<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2023:4222</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-01T08:00:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-07-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ROE 21/1425</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2023:4222">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2023:4222</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-31T19:56:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2023:4222 Rechtbank Limburg , 20-07-2023 / ROE 21/1425</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2023:4222:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Gedeeltelijk openbaarmaking.</para>
        <para>Wob-verzoek. Persoonlijke beleidsopvattingen. Intern beraad. Milieu informatie. Gedeeltelijke openbaarmaking mogelijk ?</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2023:4222:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">RECHTBANK limburg</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Roermond</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: ROE 21/1425</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 juli 2023</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">in de zaak tussen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [eiser]
      </emphasis>, te [woonplaats] , eiser,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>en</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">het college van gedeputeerde staten van de provincie Limburg</emphasis>, verweerder</para>
    <para>(gemachtigde: mr. K. Germs).</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Procesverloop </emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bij besluit van 30 november 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder eiser meegedeeld niet over te gaan tot het verstrekken van de door hem gevraagde informatie/documenten. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bij besluit van 7 april 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Eiser heeft de rechtbank toestemming verleend om mede op grond van de stukken waarvoor beperkte kennisneming is gevraagd<footnote-ref linkend="_33c0e3b5-43dc-4844-8b5c-285a9e629177" /> door verweerder, uitspraak te doen.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 juni 2023. Eiser is verschenen. </para>
    <para>Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">Inleiding.</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para>1. Eiser heeft op 17 november 2020 een informatieverzoek ingediend bij verweerder in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Zijn verzoek heeft betrekking op de verslagen en beoordelingen die zijn opgemaakt door de RUD Zuid-Limburg (RUD) naar aanleiding van de ontvangen onderzoeken bij de aanmeldnotitie mer-beoordeling ten behoeve van het oprichten van een Biomeiler installatie door [bedrijfsnaam] te [vestigingsplaats] . De documenten waarom eiser heeft verzocht betreffen concreet: e-mail geuronderzoek d.d. 5 juli 2020; e-mail luchtonderzoek d.d. 5 juli 2020 en e-mail advies akoestisch rapport d.d. 11 juni 2019. </para>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">Toetsingskader.</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para>2. Ingevolge artikel 2 van de Wob verstrekt een bestuursorgaan bij de uitvoering van zijn taak, onverminderd het elders bij wet bepaalde, informatie overeenkomstig deze wet en gaat daarbij uit van het algemeen belang van openbaarheid van informatie.</para>
  <parablock>
    <para>Ingevolge artikel 11, eerste lid, van de Wob wordt in geval van een verzoek om informatie uit documenten, opgesteld ten behoeve van intern beraad<footnote-ref linkend="_e97e4aef-c3fc-488f-83d8-e0e729cb0331" />, geen informatie verstrekt over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen<footnote-ref linkend="_68506813-620f-4044-b3ac-3fee9217251e" />.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Op grond van vaste rechtspraak <footnote-ref linkend="_afae29c6-3eee-4f64-8b4c-cf71df867c1b" />volgt uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 11 van de Wob (Kamerstukken II 1986/87, 19 859, nr. 3, blz. 13) dat het interne karakter van een stuk wordt bepaald door het oogmerk waarmee dit is opgesteld. Degene die het document heeft opgesteld moet de bedoeling hebben gehad dat dit zou dienen voor hemzelf of voor het gebruik door anderen binnen de overheid. Ook documenten die afkomstig zijn van derden die niet tot de kring van de overheid behoren, kunnen worden aangemerkt als documenten die zijn opgesteld ten behoeve van intern beraad indien de documenten met dat oogmerk zijn opgesteld. </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een bestuursorgaan dient per zelfstandig onderdeel van een document voor intern beraad met informatie over een bepaalde bestuurlijke aangelegenheid, zoals alinea’s, te bezien of dit zelfstandig onderdeel persoonlijke beleidsopvattingen bevat en, wanneer in de opvattingen informatie van feitelijke aard is opgenomen, of de persoonlijke beleidsopvattingen zodanig met deze feitelijke gegevens zijn verweven dat deze niet zijn te scheiden. In geval van verwevenheid mag in beginsel het betrokken onderdeel van het document worden geweigerd op grond van artikel 11 van de Wob. Een bestuursorgaan hoeft niet binnen een zelfstandig onderdeel van een document per zin of zinsdeel te bepalen of verwevenheid een weigering kan rechtvaardigen<footnote-ref linkend="_a3800cab-f651-4f22-8aff-2301aac03a9f" />.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Verweerder heeft verder bevestigd dat er in dit geval sprake is van milieu-informatie.<footnote-ref linkend="_8df5e693-bafa-492f-b60a-e3428f077de2" />  Op grond van vaste rechtspraak<footnote-ref linkend="_f24c3f27-6c59-4266-b085-3ffb3223cf30" /> volgt uit artikel 11, vierde lid, van de Wob dat, in het geval van milieu-informatie, het belang van de bescherming van persoonlijke beleidsopvattingen van geval tot geval dient te worden afgewogen tegen het door artikel 2, eerste lid, van de Wob vooropgestelde belang van openbaarheid. Dit betekent dat in geval van milieu-informatie enerzijds het belang van openbaarheid in beginsel vooropstaat, maar dat dit belang anderzijds moet worden afgewogen tegen alle legitieme belangen die zich tegen openbaarmaking verzetten. Mogelijkheden om belangen die zich in beginsel verzetten tegen openbaarmaking van de betrokken documenten op andere wijze te beschermen dan door de documenten in het geheel niet openbaar te maken, moeten zoveel mogelijk worden benut. Waar de tweede en de derde volzin van artikel 11, vierde lid, van de Wob bepalen dat informatie over persoonlijke beleidsopvattingen kan worden verstrekt in niet tot personen herleidbare vorm en dat het in niet tot personen herleidbare vorm verstrekken achterwege kan blijven als de betrokken personen daarmee hebben ingestemd, betekent dit dat deze mogelijkheden mede in aanmerking moeten worden genomen bij de door de eerste zin vereiste afweging van belangen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Is het bestreden besluit voldoende gemotiveerd ?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. De rechtbank stelt vast dat uit het bestreden besluit niet blijkt of aan de betreffende ambtena(a)r(en) is gevraagd of hij kan instemmen met openbaarmaking van de betreffende documenten.<footnote-ref linkend="_8c4a10af-2485-4f3e-a1e6-f18712a20e3d" /> Omdat verweerder ter zitting heeft verklaard dat dit wel is gebeurd en de ambtena(a)r(en) daar niet mee instemt, is de rechtbank van oordeel dat dit motiveringsgebrek is hersteld.</para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank stelt verder vast dat uit het bestreden besluit ook niet blijkt waarom de betreffende documenten niet kunnen worden ‘geanonimiseerd’ dat wil zeggen in niet tot personen herleidbare vorm kunnen worden versterkt. Ter zitting heeft verweerder in dit verband verklaard dat er bij de RUD zo weinig deskundigen/specialisten werken dat anonimiseren niet zinvol is. Verweerder heeft hierover geen verdere informatie verstrekt. De rechtbank is van oordeel dat deze stelling van verweerder onvoldoende -feitelijk- is onderbouwd. Zoals hiervoor is weergegeven, moeten, nu het hier gaat om milieu-informatie, mogelijkheden om belangen die zich in beginsel verzetten tegen openbaarmaking van de betrokken documenten op andere wijze te beschermen dan door de documenten in het geheel niet openbaar te maken, zoveel mogelijk worden benut. Verweerder moet dus goed onderzoeken of het mogelijk is om de stukken alsnog geanonimiseerd openbaar te maken. Als verweerder toch tot de conclusie zou komen dat anonimiseren niet mogelijk is, zal hij dit gedegen moeten onderbouwen..</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is dan ook van oordeel dat het bestreden besluit voor wat betreft dit onderdeel onvoldoende is gemotiveerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Heeft verweerder een belangenafweging gemaakt?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. De rechtbank is van oordeel dat uit het bestreden besluit niet blijkt dat de bij milieu-informatie vereiste belangenafweging tussen het belang van de bescherming van de persoonlijke beleidsopvattingen enerzijds en het belang van openbaarmaking van de documenten anderzijds heeft plaatsgevonden. Ter zitting heeft verweerder verklaard dat de relevante milieu-informatie (de onderzoeksrapporten) al openbaar is gemaakt in het besluit op de mer-aanmeldnotitie (ook aan eiser toegezonden). De rechtbank is van oordeel dat hiermee niet is gemotiveerd waarom het belang van de persoonlijke beleidsopvattingen van de ambtenaar zwaarder zou wegen dan het (algemene) belang van openbaarmaking van de documenten die immers ook betrekking hebben op milieu-informatie.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Is gedeeltelijke openbaarmaking van de documenten mogelijk?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de persoonlijke beleidsopvattingen van de ambtena(a)r(en) zodanig (onderling) verweven zijn met de feitelijke gegevens in de documenten dat gedeeltelijke openbaarmaking van de documenten niet mogelijk zou zijn.</para>
    <para />
    <para>8. De rechtbank overweegt dat verweerder allereerst zal moeten heroverwegen of openbaarmaking van de documenten niet mogelijk is, gelet op wat hier voor is overwogen. Mocht verweerder toch weer tot de conclusie komen dat de documenten niet in zijn geheel openbaar gemaakt kunnen worden, dan overweegt de rechtbank, na kennisname van de betreffende documenten, dat grotendeels sprake is van verwevenheid als bedoeld in artikel 11 van de Wob. Echter de documenten bevatten ook feitelijke op-/aanmerkingen van de amtena(a)r(en). Gelet op de hiervoor vermelde rechtspraak is de rechtbank van oordeel dat verweerder moet motiveren waarom ook deze onderdelen/alinea’s uit de documenten niet openbaar gemaakt kunnen worden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>9. De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit voor wat betreft een aantal onderdelen onvoldoende is gemotiveerd. Dit betekent dat het bestreden besluit moet worden vernietigd. Het beroep is gegrond. Omdat de (motiverings) gebreken in de besluitvorming (mogelijk) door verweerder kunnen worden hersteld, ziet de rechtbank geen mogelijkheid om zelf in de zaak te voorzien.</para>
    <para />
    <para>10. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht vergoedt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>11</nr>Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt het bestreden besluit;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt verweerder op het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E.J. Sprakel, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. E.W. Seylhouwer, griffier<emphasis role="italic">. </emphasis>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2023</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De rechter is verhinderd de uitspraak mede te ondertekenen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: 20 juli 2023</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_33c0e3b5-43dc-4844-8b5c-285a9e629177" label="1">
    <para> Ex artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb),</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e97e4aef-c3fc-488f-83d8-e0e729cb0331" label="2">
    <para> Onder intern beraad wordt verstaan: het beraad over een bestuurlijke aangelegenheid binnen een bestuursorgaan, dan wel binnen een kring van bestuursorganen in het kader van de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een bestuurlijke aangelegenheid.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_68506813-620f-4044-b3ac-3fee9217251e" label="3">
    <para> Onder persoonlijke beleidsopvatting wordt verstaan: een opvatting, voorstel, aanbeveling of conclusie van een of meer personen over een bestuurlijke aangelegenheid en de daartoe door hen aangevoerde argumenten.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_afae29c6-3eee-4f64-8b4c-cf71df867c1b" label="4">
    <para> Bijvoorbeeld: ECLI:NL:RVS:2018:3299.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a3800cab-f651-4f22-8aff-2301aac03a9f" label="5">
    <para> ECLI:NL:RVS:2018:314.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8df5e693-bafa-492f-b60a-e3428f077de2" label="6">
    <para> Op grond van artikel 11, vierde lid, van de Wob wordt bij milieu-informatie in afwijking van het eerste lid, het belang van de bescherming van de persoonlijke beleidsopvattingen afgewogen tegen het belang van openbaarmaking. Informatie over persoonlijke beleidsopvattingen kan worden verstrekt in niet tot personen herleidbare vorm. Het tweede lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f24c3f27-6c59-4266-b085-3ffb3223cf30" label="7">
    <para> Bijvoorbeeld: ECLI:NL:RVS:2017:1298..</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8c4a10af-2485-4f3e-a1e6-f18712a20e3d" label="8">
    <para> Over persoonlijke beleidsopvattingen kan met het oog op een goede en democratische bestuursvoering informatie worden verstrekt in niet tot personen herleidbare vorm. Indien degene die deze opvattingen heeft geuit of zich erachter heeft gesteld, daarmee heeft ingestemd, kan de informatie in tot personen herleidbare vorm worden verstrekt.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>