<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2024:10106</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-08T16:05:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/331943 / HA ZA 24-284</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:10106">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:10106</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-08T16:05:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2024:10106 Rechtbank Limburg , 18-12-2024 / C/03/331943 / HA ZA 24-284</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2024:10106:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel recht. Bodemzaak. Eiseres, een rechtspersoon die in het buitenland is gevestigd, heeft verzuimd zekerheid te stellen voor een eventuele proceskostenveroordeling. Het niet-voldoen aan een veroordeling tot zekerheidsstelling leidt ingevolge artikel 616 lid 3 onder a Rv tot niet-ontvankelijkheid van de partij die zekerheid diende te stellen. Eiseres wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2024:10106:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Limburg</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/03/331943 / HA ZA 24-284</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis bij vervroeging van 18 december 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar Azerbeidzjaans recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BALKHOORMA LLC</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd en kantoorhoudend te Baku City (Azerbeidzjan),</para>
      <para>eiseres in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerster in de incidenten,</para>
      <para>advocaat mr. R. van den Berg Jeths </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen<?linebreak?></para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident sub 1] ,</title>
    <parablock>
      <para>wonend te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiser in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. B. van Duijn,</para>
    </parablock>
    <para>2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident sub 2]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats 1] , kantoorhoudend te [plaats] ,</para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiseres in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. B. van Duijn,</para>
    </parablock>
    <para>3.	<emphasis role="bold">[gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident sub 3]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>wonend te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiser in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. F.W. Amendt,</para>
    </parablock>
    <para>4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident sub 4]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd en kantoorhoudend te [vestigingsplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiseres in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. F.W. Amendt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna Balkhoorma, [gedaagden sub 1 en 2] en [gedaagden sub 3 en 4] genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het incidenteel vonnis van 16 oktober 2024,</para>
      <para>- het B4-formulier van 12 november 2024 waarbij Balkhoorma heeft verzocht om uitstel <?linebreak?>  voor zowel het stellen van zekerheid als het nemen van de akte omtrent de gestelde <?linebreak?>  zekerheid wegens klemmende redenen,</para>
      <para>- het B11-formulier van 12 november 2024 waarbij [gedaagden sub 1 en 2] hebben gereageerd op het <?linebreak?>  uitstelverzoek,</para>
      <para>- het B16-formulier van 13 november 2024 waarbij [gedaagden sub 3 en 4] hebben gereageerd op <?linebreak?>  het uitstelverzoek,</para>
      <para>- het e-mailbericht van de griffier van 19 november 2024 aan alle partijen, waarin is  <?linebreak?>  bepaald dat het verzoek om uitstel wordt afgewezen en de rechter geen reden ziet om terug  <?linebreak?>  te komen op de beslissing in het vonnis in incident van 16 oktober 2024,</para>
      <para>- de aktes uitlating zekerheidsstelling van zowel [gedaagden sub 1 en 2] als [gedaagden sub 3 en 4] genomen op <?linebreak?>  de rol van 27 november 2024,</para>
      <para>- Balkhoorma heeft verzuimd (tijdig) de akte uitlating zekerheidstelling te nemen, zodat het <?linebreak?>  recht daartoe is vervallen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij vonnis in het incident van 16 oktober 2024 heeft de rechtbank Balkhoorma veroordeeld uiterlijk op 13 november 2024 zekerheid te stellen tot een bedrag van <?linebreak?>€ 30.747,00 zowel ten gunste van [gedaagden sub 1 en 2] als ten gunste van [gedaagden sub 3 en 4] voor een eventuele proceskostenveroordeling in de hoofdzaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Zowel [gedaagden sub 1 en 2] als [gedaagden sub 3 en 4] hebben onweersproken aangevoerd dat Balkhoorma geen zekerheid heeft gesteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Het niet-voldoen aan een veroordeling tot zekerheidsstelling leidt ingevolge artikel 616 lid 3 onder a Rv tot niet-ontvankelijkheid in de hoofdzaak van de partij die zekerheid diende te stellen. Balkhoorma zal derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering in de hoofdzaak. <?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Gelet op de uitkomst van de procedure zal Balkhoorma in de kosten van deze procedure, de kosten van de verzoekschriftprocedure tot het houden van voorlopige getuigenverhoren (zaak 264312 HARK 19-108), en in de nakosten van deze procedure worden veroordeeld. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De kosten advocaat van [gedaagden sub 1 en 2] en van [gedaagden sub 3 en 4] samen in de fase van de behandeling van de verzoekschriftprocedure waarin zij bijgestaan werden door dezelfde advocaat, bedragen 2,5 punten (verweerschrift, mondelinge behandeling en voorzetting mondelinge behandeling) x € 3.502,00 = € 8.755,00.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Vanaf het moment dat de getuigen gehoord zijn, hadden [gedaagden sub 1 en 2] en [gedaagden sub 3 en 4] ieder een eigen advocaat. Er zijn vijf zittingen gepland voor het horen van getuigen op verzoek van Balkhoorma. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>
        [gedaagden sub 1 en 2] hebben alle zittingen bijgewoond. Hun kosten voor het bijwonen van de getuigenverhoren van de andere partij worden begroot op 2,5 punten (5 x ½ punt) x <?linebreak?>€ 3.502,00 = € 8.755,00. Vermeerderd met het in de verzoekschriftprocedure (€ 297,00 : 2 = € 148,50) en in de hoofdzaak betaalde griffierecht (€ 2.626,00 - € 148,50 = € 2.477,50) van in totaal € 2.626,00 en de nakosten van € 178,00 bedragen de overige proceskosten van [gedaagden sub 1 en 2] dus € 11.559,00.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>
        [gedaagden sub 3 en 4] hebben vier keer de getuigenverhoren bijgewoond (een keer afwezig in verband met ziekte). Hun kosten voor het bijwonen van de getuigenverhoren van de andere partij worden begroot op 2 punten (4 x ½ punt) x € 3.502,00 = € 7.004,00. Vermeerderd met het in de verzoekschriftprocedure (€ 297,00 : 2 = € 148,50) en in hoofdzaak betaalde griffierecht (€ 2.626,00 - € 148,50 = € 2.477,50) van in totaal € 2.626,00 en de nakosten van € 178,00 bedragen de overige proceskosten van [gedaagden sub 3 en 4] dus <?linebreak?>€ 9.808,00.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verklaart Balkhoorma niet-ontvankelijk in haar vordering,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt Balkhoorma in de proceskosten aan de zijde van [gedaagden sub 1 en 2] en [gedaagden sub 3 en 4] samen van  € 8.755,00 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt Balkhoorma in de proceskosten aan zijde van [gedaagden sub 1 en 2] van   € 11.559,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Balkhoorma niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>veroordeelt Balkhoorma in de proceskosten aan zijde van [gedaagden sub 3 en 4] van € 9.808,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Balkhoorma niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>AH</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>