<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2024:10083</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-10T11:59:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/324044 / HA ZA 23-484</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:10083">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2024:10083</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-31T16:46:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2024:10083 Rechtbank Limburg , 20-11-2024 / C/03/324044 / HA ZA 23-484</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2024:10083:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Deze zaak gaat over de vraag of eiser of gedaagde eigenaar is van de hond. De hond is tijdens de relatie van partijen gekocht. De relatie is inmiddels beëindigd. Bewijsopdracht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2024:10083:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Limburg</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/03/324044 / HA ZA 23-484</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 20 november 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>eisende partij in conventie,</para>
      <para>verwerende partij in reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] ,</para>
      <para>advocaat: mr. R.A. Wijnands,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partij in conventie,</para>
      <para>eisende partij in reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>advocaat: mr. J.G.M. Nass.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding met producties 1 tot en met 7;<?linebreak?>- de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie met producties 1 tot en met 6;<?linebreak?>- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald;</para>
      <para>- de conclusie van antwoord in reconventie met producties 8 en 9;<?linebreak?>- de akte overlegging producties van mr. Nass met producties 7 tot en met 10;</para>
      <para>- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 2 september 2024.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Deze relatie is in juli 2023 beëindigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op 27 november 2021 zijn partijen samen naar [plaats] geweest om [naam] (een boerenfox terriër) op te halen bij een fokker, [naam fokker] (hierna: [naam fokker] ). Het met [naam fokker] overeengekomen bedrag van € 500,00 is contant betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Na beëindiging van de relatie hebben partijen afspraken gemaakt over de zorg voor [naam] , waarbij [gedaagde] , [eiser] en de vader van [eiser] een rol speelden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>In september 2023 heeft [gedaagde] [naam] opgehaald bij de vader van [eiser] en haar niet meer teruggebracht naar [eiser] of zijn vader. [naam] verblijft vanaf dat moment uitsluitend bij [gedaagde] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Op 27 september 2023 heeft de advocaat van [gedaagde] geprobeerd om een regeling te treffen tussen partijen over het verblijf van [naam] . [gedaagde] heeft niet gereageerd op dit bericht.   </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser] vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:</para>
        <para>I. voor recht verklaart dat [eiser] eigenaar is van hond [naam] ;</para>
        <para>II. [gedaagde] veroordeelt om binnen zeven dagen na betekening van het vonnis aan haar hond [naam] aan [eiser] afstaat door middel van feitelijke bezitsverschaffing;</para>
        <para>III. [gedaagde] veroordeelt tot het verbeuren van een dwangsom van € 100,00 per dag, dan wel een deel van een dag, dan wel tot een bedrag zoals u meent dat dit in goede justitie dient te worden bepaald, voor elke dag dat [gedaagde] niet voldoet aan haar verplichting zoals hierboven genoemd onder punt 2;</para>
        <para>IV. de proceskosten tussen partijen compenseert, gelet op het feit dat zij ex-partners zijn.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat hij eigenaar is van [naam] . [eiser] was van plan om samen met zijn vader een boerenfox terriër te kopen. [eiser] heeft zelf op Marktplaats gezocht naar een hond en contact gelegd met [naam fokker] . [eiser] heeft [naam] verkregen op basis van een geldige titel, namelijk een aankoopfactuur, waarna er feitelijke bezitsverschaffing heeft plaatsgevonden aan hem. [eiser] heeft de aankoopprijs van € 500,00 zelf contant betaald. [naam fokker] was bij de overdracht beschikkingsbevoegd ten aanzien van [naam] . Bovendien heeft [eiser] tijdens de relatie van partijen steeds de kosten van de dierenarts en het voer voor [naam] voldaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] . Wel dienen de proceskosten gecompenseerd te worden, zoals [eiser] ook gevorderd heeft. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] betwist dat [eiser] eigenaar is van [naam] . [gedaagde] heeft via Marktplaats de advertentie van [naam] gevonden. Vervolgens heeft zij telefonisch contact opgenomen met [naam fokker] en is de koop op basis van aanbod en aanvaarding tot stand gekomen. Partijen hebben [naam] samen opgehaald en hebben samen de aankoopprijs van € 500,00 contant betaald, ieder voor de helft. [gedaagde] betwist de aankoopfactuur die door [eiser] is overlegd. Volgens haar is die achteraf opgesteld. Tijdens de relatie van partijen heeft [gedaagde] de kosten voor [naam] grotendeels betaald. Gedurende de afgelopen maanden dat [naam] uitsluitend bij [gedaagde] verblijft, heeft zij alle kosten met betrekking tot [naam] betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:</para>
        <para>I. voor recht verklaart dat [gedaagde] eigenaar is van de hond [naam] ;</para>
        <para>II. de proceskosten tussen partijen compenseert, gelet op het feit dat zij ex-partners zijn.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>
        [gedaagde] legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] eigenaar is van [naam] . De koopovereenkomst is tot stand gekomen tussen [gedaagde] en [naam fokker] via Marktplaats. Partijen hebben beiden de helft van de aankoopprijs van [naam] , in totaal € 500,00, betaald. Vervolgens is [naam] aan [gedaagde] geleverd, waarmee eigendomsoverdracht aan haar heeft plaatsgevonden. [gedaagde] heeft alle eigenaarshandelingen ten aanzien van [naam] verricht en heeft de daaraan verbonden kosten betaald. Bovendien heeft [gedaagde] [naam] sinds september 2023 in haar bezit. In artikel 3:109 BW is bepaald dat wie een goed houdt, wordt vermoed dit voor zichzelf te houden en wordt dus vermoed bezitter te zijn (artikel 3:107 BW). Artikel 3:119 BW bepaalt dat de bezitter van een goed wordt vermoed rechthebbende te zijn. Hoewel [naam] geen zaak is, zijn de regels over zaken in het Burgerlijk Wetboek wel van toepassing. [gedaagde] wordt om deze reden vermoed eigenaar te zijn van [naam] , aldus [gedaagde] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>
        [eiser] voert verweer. [eiser] concludeert tot afwijzing van de vordering van [gedaagde] , onder compensatie van kosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>
        [eiser] betwist dat [gedaagde] eigenaar is van [naam] en verwijst naar zijn stellingen in conventie. Ten aanzien van het rechtsvermoeden voert [eiser] aan dat het bezit van [naam] door [gedaagde] enkel voortkomt uit de praktische afspraken die partijen na het einde van hun relatie met elkaar gemaakt hebben en niet uit enig eigendomsrecht. Bovendien voert [eiser] aan het rechtsvermoeden eenvoudig te kunnen weerleggen met de getuigenverklaringen die hij heeft overlegd.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Ter beoordeling staat of [eiser] eigenaar is van [naam] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De rechtbank oordeelt dat [eiser] voldoende gemotiveerd heeft gesteld dat hij eigenaar is van [naam] . Gelet op de gemotiveerde betwisting van [gedaagde] daarvan rust op grond van de hoofdregel van artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op [eiser] de bewijslast van die stelling. [eiser] zal in dit bewijs dan ook worden opgedragen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Ter beoordeling staat of [gedaagde] eigenaar is van [naam] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De rechtbank oordeelt dat [gedaagde] onvoldoende concreet heeft gesteld dat zij alleen eigenaar is van [naam] . Weliswaar vloeit dit voort uit haar vordering in reconventie, maar hetgeen zij daaraan ten grondslag heeft gelegd, duidt veeleer op mede-eigendom. [gedaagde] heeft immers ter zitting verklaard dat partijen samen op Marktplaats hebben gezocht naar een boerenfox terriër, dat zij samen telefonisch contact hebben gelegd met [naam fokker] , dat zij samen naar [plaats] zijn gereden om [naam] op te halen en dat zij samen, ieder voor de helft, de aankoopprijs hebben betaald. Volgens [gedaagde] hebben partijen gedurende hun relatie ook samen voor [naam] gezorgd. Deze feiten en omstandigheden, zeker in het licht van de gemotiveerde betwisting van [eiser] daarvan, onderbouwen de stelling dat [gedaagde] alleen eigenaar is van [naam] onvoldoende. [gedaagde] heeft aldus niet aan haar stelplicht voldaan. De vordering van [gedaagde] zal in het eindvonnis daarom worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>draagt [eiser] op om te bewijzen feiten en omstandigheden waaruit volgt dat hij eigenaar is van [naam] ,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">woensdag 18 december 2024 </emphasis>voor uitlating door [eiser] of hij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>bepaalt dat, als [eiser] geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel <emphasis role="bold">bewijsstukken</emphasis> wil overleggen, hij die stukken dan direct in het geding moet brengen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>bepaalt dat, als [eiser] <emphasis role="bold">getuigen</emphasis> wil laten horen, hij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden <emphasis role="bold">februari 2025</emphasis> tot en met <emphasis role="bold">juni 2025</emphasis> dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van mr. V. Steijvers, in het gerechtsgebouw te Maastricht, Sint Annadal 1,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>bepaalt dat <emphasis role="bold">alle partijen</emphasis> uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor <emphasis role="bold">alle beschikbare bewijsstukken</emphasis> aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. V. Steijvers en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2024.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>