<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2024:3165</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-21T09:20:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10974911 \ CV EXPL 24-1235</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:3165">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:3165</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-21T09:20:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2024:3165 Rechtbank Limburg , 05-06-2024 / 10974911 \ CV EXPL 24-1235</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2024:3165:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzekeringsrecht; dekking</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2024:3165:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">LIMBURG</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10974911 \ CV EXPL 24-1235</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 5 juni 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres in verzet]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisende partij in verzet,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiseres in verzet] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. D.M. Gijzen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap <emphasis role="bold">VGZ ZORGVERZEKERAAR N.V. betreffende BEWUZT</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd en kantoor houdende te Arnhem,</para>
      <para>gedaagde partij in verzet,</para>
      <para>hierna te noemen: VGZ,</para>
      <para>gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarders &amp; Incasso.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- het door de kantonrechter op 3 januari 2024 tussen VGZ als eisende partij en [eiseres in verzet] als gedaagde partij bij verstek gewezen vonnis onder zaaknummer 10837105 CV EXPL</para>
        <para>23-5517 <?linebreak?>- de verzetdagvaarding <?linebreak?>- de akte van VGZ in oppositie <?linebreak?>- de akte van [eiseres in verzet] in oppositie.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiseres in verzet] heeft met VGZ een verzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet afgesloten, op grond waarvan [eiseres in verzet] aan VGZ onder andere premie en betaling van zorgkostenfacturen verschuldigd is. [eiseres in verzet] heeft in totaal een bedrag van € 1.142,58 aan premies en zorgkostenfacturen onbetaald gelaten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>VGZ heeft in de verstekprocedure gevorderd dat de kantonrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [eiseres in verzet] zal veroordelen tot betaling van € 1.407,16 (€ 1.142,58 aan hoofdsom, € 175,72 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 173,27 aan wettelijke rente, minus € 84,41 nu dit bedrag reeds is voldaan door [eiseres in verzet] ), vermeerderd met de wettelijke rente over € 1.142,58 vanaf 2 november 2023, alsmede de proceskosten en de nakosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Bij verstekvonnis van 3 januari 2024 is [eiseres in verzet] veroordeeld om aan VGZ te betalen een bedrag van € 1.058,17, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 7 november 2023, met veroordeling van [eiseres in verzet] in de proceskosten en de nakosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [eiseres in verzet] vordert bij verzetdagvaarding om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, het verzet gegrond te verklaren, het vonnis van 3 januari 2024 onder zaaknummer 10837105 CV EXPL 23-5517 gewezen, te vernietigen en, opnieuw rechtdoende met aanvulling en/of verbetering van gronden, VGZ alsnog niet-ontvankelijk in haar vordering te verklaren, haar deze althans te ontzeggen als zijnde verjaard dan wel ongegrond en/of onbewezen en VGZ te veroordelen in de proceskosten, de nakosten en de wettelijke rente over deze kosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>VGZ heeft bij akte medegedeeld dat zij om haar moverende redenen van verder procederen wenst af te zien en verzoekt om doorhaling van de zaak ter rolle. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>
        [eiseres in verzet] verzoekt de kantonrechter per akte primair om voor recht te verklaren dat de vorderingen van VGZ zijn verjaard onder veroordeling van VGZ in de proceskosten. Subsidiair gaat [eiseres in verzet] akkoord met doorhaling ter rolle onder veroordeling van VGZ in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Het verzet is tijdig en op de juiste wijze ingesteld, zodat [eiseres in verzet] in haar verzet kan worden ontvangen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Gelet op de door VGZ ongemotiveerd verzochte doorhaling ter rolle van de  procedure dient het ervoor te worden gehouden dat zij haar vordering niet langer wenst te handhaven en ligt die vordering voor afwijzing gereed. De kantonrechter komt dan niet meer toe aan de beoordeling van het verjaringsverweer van [eiseres in verzet] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De kantonrechter begrijpt het standpunt van [eiseres in verzet] zodanig dat zij subsidiair instemt met doorhaling van de procedure onder voorwaarde van betaling van de proceskosten door VGZ. Nu [eiseres in verzet] een voorwaarde aan de medewerking aan de doorhaling ter rolle heeft gesteld is de conclusie dat niet beide partijen instemmen met de doorhaling ter rolle, zodat de kantonrechter daartoe niet zal overgaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Het verzet is gegrond. De initiële vordering van VGZ zal op grond van het voorgaande moeten worden afgewezen, met veroordeling van VGZ in de proceskosten. De proceskosten van [eiseres in verzet] worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>204,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(1,00 punten × € 204,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>102,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>306,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>verklaart het verzet gegrond,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>vernietigt het door de kantonrechter op 3 januari 2024 onder zaaknummer 10837105 CV EXPL 23-5517 gewezen verstekvonnis,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van VGZ af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>veroordeelt VGZ in de proceskosten van € 306,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als VGZ niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>veroordeelt VGZ tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op </para>
        <para>5 juni 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>SH</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>