<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2024:2357</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-15T09:23:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ROE 24/2003</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:2357">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:2357</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-15T09:21:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2024:2357 Rechtbank Limburg , 02-05-2024 / ROE 24/2003</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2024:2357:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voorlopige voorziening. Mondelinge uitspraak. Verzoekers hebben verzocht om een voorlopige voorziening tijdens het beroep tegen een (eerdere) omgevingsvergunning die ten tijde van het verzoek al enkele maanden was uitgewerkt. Om die reden kan daaruit naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen spoedeisend belang meer volgen. Het aflopen van de termijn van de latere omgevingsvergunning op 15 mei 2024, waar voor verzoekers de spoed in is gelegen, is geen gevolg van de omgevingsvergunning waar het bestreden besluit op ziet. Het verzoek wordt daarom afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2024:2357:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: ROE 24/2003</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">2 mei 2024 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam] en [naam] , verzoekers</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. R.J. Boogers),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leudal </bridgehead>
    <para>(gemachtigde: G. Neelis).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 11 oktober 2022 heeft het college aan [naam] een omgevingsvergunning verleend voor de tijdelijke huisvesting van vluchtelingen op de locatie [adres] in [plaats] voor de duur van 6 maanden (tot 15 mei 2023). Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt omdat verzoekers een omgevingsvergunning hebben aangevraagd voor de duur van 60 maanden en zij van mening zijn dat het college de omgevingsvergunning voor de aangevraagde duur had moeten verlenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 11 april 2023 (bestreden besluit) heeft het college de bezwaren van verzoekers ongegrond verklaard. Bij dit besluit heeft het college de duur van de omgevingsvergunning met zes maanden verlengd (tot 15 november 2023). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit (bekend onder zaaknummer ROE 23/1086). Tijdens de beroepsprocedure heeft het college aan verzoekers een nieuwe tijdelijke omgevingsvergunning verleend, eveneens voor de huisvesting van Oekraïners, met een nieuwe termijn van 6 maanden (tot 15 mei 2024). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 2 mei 2024 op zitting behandeld. Verzoekers zijn verschenen, vertegenwoordigd door [naam] en bijgestaan door hun gemachtigde. De gemachtigde van het college heeft telefonisch deelgenomen aan de zitting. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoekers geen spoedeisend belang hebben bij schorsing van het bestreden besluit en wijst het verzoek om voorlopige voorziening daarom af. Daarom bestaat ook geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De voorzieningenrechter motiveert dit oordeel als volgt. </para>
    <para />
    <para>2. Verzoekers hebben verzocht om een voorlopige voorziening tijdens het beroep tegen de (eerdere) vergunning van 11 oktober 2022 en de beslissing op bezwaar daarover (het bestreden besluit) van 11 april 2023. Het gaat daarbij om een tijdelijke omgevingsvergunning die na een verlenging bij het bestreden besluit is afgelopen op 15 november 2023. Verzoekers hebben voor die tijd geen voorlopige voorziening gevraagd of een nieuwe aanvraag om omgevingsvergunning ingediend bij het college, terwijl verzoekers heel goed wisten dat die vergunning zou aflopen. Dit was immers de reden dat verzoekers tegen het bestreden besluit beroep hebben ingesteld. Verzoekers hebben ter zitting weliswaar redenen genoemd voor het feit dat voor hen eerder geen urgentie bestond om een voorlopige voorziening te verzoeken, maar die redenen kunnen niet afdoen aan het gegeven dat de duur van de omgevingsvergunning waartegen het verzoek om voorlopige voorziening is gericht al op 15 november 2023 is afgelopen. Zo is het aflopen van de zes maanden termijn uit de andere omgevingsvergunning op 15 mei 2024, waar voor verzoekers eigenlijk op dit moment de spoed in is gelegen, geen gevolg van de omgevingsvergunning waar het bestreden besluit op ziet. De omgevingsvergunning van 11 oktober 2022 is al enkele maanden uitgewerkt en daaruit kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter sinds 15 november 2023 geen spoedeisend belang meer volgen. </para>
    <para />
    <para>3. Dat verzoekers het met de afloop van de eerdere vergunning op 15 november 2023 inhoudelijk niet eens zijn en om die reden zijn opgekomen tegen het bestreden besluit, is hun goed recht, maar dat is op zichzelf geen reden voor het treffen van een voorlopige voorziening als daarvoor de vereiste spoed ontbreekt. Ook de wens van verzoekers om het verzoek om voorlopige voorziening in te dienen om op die manier eerder uitspraak te krijgen in de beroepszaak is op zichzelf geen reden voor het treffen van een voorlopige voorziening. De mogelijkheid om hangende beroep een voorlopige voorziening te vragen is namelijk niet bedoeld om ‘kortsluiting’ af te dwingen en zo de behandeling van de hoofdzaak te versnellen. Zeker als de vereiste spoed bij het treffen van een voorlopige voorziening ontbreekt. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 mei 2024 </para>
      <para>door mr. K.M.J.A. Smitsmans, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. N.A.M. Bergmans, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: 8 mei 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze mondelinge uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>