<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2024:2509</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-16T15:55:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">326988/HA RK 24-27</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:2509">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:2509</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-16T15:55:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2024:2509 Rechtbank Limburg , 26-02-2024 / 326988/HA RK 24-27</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2024:2509:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Procesbeslissing – geen grond voor wraking - ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2024:2509:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="a449978a-3040-4427-8d50-123c47e5d72a" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="dba62f99-306e-4eb4-9ce6-bb4cfc816867" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beslissing</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 326988/HA RK 24-27</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gemachtigde G.J. Jacobs,</para>
      <para>laatstgenoemde hierna: verzoeker</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>dat strekt tot wraking van mr. M.M.T. Coenegracht, rechter in de rechtbank Limburg, hierna de rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para>Op 30 januari 2024 heeft verzoeker, tijdens de mondelinge behandeling van het verzoek in de zaak met nummer ROE 23/3764 betreffende een voorlopige voorziening tussen de verzoekende partij [verzoeker] en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weert als verwerende partij, de rechter gewraakt. Er is een proces verbaal opgemaakt van de mondelinge behandeling, waarin de gronden van wraking zijn opgenomen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 30 januari 2024 is van verzoeker een e-mailbericht ontvangen waarin hij een aanvullende toelichting geeft op het verzoek tot wraking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 8 februari 2024 heeft de rechter de wrakingskamer bericht dat zij niet berust en geen schriftelijke reactie zal geven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De datum van de uitspraak wordt bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <parablock>
      <para>Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarbij staat voorop dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een procespartij vooringenomen is, althans dat de bij die partij daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Het (subjectieve) standpunt van een verzoeker daarover is belangrijk, maar niet doorslaggevend; de vrees voor partijdigheid van de rechter moet objectief gerechtvaardigd zijn. </para>
      <para>De wrakingskamer heeft kennisgenomen van het wrakingsverzoek. Blijkens het proces-verbaal heeft verzoeker ter zitting ruimschoots de gelegenheid gekregen om zijn standpunt uiteen te zetten en om een antwoord op de vraag naar de spoedeisendheid naar voren te brengen. Ook heeft de rechter met hem verkend of en welke stappen in de bestaande situatie nodig zijn. Toen verzoeker hierna nog een pleitnota wilde overleggen, verbood de rechter dat, maar hij kreeg wel de gelegenheid om nog een paar aandachtspunten te noemen. Daarop wraakte verzoeker de rechter. Verzoeker stelt dat hij de rechter niet geschikt acht voor een deugdelijke ethische benadering van de rechtspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter is gewraakt toen zij de beslissing nam dat verzoeker, als gemachtigde van [verzoeker] , geen pleitnota meer mocht overleggen. Dit betreft een procesbeslissing van de rechter en een dergelijke (proces)beslissing kan geen grond voor wraking opleveren. Dit is alleen anders als er geen andere verklaring voor de beslissing te geven is dan dat die beslissing door vooringenomenheid is ingegeven en een dergelijke beslissing of de motivering daarvan een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat de rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Naar het oordeel van de wrakingskamer is daarvan geen sprake. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover verzoeker aan het wrakingsverzoek zijn opmerking ten grondslag legt dat hij de rechter niet geschikt acht voor een deugdelijke ethische benadering van de rechtspraak, geldt dat hij het verzoek op dit punt onvoldoende heeft gemotiveerd, ook niet in zijn aanvullende toelichting van 30 januari 2024.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Omdat er geen andere gronden zijn aangevoerd, is de wrakingskamer van oordeel dat de wraking ongegrond is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De wrakingskamer:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>- verklaart het verzoekt tot wraking ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. H.J.M. Quaedvlieg, voorzitter, mr. H.E.G. Peters en </para>
      <para>mr. W.F.J. Aalderink, rechters, bijgestaan door mr. M.J.W.D. Janssen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>