<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2023:3910</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-05T13:29:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-06-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10090409 MS VERZ 22-1150</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2023:3910">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2023:3910</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-05T13:29:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2023:3910 Rechtbank Limburg , 13-06-2023 / 10090409 MS VERZ 22-1150</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2023:3910:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Artikelen 1:450 en 7:465 BW. Verzoek instelling mentorschap op aanraden zorginstelling. Geneeskundige behandelingsovereenkomst. Afwijzing verzoek. De minder ver strekkende maatregel uit artikel 7:465 BW verkiest de voorkeur.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2023:3910:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK LIMBURG</title>
    <parablock>
      <para>Team Toezicht</para>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10090409 MS VERZ 22-1150</para>
      <para>Uitspraakdatum: 13-06-2023</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beschikking afwijzing verzoek instelling mentorschap</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>naar aanleiding van het verzoek van:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verzoekster] ,</title>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats 1] , [adres 1] ,</para>
      <para>hierna: de verzoekster,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>met betrekking tot:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [betrokkene] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1952,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] , [adres 2] ,</para>
      <para>hierna: de betrokkene.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>procedure</title>
    <para>De kantonrechter heeft kennisgenomen van:</para>
    <para>- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 9 september 2022,</para>
    <para>- de akkoordverklaring van Stichting Beschermingsbewind Heel, zijnde de bewindvoerder over de goederen die aan de betrokkene (zullen) toebehoren, ontvangen op 7 oktober 2022.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 4 januari 2023. Verschenen zijn:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de verzoekster, vergezeld van [naam 1] ,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>mevrouw [naam 2] namens de zorginstelling waar de betrokkene verblijft.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <parablock>
      <para>De betrokkene is niet gehoord, omdat uit de stukken voldoende blijkt dat hij niet in staat is om zijn mening kenbaar te maken.</para>
      <para>De kantonrechter heeft op deze zitting de behandeling van het verzoek aangehouden, in afwachting van een nadere onderbouwing van het verzoek. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 1 mei 2023 heeft de kantonrechter de heer [naam bestuurder] , bestuurder van de zorginstelling waar de betrokkene verblijft, gehoord. De kantonrechter heeft vervolgens kennisgenomen van de brief van [naam bestuurder] voornoemd, ontvangen op 23 mei 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>verzoek</title>
    <para>Het verzoek strekt tot instelling van een mentorschap ten behoeve van de betrokkene.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>beoordeling</title>
    <para>Ingevolge artikel 7:465 van het Burgerlijk Wetboek (BW), een van de bepalingen met betrekking tot de geneeskundige behandelingsovereenkomst moet - als de patiënt niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake - de hulpverlener de verplichtingen voortvloeiende uit de bepalingen over de geneeskundige behandelingsovereenkomst nakomen jegens de echtgenoot, de geregistreerde partner of andere levensgezel van de patiënt, dan wel als een zodanige persoon ontbreekt, jegens een ouder, kind, broer of zus van de patiënt, tenzij de patiënt dat niet wenst. Dit geldt niet als de meerderjarige een curator of een mentor heeft.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster heeft ter zitting verklaard dat haar door de zorginstelling waar de betrokkene verblijft, is opgedragen om mentorschap aan te vragen. De betrokkene is zeer ernstig verstandelijk beperkt. Ook is bij hem sprake van een autismespectrumstoornis en beginnende dementie. Naar verwachting zal de betrokkene de komende jaren verder achteruitgaan in zijn functioneren. Een mentor kan de belangen van de betrokkene zowel op financieel als op juridisch gebied behartigen en de wensen van de betrokkene zo veel als mogelijk omzetten naar concrete acties passend binnen de mogelijkheden van de betrokkene, aldus de verklaring van de zorginstelling die als bijlage bij het verzoek is gevoegd. Verzoekster heeft verklaard dat zij al vele jaren de (gezondheidsrechtelijke) belangen van de betrokkene behartigt en dat zij bereid is om dit te blijven doen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zorginstelling waar de betrokkene verblijft heeft, in de brief ontvangen op 23 mei 2023, verklaard dat de wettelijke vertegenwoordiging van de betrokkene op basis van artikel 7:465 BW voldoende geborgd is en dat daarom het verzoek kan worden afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vermogensrechtelijke belangen van de betrokkene worden behartigd door de bewindvoerder. De bewindvoerder is als zodanig de wettelijk vertegenwoordiger van de betrokkene op onder meer financieel gebied. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat het instellen van een mentorschap geen toegevoegde waarde heeft boven de minder ver strekkende maatregel van artikel 7:465 BW. Dit zou alleen anders kunnen zijn als het nakomen van de verplichtingen voortvloeiende uit de bepalingen over de geneeskundige behandelingsovereenkomst niet verenigbaar is met de zorg van een goed hulpverlener. Dat hiervan sprake zou zijn, is echter op geen enkele wijze gebleken. De kantonrechter zal het verzoek daarom afwijzen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>- wijst het verzoek af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. W.F.J. Aalderink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier, L.W.H. Rademacher.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>