<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2024:10293</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T16:24:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-03-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/333147 / JE RK 24-1246</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:10293">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:10293</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T16:23:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-03-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2024:10293 Rechtbank Limburg , 21-07-2024 / C/03/333147 / JE RK 24-1246</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2024:10293:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Machtiging uithuisplaatsing pas geboren kind</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2024:10293:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">Rechtbank LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/03/333147 / JE RK 24-1246</para>
      <para>Datum uitspraak: 21 juli 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een spoeduithuisplaatsing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING</emphasis>, <emphasis role="bold">regio Limburg</emphasis></para>
      <para>gevestigd in Eindhoven,</para>
      <para>hierna te noemen de raad, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige]
        </emphasis>, geboren op [geboortedatum] 2024 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen [minderjarige] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de moeder]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen de moeder,</para>
      <para>wonende in [woonplaats] . </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het mondelinge verzoek van 21 juli 2024 om 17.16 uur en;</para>
      <para>- het schriftelijk verzoek met bijlage(n) van de raad van 22 juli 2024, ingekomen bij de griffie op 22 juli 2024.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [minderjarige] verblijft in het ziekenhuis in Maastricht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 juli 2024 het destijds nog ongeboren kind [naam ongeboren kind] voorlopig onder toezicht gesteld tot 10 oktober 2024.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De raad verzoekt met spoed een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij een aanbieder van zorg (ziekenhuis) dan wel in een voorziening van pleegzorg (pleeggezin) voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Ter onderbouwing van het verzoek stelt de raad zeer grote zorgen te hebben over moeders psychische gemoedstoestand. Ze maakt een zeer achterdochtige, onsamenhangende en warrige indruk én gezien haar voorgeschiedenis met psychotische decompensatie. Deze zorg heeft de raad gedurende het gehele onderzoek al gehad, hetgeen de reden is geweest voor het verzoeken van de voorlopige ondertoezichtstelling zodat er een goed plan gemaakt zou kunnen worden voor een veilige start van de baby waarbij er forse inzet is geweest om de baby en moeder samen te kunnen houden, echter onder veilige omstandigheden. </para>
        <para>Nu de moeder alsnog weigert mee te werken aan een opname in een moeder-kind huis én de moeder-kind huizen hebben aangegeven een opname te risicovol te vinden, ziet de raad zich genoodzaakt, om de veiligheid van dit kwetsbare baby’tje te waarborgen, om een spoedverzoek te doen tot een machtiging uithuisplaatsing in een ziekenhuis (als daar een medische indicatie voor is) en vervolgens in een pleeggezin. De raad acht een plaatsing bij een aanbieder van zorg (ziekenhuis) op dit moment noodzakelijk nu (en zolang) de behandelend artsen van oordeel zijn dat het medisch noodzakelijk is dat [minderjarige] nog in een ziekenhuis moet verblijven en de raad acht aansluitend een plaatsing in een gezinsvervangende omgeving (pleeggezin) noodzakelijk. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Het ernstig vermoeden van de raad dat de minderjarige zodanig opgroeit dat hij ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd is onverminderd aanwezig. De zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige wordt door zijn ouder die het gezag uitoefent, niet of onvoldoende geaccepteerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 1:265b van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter de raad machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen, indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Op grond van artikel 800 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan een verzoek tot machtiging uithuisplaatsing van de minderjarige worden toegewezen zonder eerst de belanghebbenden te horen, indien sprake is van een situatie waarbij de behandeling niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor de minderjarige.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Op grond van de informatie, zoals weergegeven in het verzoek, komt de kinderrechter tot het oordeel dat aan de criteria voor een uithuisplaatsing is voldaan en dat het dringend en onverwijld noodzakelijk is dat [minderjarige] met spoed uit huis wordt geplaatst omdat een thuisplaatsing van [minderjarige] bij de moeder is op dit moment niet in zijn belang is. <?linebreak?>Het verhoor van de belanghebbende(n) kan niet worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij een aanbieder van zorg (ziekenhuis) dan wel in een voorziening voor pleegzorg (pleeggezin) zal daarom worden verleend voor de duur van twee weken. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De raad, de moeder en de GI worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven op de hierna vermelde mondelinge behandeling. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] , geboren op </para>
        <para>
          [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats] bij een aanbieder van zorg (ziekenhuis) dan wel in een voorziening van pleegzorg (pleeggezin), met ingang van [geboortedatum] 2024 tot 4 augustus 2024;<?linebreak?></para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>bepaalt dat de raad, de moeder en de GI zullen worden gehoord tijdens de mondelinge behandeling van de rechtbank Limburg, <emphasis role="bold">locatie Roermond</emphasis>, in het gerechtsgebouw aan de Willem II Singel 67 te 6041 HR Roermond, op <emphasis role="bold">26 juli 2024</emphasis> om <emphasis role="underline">16.15 uur</emphasis>;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. C. Nobis, kinderrechter, op 21 juli 2024 en schriftelijk vastgelegd in aanwezigheid van E.H.C.M. Franssen-Peeters als griffier op </para>
                <para>22 juli 2024 </para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.</para>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>