<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2023:2371</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-05T14:09:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-03-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/312126 / FA RK 22-4553</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2023:2371">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2023:2371</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-05T14:08:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2023:2371 Rechtbank Limburg , 23-03-2023 / C/03/312126 / FA RK 22-4553</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2023:2371:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wijziging kinderbijdrage uithuisgeplaatst kind, omdat de vrouw zelf in de zorgkosten van dit kind kan voorzien en de man al langere tijd geen kinderbijdrage meer voldoet. De kinderbijdrage wordt nu bepaald op nihil.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2023:2371:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Limburg</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie en jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/03/312126 / FA RK 22-4553</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 23 maart 2023 betreffende alimentatie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de man] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>hierna te noemen de man,</para>
      <para>advocaat mr. L.J.W. van Kesteren, gevestigd te Zoetermeer,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam] , h.o.d.n. [handelsnaam] , </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Landgraaf,</para>
      <para>benoemd bij beschikking van deze rechtbank van 4 februari 2022 tot bewindvoerder over alle (toekomstige) goederen van:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vrouw] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>hierna te noemen de vrouw,</para>
      <para>advocaat mr. J.G. van Ek, gevestigd te Heerlen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Dit blijkt uit het volgende:</para>
      <para>- het verzoekschrift van de man, ingekomen bij de rechtbank op 6 december 2022;</para>
      <para>- het F9-formulier van de man, met bijlagen, ingekomen op 13 december 2022;</para>
      <para>- de referteverklaring van de bewindvoerder en de vrouw, ingekomen per e-mail op </para>
      <para>	26 januari 2023 en per post op 27 januari 2023.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vaststaande feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Deze rechtbank heeft op 10 augustus 2017 de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Die uitspraak is op 23 augustus 2017 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Uit het door echtscheiding ontbonden huwelijk is geboren de thans nog minderjarige:</para>
        <para>-	[minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] </para>
        <para>	2012, </para>
        <para>hierna te noemen: [minderjarige] .</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij voornoemde uitspraak heeft deze rechtbank aan de man een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding, hierna te noemen de kinderbijdrage, opgelegd van € 300,00 per maand, met ingang van 15 juli 2017.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ingevolge wettelijke indexering bedraagt die bijdrage per 1 januari 2023 € 345,49 per maand.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het verzoekschrift houdt in dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens, de kinderbijdrage zal wijzigen en met ingang van 1 februari 2022 zal bepalen op nihil, dan wel een zo laag mogelijk bedrag en met ingang van een zo vroeg mogelijke datum als door de rechtbank in goede justitie te bepalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De man stelt dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden op grond waarvan de eerdere rechterlijke uitspraak niet langer aan de wettelijke maatstaven voldoet en voert daartoe het volgende aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [minderjarige] is onder toezicht geplaatst van de Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg en uithuisgeplaatst bij de grootouders vaderszijde. Het hof te ’s-Hertogenbosch heeft bij beschikking van 29 september 2022 een zorgregeling tussen de man en [minderjarige] vastgesteld. De man gaat er, bij gebrek aan tegenbewijs, vanuit dat de vrouw zelf in haar zorgkosten van [minderjarige] kan voorzien, omdat zij eigen inkomen en kindgebonden budget ontvangt. De man betaalt al sinds februari 2022 geen kinderbijdrage meer. Helaas heeft de correspondentie tussen de advocaten en de bewindvoerder van de vrouw nog niet tot een vergelijk geleid. De man legt zijn verzoek dan ook voor aan de rechtbank. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Van de bewindvoerder en de vrouw is op 26 januari 2023 per e-mail en op </para>
        <para>27 januari 2023 per post een referteverklaring ontvangen, waaruit blijkt dat zij geen verweer zullen voeren tegen het door de man verzochte.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Kinderbijdrage</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het verzoek ten aanzien van de kinderbijdrage is op de wet gebaseerd en niet weersproken zodat de rechtbank dat zal toewijzen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Proceskostencompensatie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op de aard van de procedure zal de rechtbank bepalen dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>wijzigt de beschikking van deze rechtbank van 10 augustus 2017 (zaaknummer C/03/238846 / FA RK 17-2994), waarbij een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding werd opgelegd ten behoeve van de minderjarige:</para>
        <para>-	[minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] </para>
        <para>	2012, </para>
        <para>in die zin dat deze met ingang van 1 februari 2022 wordt bepaald op nihil;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten tussen partijen in die zin dat elk van hen de eigen kosten draagt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart deze uitspraak uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beschikking is gegeven door mr. M.A.M. van Uum, rechter, en ter openbare civiele terechtzitting van 23 maart 2023 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>VH</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para>Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:</para>
                <para>a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;</para>
                <para>b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>