<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2023:1415</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-23T14:27:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-02-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/313516 / HA RK 23-6  en  C/03/313990/ HA RK 23-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2023:1415">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2023:1415</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-23T14:21:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2023:1415 Rechtbank Limburg , 10-02-2023 / C/03/313516 / HA RK 23-6  en  C/03/313990/ HA RK 23-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2023:1415:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vervallenverklaring afgewezen - volgend verzoek ten aanzien van dezelfde rechter – geen nieuwe, (het handelen van) de rechter betreffende feiten of omstandigheden. Sedert het indienen van het eerste verzoek is gesteld noch gebleken van enige handeling in de zaken laat staan handelingen die tot gegrondverklaring van het verzoek zouden kunnen leiden – niet ontvankelijk – lichtvaardig inzetten van middel van wraking – misbruik van recht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2023:1415:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="left" scale="100" fileref="9832904b-d8c4-49fc-9fc7-fdf10665323c" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="e2419b2b-5834-4a98-950d-3db93d3452d8" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beslissing</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">RECHTBANK LIMBURG </emphasis>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummers:  C/03/313516 / HA RK 23-6  en  C/03/313990/ HA RK 23-18</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de verzoeken van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker 1]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend te [woonplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker 2] </emphasis>
      </para>
      <para>kantoorhoudend te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>verzoekers,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>die strekken tot wraking van mr. P.H. Broier, rechter in de rechtbank Limburg (hierna: de rechter), respectievelijk vervallenverklaring van de uitspraak van de wrakingskamer van 13 januari 2023 in zaaknummer: C/03/312169 HARK 22-305.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekers hebben op 7 december 2022 een verzoek tot wraking van de rechter ingediend in de (bestuursrechtelijke) procedures ROE 21/546, ROE 21/1197 en ROE 21/1626. Bij uitspraak van 13 januari 2023 in zaaknummer C/03/312169 HARK 22-305 heeft de wrakingskamer dit verzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat het verzoek – in strijd met artikel 8:16, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) – niet was gemotiveerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 15 januari 2023 hebben verzoekers andermaal een verzoek tot wraking van de rechter ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 19 januari 2023 hebben verzoekers verzocht de uitspraak van 13 januari 2023 vervallen te verklaren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <bridgehead role="italic">Verzoek tot vervallen verklaring</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De wrakingskamer stelt voorop dat de vervallenverklaring van een (bestuursrechtelijke) uitspraak – waaronder ook een uitspraak van de wrakingskamer op een wrakingsverzoek in een bestuursrechtelijke procedure is te begrijpen – steeds een ambtshalve beslissing is, ongeacht of de rechter hiertoe uit eigen beweging overgaat dan wel naar aanleiding van een verzoek. Het is geen verzoekschriftprocedure. Ook gaat het niet om een buitenwettelijk rechtsmiddel dat <emphasis role="italic">moet</emphasis> worden ingesteld wil de rechter corrigeren. Het is de rechter die, al dan niet naar aanleiding van een klacht, een aperte, aan partij niet toe te rekenen, misslag ontdekt en daarom zijn uitspraak eigener beweging ongedaan maakt. </para>
        <para>Een vervallenverklaring kan alleen in zeer bijzondere gevallen en als er geen wettelijke oplossing is. Deze buitenwettelijke beslissing dient niet om gebreken in de motivering van de uitspraak naar aanleiding van een schriftelijke reactie van één der partijen te repareren, maar uitsluitend tot herstel van een ernstige, niet voor rectificatie vatbare fout van de rechter die niet door het instellen van enig rechtsmiddel kan worden ondervangen. Van deze situatie is in dit geval geen sprake. De omstandigheid dat bij verzoekers gelet op het tijdsverloop tussen het indienen van het wrakingsverzoek en de uitspraak op dat verzoek en/of handelingen of uitlatingen van medewerkers van de griffie de indruk is ontstaan dat het verzoek inhoudelijk zou worden behandeld (naar aanleiding van de later ingediende gronden van het wrakingsverzoek), kan – wat daarvan verder ook zij – niet als een aperte misslag in de hiervoor bedoelde zin worden aangemerkt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Het door verzoekers gedane bewijsaanbod – in de vorm van indiening van een kopie opname telefonische gesprekken van een medewerker van de wrakingskamer – zal reeds gelet op deze uitkomst als niet ter zake dienend verworpen worden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Het verzoek tot vervallenverklaring wordt dan ook afgewezen. De wrakingskamer heeft in dit geval bij wijze van uitzondering aanleiding gezien deze (afwijzende) beslissing in een uitspraak vast te leggen.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Nieuw wrakingsverzoek</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>In artikel 8:16, vierde lid, van de Awb is bepaald dat een volgend verzoek om wraking van dezelfde rechter niet in wordt behandeling genomen, tenzij feiten of omstandigheden worden voorgedragen die pas na het eerdere verzoek aan de verzoeker bekend zijn geworden.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>In artikel 4, tweede lid, aanhef en onder f, van het Wrakingsprotocol rechtbank Limburg is bepaald dat de wrakingskamer het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond of niet-ontvankelijk kan verklaren indien het een volgend verzoek ten aanzien van eenzelfde rechter betreft, tenzij feiten of omstandigheden worden voorgedragen die pas na het eerdere verzoek aan de verzoeker bekend zijn geworden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De wrakingskamer stelt vast dat verzoekers aan hun verzoek van 15 januari 2023 geen nieuwe, (het handelen van) de rechter betreffende, feiten of omstandigheden ten grondslag hebben gelegd. Het verzoek is er kennelijk op gericht om alsnog een oordeel van de wrakingskamer te verkrijgen omtrent de gronden die – te laat – aan het wrakingsverzoek van 7 december 2022 ten grondslag zijn gelegd. Daar is het middel van wraking niet voor bedoeld. Gesteld noch gebleken is dat de rechter sedert het indienen van het eerste wrakingsverzoek nog enige handeling in de zaken ROE 21/546, ROE 21/1197 en ROE 21/1626 heeft verricht, laat staan handelingen die tot gegrondverklaring van het wrakingsverzoek zouden kunnen leiden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De conclusie is dan ook dat het nieuwe wrakingsverzoek niet-ontvankelijk is. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wrakingsverbod</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Omdat door verzoekers het middel van wraking lichtvaardig, want zonder enige grondslag is ingezet, is naar het oordeel van de wrakingskamer sprake van misbruik van recht. Zij zal daarom bepalen dat een volgend verzoek tot wraking van de rechter belast met de behandeling van de zaaknummers ROE 21/546, ROE 21/1197 en ROE 21/1626 niet in behandeling wordt genomen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De wrakingskamer:</para>
    <para>- verklaart dat er geen aanleiding is om de uitspraak van 13 januari 2023 vervallen te verklaren;</para>
    <para />
    <para>- verklaart het verzoek tot wraking van de rechter niet-ontvankelijk;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking in de zaken ROE 21/546, ROE 21/1197 en ROE 21/1626 niet in behandeling zal worden genomen.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. F.L.G. Geisel, mr. R.M.M. Kleijkers en mr. Y.J.C.A. Roeffen, bijgestaan door mr. N. Ouarani, griffier.</para>
      <para>De uitspraak is openbaar gemaakt op 10 februari 2023. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>