<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2024:4657</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-24T10:00:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10906158 \ CV EXPL  24-518</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:4657">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:4657</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-19T11:57:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2024:4657 Rechtbank Limburg , 17-07-2024 / 10906158 \ CV EXPL  24-518</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2024:4657:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bijzondere overeenkomst; huurrecht; woonruimte ontbinding/ontruiming</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2024:4657:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10906158 \ CV EXPL  24-518</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 17 juli 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STICHTING WOONPUNT</emphasis>, </para>
      <para>te Maastricht,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Woonpunt,</para>
      <para>gemachtigde: Flanderijn gerechtsdeurwaarders,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, handelend onder de naam <emphasis role="bold">[handelsnaam]</emphasis>, in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van <emphasis role="bold">[naam onderbewindgestelde]</emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] en [naam onderbewindgestelde] ,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding <?linebreak?>- de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord <?linebreak?>- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald</para>
      <para>- de door Woonpunt ten behoeve van de mondelinge behandeling in het geding gebrachte aanvullende bescheiden</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 21 mei 2024, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [naam onderbewindgestelde] huurt van Woonpunt de woonruimte, staande en gelegen aan de [adres] te [woonplaats] (verder: de woning), tegen een bij vooruitbetaling verschuldigde huurprijs van thans € 722,17 per maand. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [naam onderbewindgestelde] heeft een huurachterstand laten ontstaan. Deze bedroeg tot en met november 2023 € 6.337,45 en was ten tijde van de mondelinge behandeling opgelopen tot € 7.582,19. [naam onderbewindgestelde] is een overeengekomen betalingsregeling niet correct nagekomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft [gedaagde] met ingang van 1 februari 2024 benoemd tot bewindvoerder. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Tegen de achtergrond van deze vaststaande feiten vordert Woonpunt veroordeling van [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van een bedrag van </para>
        <para>€ 6.137,85 aan huurachterstand tot en met november 2023, vermeerderd met de wettelijke rente en € 619,68 aan vergoeding buitengerechtelijke kosten inclusief btw. Daarnaast vordert Woonpunt ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde, alsmede betaling van de huur c.q. gebruiksvergoeding vanaf 1 december 2023 tot de uiteindelijke ontruiming en veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Nu [naam onderbewindgestelde] de betalingsregeling niet tijdig en correct is nagekomen en deze daardoor is komen te vervallen, staat het Woonpunt vrij (de bewindvoerder van) [naam onderbewindgestelde] in rechte te betrekken om een executoriale titel voor haar vordering te verkrijgen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Uit het door Woonpunt voorafgaand aan de mondelinge behandeling in het geding gebrachte overzicht blijkt dat de huurachterstand tot en met mei 2024 € 7.582,19 bedraagt. [gedaagde] heeft het door Woonpunt in het geding gebrachte overzicht niet weersproken, zodat de gevorderde huurachterstand tot en met mei 2024 van € 7.582,19 voor toewijzing gereed ligt. De kantonrechter oordeelt dat met de door [naam onderbewindgestelde] geschetste persoonlijke en financiële situatie geen rekening kan worden gehouden. Het betreffen omstandigheden die voor rekening en risico van [naam onderbewindgestelde] komen en doen aan zijn betalingsverplichting jegens Woonpunt niet af. De achterstand, die ten tijde van de dagvaarding ruim acht maanden bedroeg en nadien verder is opgelopen, rechtvaardigt de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. De huur c.q. gebruikersvergoeding over de periode vanaf 1 juni 2024 tot de uiteindelijke ontruiming kan eveneens worden toegewezen, tot vandaag op grond van de huurovereenkomst en hierna op grond van artikel 7:225 BW. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Ten slotte maakt Woonpunt aanspraak op vergoeding van de buitengerechtelijke kosten. De door Woonpunt aan [naam onderbewindgestelde] verstuurde aanmaning voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke kosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal dan ook worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten van Woonpunt. De kosten aan de zijde van Woonpunt worden aldus tot de uitspraak van dit vonnis begroot op: <?linebreak?>- dagvaarding			€    130,49</para>
      <para>- nakosten			€    135,00   </para>
      <para>- griffierecht			€    524,00<?linebreak?>- salaris gemachtigde 		€<emphasis role="underline">    678,00</emphasis> (2 punten x tarief € 339,00)</para>
      <para>Totaal				€ 1.467,49</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen en veroordeelt [gedaagde] en [naam onderbewindgestelde] de woonruimte, staande en gelegen aan de [adres] te [woonplaats] , binnen twee weken na betekening van dit vonnis met al het zijne en de zijnen te verlaten, te ontruimen en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van Woonpunt te stellen, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om tegen bewijs van kwijting aan Woonpunt te betalen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>€ 7.582,19 aan huurachterstand tot en met mei 2024, vermeerderd met de wettelijke rente over € 6.137,85 vanaf 17 januari 2024 tot de dag van volledige betaling,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de huurbedragen waarop Woonpunt recht had bij nakoming van de overeenkomst, te rekenen vanaf de eerste van elke maand, vermeerderd met de wettelijke rente daarover tot alles is betaald voor iedere maand vanaf 1 juni 2024 tot de dag van ontbinding aan huur en daarna tot en met de maand waarin de ontruiming heeft plaatsgevonden aan gebruiksvergoeding,</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 619,68 aan vergoeding buitengerechtelijke kosten inclusief btw, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten van Woonpunt tot op heden begroot op € 1.467,49,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.M. Kuster en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2024.</para>
        <para>CJ</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>