<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2024:135</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-01-17T10:00:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-01-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10831483 \ CV EXPL  23-5406</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:135">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:135</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-01-12T14:15:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2024:135 Rechtbank Limburg , 10-01-2024 / 10831483 \ CV EXPL  23-5406</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2024:135:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzekeringsrecht; dekking</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2024:135:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Burgerlijk recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10831483 \ CV EXPL  23-5406</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter van 10 januari 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de publiekrechtelijke rechtspersoon zelfstandig bestuursorgaan met eigen rechtspersoonlijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">CAK</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te ’s-Gravenhage,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigden Flanderijn,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende [adres] ,</para>
      <para>
        [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>procederende in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna CAK en [gedaagde] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- de dagvaarding</para>
        <para>- de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>CAK vordert – samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van </para>
        <para>€ 185,96 te vermeerderen met rente en kosten. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft (thuis)zorg, hulpmiddelen, (maatwerk)voorzieningen en/of persoonsgebonden budget ontvangen. Op grond van artikel 6.1.2. Wlz dan wel artikel 2.1.4 lid 1 en lid 6 WMO 2015, in samenhang met artikel 3.3.1.3 Besluit langdurige zorg en artikel 3.1. Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 dient [gedaagde] hiervoor een eigen bijdrage te betalen aan CAK.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft een bedrag groot € 133,00 onbetaald gelaten. Voorts stelt CAK dat [gedaagde] aan haar een vergoeding van € 48,40 voor buitengerechtelijke incassokosten inclusief btw verschuldigd is. Daarnaast is [gedaagde] betaling van de wettelijke rente verschuldigd. CAK berekent de wettelijke rente tot 18 oktober 2023 (= datum van dagvaarding) op € 4,56.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] erkent de vordering. Hij heeft op dit moment geen inkomen. Hij heeft wel geprobeerd om werk te zoeken, maar niet gevonden. Hij heeft een uitkering aangevraagd bij de gemeente, maar die is afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Uit het antwoord van [gedaagde] is de kantonrechter gebleken dat de vordering van CAK niet althans onvoldoende wordt betwist. De vordering ten aanzien van de hoofdsom dient daarom te worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft geen zelfstandig verweer gevoerd tegen de gevorderde vervallen wettelijke rente van € 4,56, zodat die - als op de wet gegrond - wordt toegewezen. Ook de wettelijke rente vanaf 18 oktober 2023 (= datum van dagvaarding) kan worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>CAK maakt aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Aangezien de grondslag van de vordering van het CAK in de wet en niet in een overeenkomst is gelegen, is voor de toewijsbaarheid van dit gedeelte van de vordering niet noodzakelijk dat het CAK een zogenaamde veertiendagenbrief aan [gedaagde] heeft gestuurd. CAK heeft onbetwist gesteld dat zij werkzaamheden heeft verricht die niet kunnen worden beschouwd als werkzaamheden ter voorbereiding van een procedure, zodat de kosten voor deze werkzaamheden als buitengerechtelijke incassokosten voor vergoeding in aanmerking komen. Voor de hoogte van de toewijsbare vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten zoekt de kantonrechter aansluiting bij het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: Besluit) bepaalde tarief. Het gevorderde bedrag van € 48,40 komt overeen met de tarieven in het Besluit en wordt dan ook toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>De conclusie van het voorgaande is dat een bedrag van € 185,96, bestaande uit: </para>
        <para>- € 133,00 aan hoofdsom</para>
        <para>- € 4,56 aan vervallen wettelijke rente</para>
        <para>- € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten inclusief btw,</para>
        <para>te vermeerderen met de wettelijke rente over de nog openstaande hoofdsom vanaf 18 oktober  2023 tot de dag van volledige betaling, zal worden toegewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>
        [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van CAK worden begroot op:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>dagvaarding	€	130,48</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>griffierecht	€	128,00</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>salaris gemachtigde 	€<emphasis role="underline">	39,00</emphasis>		( 1 x tarief € 39,00)</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>totaal 	€	297,48</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan CAK tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 185,96, te vermeerderen met de wettelijke rente over de nog openstaande hoofdsom vanaf 18 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure aan de zijde van CAK gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 297,48, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. E.V.L. Heuts en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>type: JEC</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>