<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2023:571</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-30T14:00:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-01-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ROE 22/2765</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2023:571">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2023:571</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-27T10:58:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2023:571 Rechtbank Limburg , 25-01-2023 / ROE 22/2765</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2023:571:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Kortste afstand tussen de kappen bomen en woning verzoeker 215 meter. Beperkt zicht. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de ruimtelijke uitstraling van de kap van de bomen en de gevolgen daarvan op verzoekers woon- en leefklimaat te beperkt zijn om aan te nemen dat hij gevolgen van enige betekenis zal ondervinden van de verleende kapvergunning (omgevingsvergunning).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2023:571:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK limburg</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: ROE 22/2765</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 januari 2023</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam] , te [woonplaats] , verzoeker,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sittard-Geleen</emphasis>, verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: mr. J.L. Stoop).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als derde-partij (vergunninghouder) heeft aan het geding deelgenomen: de gemeente Sittard-Geleen</para>
      <para>(gemachtigde: mr. [naam gemachtigde 1] ).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 21 oktober 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder vergunninghouder een omgevingsvergunning ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) verleend voor het kappen van bomen in de Kummenaedestraat 45 te Geleen in verband met vernieuwbouw van sportpark Glanerbrook. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter tevens verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 januari 2023. Verzoeker is verschenen.</para>
      <para>Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en mr. [naam gemachtigde 2] . Namens vergunninghouder is verschenen zijn gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling door de voorzieningenrechter</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleiding.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. In artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat indien tegen een besluit, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt, de rechter van de bestuursrechter die bevoegd kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening kan treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.</para>
    <para>2. De voorzieningenrechter concludeert dat aan de twee in artikel 8:81 van de Awb neergelegde formele vereisten is voldaan, nu verzoeker een bezwaarschrift heeft ingediend tegen het besluit ter zake waarvan de voorlopige voorziening wordt gevraagd en de bestuursrechter bevoegd moet worden geacht om van de (eventuele) hoofdzaak kennis te nemen. Voorts is de voorzieningenrechter van oordeel dat het spoedeisende belang bij het onderhavige verzoek genoegzaam is aangetoond. Daartoe overweegt zij dat verweerder ter zitting heeft verklaard dat het voornemen bestaat om het merendeel van de bomen nog deze maand te kappen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Is verzoeker belanghebbende bij het primaire besluit ?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Voordat de voorzieningenrechter toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het geschil dient zij na te gaan of verzoeker kan worden aangemerkt als belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2 van de Awb bij onderhavig besluit.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Ingevolge artikel 1:2 van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.</para>
      <para />
      <para>4. Op grond van vaste jurisprudentie<footnote-ref linkend="_f0a829ab-e5a7-4ba7-ae65-9f90b55db484" /> is degene die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit die het besluit - zoals een vergunning - toestaat, in beginsel belanghebbende bij dat besluit. Het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’ van de activiteit is een correctie op dit uitgangspunt. Zonder gevolgen van enige betekenis heeft iemand geen persoonlijk belang bij het besluit. Hij onderscheidt zich dan onvoldoende van anderen. Om te bepalen of er gevolgen van enige betekenis voor de woon- of leefsituatie van iemand zijn, kijkt de voorzieningenrechter naar de factoren afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en (eventuele) milieugevolgen van de activiteit die het besluit toestaat. De voorzieningenrechter bekijkt die factoren zo nodig in onderlinge samenhang. </para>
      <para />
      <para>5. De voorzieningenrechter heeft ter zitting vastgesteld dat de afstand tussen de woning van verzoeker en de dichtstbijzijnde groep te kappen bomen ongeveer 215 meter bedraagt. Voorts heeft de voorzieningenrechter ter zitting vastgesteld dat verzoeker vanuit zijn woning en tuin slechts een beperkt zich heeft op de te kappen bomen vanwege de aanwezigheid van een circa 4 meter hoog talud, dat zich tussen de te kappen bomen en de woning van verzoeker bevindt. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is deze afstand te groot en het zicht te beperkt om als belanghebbende te kunnen worden aangemerkt. Over de stelling van verzoeker dat de gevolgen voor hem ook zijn gelegen in de aantasting van zijn leefomgeving (minder wandelgebied en minder goede luchtkwaliteit) overweegt de voorzieningenrechter het volgende. Verzoeker heeft niet aannemelijk heeft gemaakt dat de kap van de 133 bomen in kwestie gevolgen van enige betekenis zal hebben voor de luchtkwaliteit bij zijn woning. Hierbij is, afgezien van de afstand tot de bomen, van belang dat aan de vergunning het voorschrift is verbonden dat 67 bomen dienen te worden herplant  zodat slechts een relatief beperkt aantal bomen definitief zal verdwijnen. Het feit dat verzoeker veel wandelt ter plaatse van de te kappen bomen, is een situatie die alle omwonenden treft en leidt, naar het oordeel van de voorzieningenrechter, voor verzoeker niet tot een persoonlijk geraakt belang waarin hij zich onderscheidt van anderen. </para>
      <para />
      <para>6. Op grond van voorgaande overwegingen is de voorzieningenrechter van oordeel dat de ruimtelijke uitstraling van de kap van de bomen en de gevolgen daarvan op verzoekers woon- en leefklimaat te beperkt zijn om aan te nemen dat hij gevolgen van enige betekenis zal ondervinden van de verleende kapvergunning (omgevingsvergunning). Dit betekent dat verzoeker niet als belanghebbende bij het primaire besluit kan worden aangemerkt. De voorzieningenrechter komt dan ook niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het geschil.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. D.J.E. Hamers-Aerts, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.W. Seylhouwer, griffier<emphasis role="italic">. </emphasis>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 januari 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier is verhinderd te ondertekenen			voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: 25 januari 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
  </section>
  <footnote id="_f0a829ab-e5a7-4ba7-ae65-9f90b55db484" label="1">
    <para> Bijvoorbeeld: ECLI:NL:RVS:2022:1832.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>