<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2023:2043</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-22T15:00:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-03-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03.140320.20 en 03.107207.21 (ttz. gev.)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2023:2043">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2023:2043</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-22T12:35:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2023:2043 Rechtbank Limburg , 22-03-2023 / 03.140320.20 en 03.107207.21 (ttz. gev.)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2023:2043:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>De verdachte is voor het verkopen en verstrekken van harddrugs, het aanwezig hebben van hard- en softdrugs, het witwassen van € 54.326,- en  het medeplegen van het voorhanden hebben van een wapen en patronen van categorie 3 WWM veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden. </para>
        <para>Tevens is hij veroordeeld voor het vervoeren van harddrugs en het beledigen van twee verbalisanten tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden.  </para>
        <para>Ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel voor een bedrag van € 66.249,-.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2023:2043:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummers: 03.140320.20 en 03.107207.21 (ttz. gev.)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 22 maart 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1984,</para>
      <para>wonende te [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte wordt bijgestaan door mr. J.P. Plasman, advocaat, kantoorhoudende te Amsterdam.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 8 maart 2023. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. De zaak wordt tegelijkertijd maar – om systeemtechnische redenen – niet gevoegd behandeld met de strafzaak tegen de verdachte met de (gevoegde) parketnummers 03/720987-18 en 03/866020-20.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlasteleggingen zijn als bijlagen aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er in de zaak met parketnummer 03.140320.20, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte: </para>
      <para>398,62 gram cocaïne heeft vervoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er in de zaak met parketnummer 03.107207.21, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte: </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 1:</emphasis> 2,87 gram cocaïne heeft vervoerd;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 2:</emphasis> verbalisanten [naam 1] en [naam 2] heeft beledigd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de drie ten laste gelegde feiten. In de zaak met parketnummer 03.140320.20 verwijst de officier van justitie naar het proces-verbaal van bevindingen waaruit blijkt dat de verdachte in een auto reed waarin later 398,62 gram cocaïne is aangetroffen. Ten aanzien van de feiten in de zaak met parketnummer 03.107207.21 heeft de officier van justitie verwezen naar het proces-verbaal van bevindingen waarin wordt gerelateerd dat op de plek in het dienstvoertuig waar de verdachte had gezeten, cocaïne werd aangetroffen. In hetzelfde proces-verbaal wordt gerelateerd dat de verdachte beide verbalisanten heeft beledigd.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>In de zaak met parketnummer 03.140320.20 heeft de raadsman vrijspraak bepleit. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de fouillering en aanhouding van de verdachte en de doorzoeking van zijn auto onrechtmatig zijn geweest. Dit levert een onherstelbaar vormverzuim op als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (Sv). Dit dient vervolgens te leiden tot bewijsuitsluiting van al hetgeen uit deze dwangmiddelen is voortgevloeid. Bij gebrek aan ander bewijs, dient vrijspraak te volgen. </para>
        <para>De raadsman heeft zich ten aanzien van de feiten in de zaak 03.107207.21 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met dien verstande dat onder 1 slechts het voorhanden hebben van de cocaïne bewezen kan worden. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verweer strekkende tot bewijsuitsluiting</emphasis>
        </para>
        <para>Bij de staandehouding van de verdachte in het kader van de Wegenverkeerswet 1994 kon de verdachte alleen een rijbewijs en geen kentekenbewijs overhandigen. Hij vertelde dat hij de auto had geleend van een vriend, maar kon pas na aarzeling vertellen hoe deze vriend heette. Hierbij gedroeg hij zich nerveus. Toen de verdachte desgevraagd uitstapte, zagen de verbalisanten een fles onder de bestuurdersstoel liggen. Desgevraagd deelde de verdachte mede dat hij niets onder zijn stoel had liggen, gooide hij het portier van de auto dicht en ging ervoor staan. De verbalisanten zagen dat de verdachte daarbij zenuwachtiger werd en hoorden dat hij zei: “jullie komen niet in mijn auto”. De verbalisanten controleerden de verdachte vervolgens in de politiesystemen. Daaruit bleek dat hij antecedenten had met betrekking tot de Opiumwet, de Wet wapens en munitie en vermogensdelicten. Verbalisanten vroegen de verdachte om zijn broekzakken te legen, waarop de verdachte verklaarde niets in zijn zakken te hebben. De verbalisanten zagen echter dat er duidelijk iets in zijn zakken zat. Toen hij ook aan een tweede verzoek om zijn zakken te legen niet voldeed, gingen verbalisanten over tot fouillering van de verdachte. Daarbij werden geen voor dit onderzoek relevante voorwerpen aangetroffen. </para>
        <para>Vervolgens zijn de verbalisanten overgegaan tot doorzoeking van het voertuig, waarbij onder de bestuurdersstoel een witkleurig pakket omhuld met huishoudfolie werd aangetroffen. Hierop is de verdachte aangehouden op verdenking van overtreding van de Opiumwet. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op zijn zenuwachtig gedrag, de antecedenten het willen afschermen van hetgeen onder de bestuurdersstoel lag en het liegen dat er niets in zijn zakken zat, hadden de verbalisanten voldoende reden om over te gaan tot fouillering van de verdachte. Voor zover aan de fouillering van de verdachte al een gebrek zou kleven, is dit niet van belang, nu hieruit geen bewijs is gekomen voor het strafbare feit dat hem wordt verweten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verbalisanten konden naar het oordeel van de rechtbank in redelijkheid aan de hierboven beschreven feiten en omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan opzettelijke overtreding van artikel 2, aanhef en onder B of C van de Opiumwet ontlenen. Dit zijn feiten als omschreven in artikel 67, eerste lid, Sv. Derhalve was de doorzoeking van de auto op grond van artikel 96b, eerste lid, Sv, rechtmatig en is bewijsuitsluiting niet aan de orde. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bewijsmiddelen in de zaak met parketnummer 03.140320.20</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_cc3ecd75-39b3-49cf-a1a3-63fee68c68f5" />
        </para>
        <para>Op 24 mei 2020 bevonden verbalisanten [naam 3] en [naam 4] zich op de A2 richting het zuiden ter hoogte van Nederweert, gemeente Weert. Zij zagen een Citroën Cactus rijden met daarin één persoon. </para>
        <para>Het voertuig werd vervolgens op grond van de Wegenverkeerswet 1994 een volgteken gegeven. De bestuurder werd staandegehouden . De bestuurder overhandigde na vordering zijn rijbewijs. Het rijbewijs stond op naam van de verdachte. Onder de bestuurdersstoel lag een witkleurig pakket omhuld met huishoudfolie. Onder de huishoudfolie zat een sealbag met blauwe sluiting. In de sealbag lagen losse brokken en poeder.<footnote-ref linkend="_f67f88a9-9e3f-48e9-af35-1e6c13f0032f" /></para>
        <para>Het witkleurige pakket werd in beslag genomen.<footnote-ref linkend="_6d163609-618e-4fbb-a168-267fc8bdcdab" /> Het nettogewicht van de transparante kunststof gripzak met een blauw gekleurde zipsluiting van de winkelketen "Jumbo", </para>
        <para>met daarin witte brokken en poeder betrof 398,62 gram.<footnote-ref linkend="_e5e87a2c-35b4-4332-9bf1-87a1f5777717" /> Een monster van de poeder en brokjes, wit, uit 398,62 gram is getest door het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI). Het bleek cocaïne te bevatten.<footnote-ref linkend="_b6772197-0abc-414a-b7fd-eab639025535" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het nerveuze gedrag en zijn poging de verdovende middelen af te schermen door zijn portier te sluiten en ervoor te gaan staan, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan dat de verdachte wist dat hij cocaïne vervoerde en hierop ook opzet had. De rechtbank acht dit feit dan ook wettig en overtuigend bewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bewijsmiddelen in de zaak met parketnummer 03.107207.21</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_53ff3857-9c91-45a6-98cd-0a56fd7086fd" />
        </para>
        <para>Op 6 augustus 2020 wordt verdachte op de hoek van de [straat 1] met de </para>
        <para>
          [straat 2] te Maastricht aangehouden op verdenking van overtreding van de Opiumwet. Op het moment van aanhouding zagen de verbalisanten dat er zich enkele mensen op straat bevonden en dat deze mensen bleven staan kijken naar de aanhouding. </para>
        <para>De verbalisanten  [naam 1] , inspecteur van politie Eenheid Limburg en [naam 2] , hoofdagent van politie Eenheid Limburg, hoorden dat verdachte onophoudelijk beledigende termen tegen hen riep. De verdachte zei: “Kankerhoerenkinderen, vieze kankermoeders, NSB-ers, kankerhoeren, smerige goedkope kanker NSB-ers, kankermietjes, kruimel kankerdieven, vieze kankernazi’s, ik zweer ik had jullie kankermoeders moeten rammen, kanker nazi officier, jullie kunnen niks, de kankernazitijd is voorbij, vieze honden, Hitler jullie baas is dood, jullie koning en jullie kankermaatschappij is naar de klote ik </para>
        <para>hoop dat jullie niet van deze corona afkomen, jullie gaan kapot, zielige mensen”. </para>
        <para>Al deze uitingen riep verdachte tegen de verbalisanten terwijl hij de verbalisanten aankeek en met zijn hoofd in hun richting knikte. Alle mensen welke zich op straat bevonden hoorden deze uitingen en beledigende woorden van de verdachte in de richting van verbalisanten, die zich hierdoor daadwerkelijk beledigd voelden.<footnote-ref linkend="_97dca40b-beda-40ec-a653-e2b07834a268" /></para>
        <para>Toen de verdachte was aangekomen op het politiebureau, werd het dienstvoertuig gecontroleerd. Tussen de zitting van de stoel waar de verdachte had gezeten en de deur lag een doorzichtig zakje. In het doorzichtige zakje zaten meerdere witte sealbags. De verbalisanten hadden het voertuig ook vooraf gecontroleerd. Het kon niet anders dan dat verdachte het doorzichtige zakje met de witte sealbags in het voertuig achtergelaten had.<footnote-ref linkend="_1acd3211-d08b-4550-973d-f418caad684c" /> De seals werden in beslag genomen.<footnote-ref linkend="_173eaf50-cb9e-49a7-ad97-616a33228414" /> Er werden monsters genomen en het poeder werd gewogen. De grote seal woog 0,78 gram, netto en de 3 kleinere sealtjes: 2,09 gram.<footnote-ref linkend="_f625b636-f93d-40eb-9d25-2f9e4b2143dd" /> Deze monsters werden door het NFI onderzocht. Ze bleken cocaïne te bevatten.<footnote-ref linkend="_248194c8-7a23-4b3a-ac67-1bb18f4ba704" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van het voorgaande acht de rechtbank beide feiten bewezen. Het opzet op het vervoeren van de verdovende middelen blijkt uit de omstandigheid dat de verdachte zich hiervan kennelijk op weg naar het politiebureau heeft trachten te ontdoen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht bewezen dat de verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Parketnummer 03.140320.20</emphasis>
        </para>
        <para>op 24 mei 2020 in de gemeente Weert opzettelijk heeft vervoerd 398,62 gram cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Parketnummer 03.107207.21 </emphasis>
        </para>
        <para>feit 1:</para>
        <para>op 6 augustus 2020 te Maastricht opzettelijk heeft vervoerd 2,87 gram cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>feit 2:</para>
        <para>op 6 augustus 2020 te Maastricht opzettelijk ambtenaren, te weten [naam 1] , inspecteur van politie Eenheid Limburg en [naam 2] , hoofdagent van politie Eenheid Limburg, gedurende de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hen de woorden toe te voegen: kankerhoerenkinderen, vieze kankermoeders, NSB-ers, kankermietjes, kruimel kankerdieven, vieze kankernazi's, ik zweer ik had jullie kankermoeders moeten rammen, kanker nazi officier, vieze honden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para>Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>03.140320.20</para>
      <para>opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>03.107207.21 </para>
      <para>feit 1:</para>
      <para>opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>feit 2:</para>
      <para>eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para>De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De straf </title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van vier maanden, met aftrek van het voorarrest.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft verzocht bij de bepaling van de straf rekening te houden met de omstandigheid dat de verdachte geen relevante justitiële documentatie heeft.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte heeft zich tweemaal schuldig gemaakt aan het vervoeren van cocaïne. Daarnaast heeft hij politieambtenaren in functie beledigd. Cocaïne is een stof die verslavend werkt en bij langdurig gebruik schadelijk is voor de geestelijke en lichamelijke gezondheid. De handel in harddrugs is regelmatig de oorzaak van geweldsexplosies, waarmee ook onschuldige burgers worden geconfronteerd. Bovendien gaat de handel in verdovende middelen gepaard met grote zwarte geldstromen die de legale economie ondermijnen. De verdachte heeft zich om al deze gevolgen niet bekommerd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank gekeken naar de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting (de LOVS-oriëntatiepunten). Uitgangspunt bij het vervoeren van de in deze zaak aangetroffen hoeveelheid cocaïne is een gevangenisstraf van </para>
        <para>4 maanden. In het nadeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat de verdachte de onderhavige feiten heeft gepleegd terwijl hij  in een schorsing van de voorlopige hechtenis voor andere verdenkingen liep.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank houdt er rekening mee dat de verdachte na het plegen van de tenlastegelegde feiten nog is veroordeeld voor oudere feiten, zodat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Redelijke termijn</emphasis>
        </para>
        <para>Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat het recht van de verdachte op een berechting binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden, is overschreden en dat deze overschrijding verdisconteerd moet worden in de strafoplegging. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De Hoge Raad heeft in zijn uitleg van de redelijke termijn als uitgangspunt genomen dat de behandeling van een zaak in eerste aanleg dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen.</para>
        <para>De redelijke termijn is in dit geval aangevangen op het moment waarop de verdachte door de politie is aangehouden en verhoord, te weten op 24 mei 2020.</para>
        <para>De termijn is derhalve met 8 maanden overschreden, zonder dat de verdediging hiervan enig verwijt is te maken. Met deze overschrijding zal de rechtbank, overeenkomstig de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, rekening houden bij de bepaling van de straf. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hoogte straf</emphasis>
        </para>
        <para>Het voorgaande in acht nemend zal de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 3 maanden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Het beslag</title>
    <para>De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen 406 gram cocaïne zullen worden onttrokken aan het verkeer, nu het bewezenverklaarde feit in de zaak met parketnummer 03.140320.20 met betrekking tot de cocaïne is begaan, en deze van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit hiervan in strijd is met de wet.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 36b, 36c, 57, 63, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf van 3 maanden</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beslag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- onttrekt aan het verkeer het volgende in beslag genomen voorwerp:</para>
    <para>406 gram cocaïne.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.C.A.M. Philippart, voorzitter, mr. M.E.M.W. Nuijts en </para>
      <para>mr. K.G. Witteman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Berkers en J.G.A.M. Spijkers, griffiers, en uitgesproken ter openbare zitting van 22 maart 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Buiten staat</emphasis>
      </para>
      <para>mr. K.G. Witteman is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BIJLAGE I: De tenlastelegging</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>03.140320.20 </para>
      <para>feit 1:</para>
      <para>hij op of omstreeks 24 mei 2020 in de gemeente Weert, in elk geval binnen het arrondissement Limburg, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</para>
      <para>opzettelijk heeft vervoerd en/of geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of (in elk geval) opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 398,62 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal</para>
      <para>bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>03.107207.21 </para>
      <para>feit 1:</para>
      <para>hij op of omstreeks 6 augustus 2020 te Maastricht opzettelijk</para>
      <para>heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 2.87 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>feit 2:</para>
      <para>hij op of omstreeks 6 augustus 2020 te Maastricht opzettelijk een ambtenaar en/of ambtenaren, te weten [naam 1] , inspecteur van politie Eenheid Limburg en/of [naam 2] , hoofdagent van politie Eenheid Limburg, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in zijn/haar/hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar/hen de woorden toe te voegen: kankerhoerenkinderen, vieze kankermoeders, NSB-ers, kankermietjes, kruimel kankerdieven, vieze kankernazi's, ik zweer ik had jullie kankermoeders moeten rammen, kanker nazi officier, vieze honden, althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_cc3ecd75-39b3-49cf-a1a3-63fee68c68f5" label="1">
    <para> Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie-eenheid Limburg, proces-verbaalnummer PL2300-2020080060, gesloten d.d. 16 juni 2020, doorgenummerd van pag. 1 tot en met pag. 110.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f67f88a9-9e3f-48e9-af35-1e6c13f0032f" label="2">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 mei 2020, pag. 51.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6d163609-618e-4fbb-a168-267fc8bdcdab" label="3">
    <para> De kennisgeving inbeslagneming d.d. 25 mei 2020, pag. 103.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e5e87a2c-35b4-4332-9bf1-87a1f5777717" label="4">
    <para> Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 9 juni 2020, pag. 90 en 91.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b6772197-0abc-414a-b7fd-eab639025535" label="5">
    <para> Het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 9 juni 2020, pag. 93.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_53ff3857-9c91-45a6-98cd-0a56fd7086fd" label="6">
    <para> Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie-eenheid Limburg, proces-verbaalnummer PL2300-2020124527, gesloten d.d. 5 april 2021, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 69.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_97dca40b-beda-40ec-a653-e2b07834a268" label="7">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 augustus 2020, pag. 4 en 5.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1acd3211-d08b-4550-973d-f418caad684c" label="8">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 augustus 2020, pag.7.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_173eaf50-cb9e-49a7-ad97-616a33228414" label="9">
    <para> De kennisgeving van inbeslagname d.d. 6 augustus 2020, pag. 32.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f625b636-f93d-40eb-9d25-2f9e4b2143dd" label="10">
    <para> Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 26 augustus 2020, pag. 12 tot en met pag. 14.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_248194c8-7a23-4b3a-ac67-1bb18f4ba704" label="11">
    <para> Het rapport van het NFI d.d. 26 augustus 2020, pag. 40, het rapport NFI d.d. 26 augustus 2020, pag. 41.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>