van een distributieovereenkomst tussen [gedaagde] en een derde partij. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiseres] heeft aan [gedaagde] op 26 mei 2023 via e-mail bericht:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Zoals vorige week telefonisch besproken zal [eiseres] in totaal EUR 15,000 ex BTW in rekening brengen als compensatie voor haar bijdrage in de totstandkoming van het contract tussen [derde-partij] (…) en [gedaagde] (…) Deze compensatie zal in 6 gelijke termijnen in rekening worden gebracht van 1 juni tot 1 december 2023.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] heeft hierop op 25 mei 2023 via e-mail geantwoord:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dit is akkoord en conform onze afspraak. (…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft [gedaagde] voor deze bemiddeling facturen gestuurd, maar die heeft [gedaagde] op één na niet betaald.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] vordert na vermeerdering van eis - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 16.285,94, vermeerderd met rente en kosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Ter onderbouwing van haar vordering voert [eiseres] (samengevat) het volgende aan. [eiseres] heeft bemiddeld bij de totstandkoming van een distributieovereenkomst tussen [gedaagde] en een derde partij. Voor deze bemiddeling is een vergoeding overeengekomen van € 18.500,00 inclusief btw (de kantonrechter begrijpt: € 18.150,00). De betaling van dit bedrag zou in zeven gelijke termijnen  geschieden van elk € 2.592,86. Bij dagvaarding heeft [eiseres] aanvankelijk 3 openstaande facturen van totaal € 7.715,58 gevorderd. Na eisvermeerdering in de conclusie van repliek vordert [gedaagde] in totaal 6 openstaande facturen van elk € 2.592,86, in totaal € 15.557,16. Hierop strekt in mindering een bedrag van € 1.326,58 inclusief btw dat [eiseres] nog aan [gedaagde] verschuldigd is. Daardoor resteert een hoofdsom van € 14.230,58.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Daarnaast stelt [eiseres] dat [gedaagde] aan haar de wettelijke handelsrente verschuldigd is. [eiseres] berekent de wettelijke handelsrente tot en met 8 mei 2024 op € 1.138,05. Voorts stelt [eiseres] dat [gedaagde] aan haar een vergoeding van € 917,31 voor buitengerechtelijke incassokosten is verschuldigd.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] erkent dat zij 1 klant via [eiseres] heeft gekregen, maar geeft aan dat de omzet vanuit deze klant erg laag is. Daarnaast is [gedaagde] van mening dat de door [eiseres] in rekening gebrachte kosten voor de bemiddeling te hoog zijn. [gedaagde] acht een bedrag van € 5.000,00 exclusief btw (zijnde € 6.050,00 inclusief btw) reëel. Rekening houdend met het reeds betaalde bedrag van € 2.592,00, is [gedaagde] bereid tot betaling van een bedrag van € 3.458,00 inclusief btw.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Op de eisvermeerdering van [eiseres] bij conclusie van repliek heeft [gedaagde] geen verweer meer gevoerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Uit de vaststaande feiten volgt dat partijen zijn overeengekomen dat [gedaagde] aan [eiseres] € 15.000,00 ex btw verschuldigd is voor haar diensten. Van eventuele voorbehouden ten aanzien van de omzet uit deze overeenkomst is geen sprake. Daarmee staat vast dat [gedaagde] aan [eiseres] voor haar bemiddeling een vast bedrag van € 15.000,00 exclusief btw, zijnde € 18.150,00 inclusief btw, verschuldigd is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Tussen partijen staat vast dat [gedaagde] eenmaal € 2.592,86 inclusief btw aan [eiseres] heeft betaald. Eveneens staat vast dat [eiseres] € 1.326,58 inclusief btw aan [gedaagde] is verschuldigd. [eiseres] heeft dit bedrag op haar vordering in mindering gebracht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Daarmee komt de nog openstaande hoofdsom van [eiseres] uit op € 14.230,58. De vordering van € 14.230,58 is aldus toewijsbaar. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft geen zelfstandig verweer gevoerd tegen de tot en met 8 mei 2024 berekende wettelijke handelsrente van € 1.138,05, zodat deze zal worden toegewezen. De daarnaast gevorderde wettelijke handelsrente met ingang van 8 mei 2024 over de openstaande hoofdsom zal worden toegewezen met ingang van 9 mei 2024. Er is geen grond om over 8 mei 2024 twee keer wettelijke handelsrente toe te wijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>
        [eiseres] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Voor de hoogte hiervan hanteert [eiseres] de staffel zoals opgenomen in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen tot een bedrag van € 760,78, passend bij de in de dagvaarding gevorderde hoofdsom van € 7.715,58. Bij eisvermeerdering in repliek zijn de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten weliswaar verhoogd naar € 917,31, namelijk ook ten aanzien van de 3 latere openstaande facturen. [eiseres] heeft echter niet gesteld dat voor het innen van deze facturen ook daadwerkelijk buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- hoofdsom </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>14.230,58 </para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- wettelijke handelsrente</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.138,05</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- buitengerechtelijke incassokosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>760,78</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>+</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>16.129,41</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>116,22</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.409,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>678,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2,00 punten × € 339,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>135,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>2.338,22</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 16.129,41, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over de openstaande hoofdsom van € 14.230,58, met ingang van 9 mei 2024, tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.338,22, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.M. Kuster en in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>VC</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>