<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2024:1624</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-17T20:37:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/294542 / HA ZA 21-377</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBLIM:2023:3507" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2023:3507</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBLIM:2023:6149" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2023:6149</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2024/173</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:1624">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:1624</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-08T15:27:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2024:1624 Rechtbank Limburg , 27-03-2024 / C/03/294542 / HA ZA 21-377</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2024:1624:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenvonnis waarbij aan eisers een aantal registergoederen worden toebedeeld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2024:1624:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Limburg</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/03/294542 / HA ZA 21-377</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 27 maart 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 1] , </title>
    <parablock>
      <para>te [woonplaats 1] ,<?linebreak?>2. <emphasis role="bold">[eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 2]</emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats 2] ,<?linebreak?>3. <emphasis role="bold">[eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 3]</emphasis>, </para>
      <para>te Klimmen,<?linebreak?>4. <emphasis role="bold">[eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 4]</emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats 3] ,<?linebreak?>5. <emphasis role="bold">[eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 5]</emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats 4] ,</para>
      <para>eisende partijen in conventie,</para>
      <para>verweerders in reconventie</para>
      <para>hierna samen te noemen: [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ,</para>
      <para>advocaat: mr. J.H.M. Daniëls te Sittard, gemeente Sittard-Geleen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde in conventie, eiser in reconventie]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats 5] ,</para>
      <para>gedaagde partij in conventie,</para>
      <para>eisende partij in reconventie</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ,</para>
      <para>advocaat: mr. J.J.M.C. Huppertz te Maastricht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- het tussenvonnis van 11 oktober 2023 <?linebreak?>- de akte van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] van 6 december 2023 met de producties 51 tot en met 55 <?linebreak?>- de antwoordakte van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] van 10 januari 2024 (abusievelijk 2023 gedateerd)</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In het tussenvonnis van 7 juni 2023 is ten aanzien van de registergoederen door de rechtbank bepaald, dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] in de gelegenheid worden gesteld om de percelen te kopen tegen de prijs van € 1.400.000,-. Daartoe is hen een periode van maximaal zes maanden na datum van dat vonnis geboden om dit te realiseren. Tevens is bepaald dat indien zij daarin slagen, in het eindvonnis bij hun vordering onder sub 7 dit bedrag zal worden opgenomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij akte van 6 december 2023 zijn door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] twee offertes van financiers overgelegd. Tevens is daarbij verzocht om op korte termijn een (deel)vonnis te wijzen, waarin de gronden aan hen worden toegewezen tegen betaling van € 1.400.000,-, te storten onder het notariskantoor dat de aktes passeert.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] stelt zich op het standpunt dat met de overgelegde financieringen niet wordt voldaan aan hetgeen is bepaald in het hiervoor genoemde vonnis. Bij beide voorstellen worden er twee leningen verstrekt: één ter hoogte van € 1.120.000,- en één ter hoogte van € 280.000,-. In het ene voorstel dient het eerste bedrag direct na het passeren van de akte waarin de gronden worden verdeeld te worden afgelost. In het andere voorstel dient dit bedrag direct te worden afgelost op de dag van de uitspraak van het vonnis in de verdelingszaak, maar in ieder geval uiterlijk op 31 maart 2024. Voor hem is niet duidelijk hoe dit in de praktijk gestalte moet krijgen. In ieder geval is hij van mening dat eerstgenoemd bedrag daadwerkelijk in de boedel dient te komen. Hij acht dit mede van belang, omdat zus [naam] haar schuld aan de boedel nog moet aflossen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Zoals de rechtbank in haar vonnis van 7 juni 2023 heeft overwogen, wordt [eisers in conventie, verweerders in reconventie] de gelegenheid geboden de koop van de registergoederen te realiseren en zal, indien [eisers in conventie, verweerders in reconventie] er in slagen de percelen te kopen, in het eindvonnis de vordering sub 7 van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] worden toegewezen, in die zin dat daar het bedrag van € 1.4000.000,- wordt opgenomen. Dat wil zeggen dat dit bedrag in de boedel aanwezig moet zijn op het moment dat tot definitieve verdeling wordt overgegaan. Zoals in het tussenvonnis van 7 juni 2023 onder randnummers 3.2 en 3.3 is vermeld hebben partijen inmiddels overeenstemming bereikt over de wijze van verdeling van een groot deel van de onderdelen van de nalatenschap, maar er zijn er ook nog een aantal onderdelen, waaronder schulden van de nalatenschap zoals opgenomen in de vordering in reconventie onder i, de vordering op [naam] en de certificaten, die nog betrokken moeten worden in de verdeling. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] kunnen na het passeren van de akte waarbij de percelen aan hen worden verkocht en geleverd dus wel overgaan tot verkoop van die percelen, maar zij zullen dienen te zorgen dat niet alleen het aandeel van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de waarde van de registergoederen – in dit geval het aandeel in de verkoopwaarde van de registergoederen – [eisers in conventie, verweerders in reconventie] in de boedel aanwezig is op het moment van de gehele verdeling van de boedel, maar ook dat er voldoende vermogen aanwezig is om in ieder geval het aandeel van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de gehele verdeling/eindafrekening aan hem te kunnen voldoen. Het valt immers niet uit te sluiten dat het totaal van de posten die nog in de verdeling betrokken moet worden het bedrag dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dient te voldoen voor de certificaten zal overstijgen. Dit staat op dit moment echter nog niet vast. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] zullen dus moeten kunnen garanderen dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] kan worden voldaan. Indien zij op het moment van de definitieve verdeling al hebben moeten overgaan tot aflossing van de lening die zij hebben afgesloten voor de koop van de percelen en er nog niet voldoende opbrengst is gegenereerd uit de verkoop van percelen, zal [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dienen te worden voldaan in de vorm van verstrekking van die percelen tot een gelijke waarde als het aandeel dat aan hem dient te worden uitbetaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, komt de rechtbank tot het oordeel dat thans kan worden overgegaan tot een partiële verdeling waarbij de registergoederen zullen worden toebedeeld aan  [eisers in conventie, verweerders in reconventie] </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>deelt aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] de registergoederen toe zoals vermeld in het tussenvonnis van 7 juni 2023 onder 3.5, onderdeel 2, onder de voorwaarde dat van de zijde van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] bij het passeren van de akte van verdeling van deze registergoederen een bedrag van <?linebreak?>€ 1.400.000,- dient te worden voldaan dat door de notaris dient te worden gestort op de boedelrekening van de nalatenschap en onder de voorwaarde dat daarbij hetgeen hiervoor is bepaald onder 2.4 in acht dient te worden genomen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. V.E.J. Noelmans en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>EvdS</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>