<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2023:3633</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-30T11:40:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-06-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ROE 21/1381 en ROE 21/1604</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2023:3633">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2023:3633</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-30T11:39:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2023:3633 Rechtbank Limburg , 20-06-2023 / ROE 21/1381 en ROE 21/1604</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2023:3633:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroepen tegen omgevingsvergunning voor verbouwing café naar restaurant. Beroep van vergunninghouder tegen voorschrift over bijdrage aan parkeerfonds ongegrond: dat in de omgeving in de huidige situatie reeds voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn, betekent niet dat de bijdrage niet kan worden vereist als op eigen terrein niet in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Beroep van omwonende eveneens ongegrond: niet gebleken dat sprake is van strijd met het Bouwbesluit 2012.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2023:3633:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK limburg</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: ROE 21/1381 en ROE 21/1604</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 juni 2023</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">in de zaken tussen</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Horeca Exploitatie Maatschappij Maastricht BV h.o.d.n. Gastrobar Puro</emphasis>, te Maastricht, eiseres 1</para>
      <para>(gemachtigde: mr. M. van Sintmaartensdijk),</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres sub 2] , te [woonplaats 1] , eiseres 2</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. M. Breukers),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht</emphasis>, verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: mr. M.E.J.M. Vorstermans).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als belanghebbende (eigenaar) heeft aan het geding deelgenomen: <emphasis role="bold">[belanghebbende]</emphasis>, te [woonplaats 2]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. G.A.M. van de Wouw).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 26 februari 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiseres 1 (Gastrobar Puro) een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van het cafépand aan de Lage Kanaaldijk 54 in Maastricht naar een restaurant.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 30 maart 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van onder meer eiseres 2 deels gegrond verklaard onder aanpassing van een voorschrift van de omgevingsvergunning. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 mei 2023. Eiseres 2 is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Eiseres 1 is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en [naam] . Belanghebbende is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting is gebleken dat eiseres 1 inmiddels failliet is verklaard. De zaken zijn vervolgens op zitting behandeld met de mededeling dat nog contact zal worden opgenomen met de curator. Desgevraagd heeft de curator (mr. M. van Sintmaartensdijk) na de zitting verklaard dat hij het beroep handhaaft en dat hij geen prijs stelt op een hernieuwde behandeling van de beroepen ter zitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Inleiding</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Verweerder heeft met het primaire besluit aan eiseres 1 een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van het cafépand aan de Lage Kanaaldijk 54 in Maastricht naar een restaurant. Dit betreft een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen.<footnote-ref linkend="_184cd054-55ab-41f6-bd34-a84250dc6304" /> Aan deze omgevingsvergunning is het voorschrift verbonden dat voor twee parkeerplaatsen een bedrag van € 2.722,68 per parkeerplaats in het gemeentelijk parkeerfonds gestort moet worden. </para>
    <para />
    <para>2. Voor het pand geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint Pietersberg, Jekerdal, Cannerberg’<footnote-ref linkend="_451c1119-8bf3-4943-98eb-d20414402d7a" /> dat op het perceel de bestemming ‘Horeca’ legt. In de bestemming ‘Horeca’ wordt geen onderscheid gemaakt tussen een café en een restaurant. Op deze locatie geldt tevens het Facetbestemmingplan ‘Parkeren’.<footnote-ref linkend="_4e1a3ecb-d2d9-4631-bfd1-32dbafa9ef77" /></para>
    <para />
    <para>3. Tegen de omgevingsvergunning hebben diverse omwonenden, waaronder eiseres 2, bezwaar gemaakt. Bij het bestreden besluit, genomen op dit bezwaar, heeft verweerder het onder 1 genoemde voorschrift aangepast waardoor eiseres 1 voor acht parkeerplaatsen (in plaats van twee) een bijdrage in het parkeerfonds moet storten. </para>
    <para />
    <para>4. Eiseres 1 heeft beroep ingesteld omdat zij het niet eens is met de verhoging van de bijdrage in het parkeerfonds. Eiseres 2 heeft beroep ingesteld omdat zij zich zorgen maakt over de toenemende overlast van geluid en geur. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Deelname van de derde-belanghebbende</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. De derde-belanghebbende (nieuwe eigenaar van het pand) heeft ter zitting gevraagd om zijn reactie, waarin hij aansluit bij het beroep van eiseres 1, aan te merken als een (verschoonbaar te laat ingediend) beroep tegen het berstreden besluit. De rechtbank ziet daartoe geen aanleiding omdat de derde-belanghebbende niet zelfstandig beroep heeft ingesteld en niet eerder heeft verzocht de door eiseres 1 opgebouwde aanspraken op rechtsbescherming over te willen nemen. De derde-belanghebbende heeft ook de omgevingsvergunning (nog) niet op zijn naam laten zetten. De rechtbank beschouwt de derde-belanghebbende dus niet als eiser, maar (vanuit zijn positie als nieuwe eigenaar) als belanghebbende derde partij.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Het beroep van eiseres 1 (ROE 21/1604): de bijdrage in het parkeerfonds</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. De rechtbank moet in de eerste plaats beoordelen of het beroep van eiseres 1 ontvankelijk is. Het beroep is namelijk na afloop van de wettelijke beroepstermijn en dus te laat ingediend. Niet in geschil is echter dat verweerder het besluit niet aan de (toenmalige) gemachtigde van eiseres 1 (mr. Rijsterborgh) heeft gezonden en dat zij zo spoedig mogelijk nadat zij (via eiseres 1) op de hoogte raakte van het besluit, daartegen beroep heeft ingesteld. De rechtbank is gelet daarop van oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Dit betekent dat het beroep ontvankelijk is.</para>
    <para />
    <para>7. Eiseres 1 voert in beroep kort samengevat aan dat in de omgeving voldoende parkeergelegenheid aanwezig is en dat het bouwplan (de gebruikswijziging) dus niet zal zorgen voor een (onevenredige) toename in de parkeerdruk. Bovendien blijkt niet dat de verlangde financiële bijdrage zal worden aangewend om te voorzien in de parkeerbehoefte ten gevolge van het project van eiser.</para>
    <para />
    <para>8. De rechtbank overweegt hierover als volgt.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <parablock>
        <para>In artikel 3.1 het Facetbestemmingsplan Parkeren staat: </para>
        <para>“<emphasis role="italic">De in het plangebied aanwezige gronden mogen slechts worden bebouwd en/of in gebruik worden genomen en/of het gebruik van deze gronden mag enkel worden gewijzigd onder de voorwaarde dat voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en/of in stand gehouden.</emphasis>” <?linebreak?>In artikel 3.2 van het Facetbestemmingsplan Parkeren staat: </para>
        <para>“<emphasis role="italic">Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid indien voldaan wordt aan het parkeer(normen)beleid van het college van burgemeester en wethouders, getiteld 'Parkeernormen Maastricht 2017', zoals laatstelijk gewijzigd d.d. 11 juli 2017, met inbegrip van de daarin opgenomen afwijkingsmogelijkheden. Indien het parkeer(normen)beleid gedurende de planperiode wordt gewijzigd, is sprake van voldoende parkeergelegenheid wanneer aan dit gewijzigde beleid wordt voldaan.</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <parablock>
        <para>In de nota Parkeernormen Maastricht 2017<footnote-ref linkend="_f444655a-68de-4041-8607-7d100be6850d" /> staat het volgende:</para>
        <para>“<emphasis role="italic">Bij het toetsen van (ver)bouwplannen wordt de parkeereis berekend aan de hand van de vastgestelde parkeernormen. De initiatiefnemer moet in het (ver)bouwplan rekening houden met het realiseren van het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein conform de parkeereis. Bij een verbouwing telt slechts de toegevoegde parkeervraag mee. (…).</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">In de bouwverordening van de gemeente Maastricht</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_44f1a999-6e09-4cb3-a633-f8e830b63bc4" />
          <emphasis role="italic"> is bepaald dat burgemeester en wethouders vrijstelling kunnen verlenen van de verplichting dat in voldoende mate in de te verwachten parkeerbehoefte moet zijn voorzien in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het daarbij behorende erf. Als er te weinig parkeerplaatsen in het plan zijn opgenomen, kan een omgevingsvergunning worden geweigerd. Is aanleg of uitbreiding van parkeerplaatsen op eigen terrein niet mogelijk, dan kan onder voorwaarden vrijstelling worden verleend voor de parkeereis. Het verlenen van vrijstelling is onder andere mogelijk, indien op andere wijze in de benodigde parkeer of stallingsruimte wordt voorzien. Aan dit vereiste wordt voldaan als de gemeente op zich neemt zorg te dragen voor de benodigde parkeercapaciteit. De daarmee gemoeide kosten worden gefinancierd uit het Parkeerfonds. Dit houdt in dat in de omgevingsvergunning in relatie tot de hiervoor bedoelde vrijstelling de voorwaarde wordt opgenomen dat een bedrag van € 2.722,68 per parkeerplaats in het gemeentelijk Parkeerfonds dient te worden gestort.</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3.</nr>
      <para>Uit de onder 8.1 en 8.2 aangehaalde regeling, in samenhang gelezen, leidt de rechtbank af dat op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid moet worden gerealiseerd. Een uitzondering daarop is mogelijk mits een bijdrage wordt gestort in het parkeerfonds. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.4.</nr>
      <para>De rechtbank stelt vast dat in het bouwplan niet wordt voorzien in extra parkeerplaatsen op eigen terrein voor de door het plan veroorzaakte toename in de parkeerbehoefte. Aangezien uit parkeeronderzoek is gebleken dat er in de buurt voldoende vrije parkeerplaatsen aanwezig zijn, is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat eiseres 1 in aanmerking komt voor de in de nota Parkeernormen bedoelde vrijstelling of uitzondering van de parkeereis. Voorwaarde hiervoor is dat eiseres 1 een bijdrage per parkeerplaats in het parkeerfonds stort. De rechtbank ziet niet in dat dit een onredelijke eis is. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat ook als er in het openbaar gebied in de huidige situatie voldoende parkeergelegenheid is, toch de bijdrage wordt gevraagd omdat de huidige situatie kan veranderen in de toekomst. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.5.</nr>
      <para>De rechtbank stelt verder vast dat eiseres 1 de berekening van de toename aan parkeerbehoefte (acht parkeerplaatsen) niet heeft bestreden. Verweerder heeft de onjuiste berekening in het primaire besluit (twee parkeerplaatsen) naar aanleiding van het bezwaar van omwonenden mogen aanpassen naar dit aantal van acht. De toenmalige gemachtigde van eiseres 1 (mr. Lamers) heeft bovendien in zijn brief van 12 november 2019 verklaard dat eiseres 1 instemt met het storten van een bijdrage in het parkeerfonds voor (in totaal) acht parkeerplaatsen.</para>
      <para />
      <para>9. De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiseres 1 voor acht parkeerplaatsen een bijdrage in het parkeerfonds moet storten. Dat betekent dat het beroep van eiseres 1 ongegrond is en dat het betreffende voorschrift van de omgevingsvergunning in stand blijft.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Het beroep van eiseres 2 (ROE 21/1381): (geluid)overlast.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>10. Eiseres voert in beroep kort samengevat aan dat zij veel (geluid)overlast ervaart door de wijziging van café naar restaurant, omdat door de verbouwing het gehele pand wordt gebruikt in plaats van alleen de begane grond. In dit verband voert zij aan dat het afsluiten van het keukenraam onvoldoende is om de geluidoverlast van de (spoel)keuken te beperken en dat het gebruik van de trap om bouwkundige redenen gehorig is door resonantie van trillingen en geluid. Met betrekking tot de geluidoverlast van de installaties bepleit zij een aanvullend onafhankelijk akoestisch onderzoek, omdat niet vaststaat dat de maximale grens geluidwaarden (op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer) niet wordt overschreden.</para>
      <para />
      <para>11. De rechtbank overweegt hierover als volgt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>11.1.</nr>
      <para>De rechtbank stelt vast dat de (horeca)functie van restaurant past binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Dat is ook niet in geschil. Dit betekent dat, gelet op de beroepsgronden, het geschil zich toespitst op de toetsing van het bouwplan aan het Bouwbesluit 2012. Een (verdere) belangenafweging en toetsing aan het Activiteitenbesluit milieubeheer is immers niet aan de orde gelet op het beperkte wettelijke toetsingskader voor de onderhavige omgevingsvergunning.<footnote-ref linkend="_576bf32e-dacd-4edb-b050-f99f7725fd04" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>11.2.</nr>
      <para>De rechtbank is niet gebleken dat het bouwplan in strijd is met het Bouwbesluit 2012. De beroepsgronden geven geen aanleiding voor dat oordeel, nu daarin enkel zorgen worden geuit over geluidoverlast en wordt aangegeven dat niet bekend is of maximale geluidwaarden worden overschreden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>11.3.</nr>
      <para>Met betrekking tot de status van het geluidonderzoek/rapport door CBM van 22 januari 2019 overweegt de rechtbank dat daarop door de gemeente Maastricht een stempel is geplaatst: “<emphasis role="italic">behoort bij besluit van B&amp;W van 26 februari 2019</emphasis>”. Dat is het primaire besluit. Dit betekent naar het oordeel van de rechtbank dat het rapport deel uitmaakt van de verleende vergunning. De rechtbank stelt vervolgens vast dat uit dit rapport niet blijkt dat de geluidniveaus ter plaatse in strijd zouden zijn met in het Bouwbesluit 2012 (of het Activiteitenbesluit milieubeheer) gestelde geluideisen. Daarmee is er geen aanleiding voor het oordeel dat de gevraagde omgevingsvergunning niet kon worden verleend vanwege strijd met het Bouwbesluit 2012. Indien mocht blijken dat wel geluidnormen worden overschreden, dan kan verweerder daartegen handhavend optreden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>11.4.</nr>
      <para>In verband met dit laatste is nog relevant dat op 20 december 2019 een geluidmeting is verricht ter plaatse. Tijdens deze indicatieve meting bleken de installaties in het pand te voldoen aan de geluidnormen zoals gesteld in het Activiteitenbesluit milieubeheer, wat overigens los staat van onderhavige omgevingsvergunningverlening. Omdat Gastrobar Puro thans gesloten is heeft verweerder geen nieuwe geluidmeting kunnen laten verrichten. Verweerder heeft wel toegezegd dat, als er een nieuwe exploitant is, metingen zullen worden verricht van geluid en trillingen om te beoordelen of de regelgeving die geldt ter voorkoming van overlast wordt nageleefd.</para>
      <para />
      <para>12. Omdat niet is gebleken dat het bouwplan in strijd is met het Bouwbesluit 2012 en niet in geschil is dat het bouwplan voldoet aan de overige wettelijke beoordelingscriteria is de rechtbank van oordeel dat verweerder terecht heeft besloten de aangevraagde omgevingsvergunning te verlenen. Het beroep van eiseres 2 is ongegrond. De omgevingsvergunning blijft in stand.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>13. De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht onderhavige omgevingsvergunning heeft verleend met het voorschrift over de bijdrage in het parkeerfonds. De beroepen van eisers zijn ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Snijders, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. E.W. Seylhouwer, griffier<emphasis role="italic">. </emphasis>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 juni 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier is verhinderd deze	voorzitter</para>
      <para>uitspraak te ondertekenen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: 20 juni 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
  </section>
  <footnote id="_184cd054-55ab-41f6-bd34-a84250dc6304" label="1">
    <para> Artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingswet (Wabo).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_451c1119-8bf3-4943-98eb-d20414402d7a" label="2">
    <para> Vastgesteld op 22 november 2011.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4e1a3ecb-d2d9-4631-bfd1-32dbafa9ef77" label="3">
    <para> Vastgesteld op 29 mei 2018.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f444655a-68de-4041-8607-7d100be6850d" label="4">
    <para> Vastgesteld door verweerder op 11 juli 2017, geldend van 4 augustus 2017 tot en met 31 december 2021.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_44f1a999-6e09-4cb3-a633-f8e830b63bc4" label="5">
    <para> De rechtbank merkt hierover op dat sinds 29 november 2014 (door wijziging van de Woningwet) voorschriften over parkeren niet meer in de bouwverordening maar in het bestemmingsplan geregeld worden.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_576bf32e-dacd-4edb-b050-f99f7725fd04" label="6">
    <para> Artikel 2.10 van de Wabo.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>