<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2022:9190</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-29T08:19:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/272127 / HA ZA 19-632</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBLIM:2021:8977" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2021:8977</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2022:9190">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2022:9190</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-29T08:18:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2022:9190 Rechtbank Limburg , 16-11-2022 / C/03/272127 / HA ZA 19-632</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2022:9190:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gedaagden worden toegelaten tot het leveren van tegenbewijs.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2022:9190:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="3f8da408-e215-40b2-bdd1-375e37d7235f" depth="2" width="13" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="7304c7df-6779-4081-a8d9-4594bc8fa18e" depth="2" width="523" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>vonnis</para>
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK LIMBURG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Burgerlijk recht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer / rolnummer: C/03/272127 / HA ZA 19-632</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Vonnis van 16 november 2022</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>in de zaak van</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [eiser in conventie, verweerder in reconventie]
      </emphasis>,</para>
    <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
    <para>eiser in conventie,</para>
    <para>verweerder in reconventie,</para>
    <para>advocaat mr. R.R.J.W. Delsing,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen</para>
  </parablock>
  <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">ATLAS EUROTEL B.V.</emphasis>,</para>
    <para>gevestigd te Valkenburg a/d Geul,</para>
  </parablock>
  <para>2.	<emphasis role="bold">[gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2]</emphasis>,</para>
  <parablock>
    <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
    <para>gedaagden in conventie,</para>
    <para>eisers in reconventie,</para>
    <para>advocaat mr. P.J.T. Austen.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen zullen hierna [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en Atlas Eurotel c.s. (en gedaagden afzonderlijk Atlas Eurotel dan wel [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] ) worden genoemd.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>9.1.</nr>
      <para>Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 24 november 2021,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte uitlaten van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] ,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van het getuigenverhoor, gehouden op 8 maart 2022,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het formulier B16 op de rol van 23 maart 2022 van Atlas Eurotel c.s., houdende mededeling dat aan die zijde wordt afgezien van contra-enquête,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het formulier B16 op de rol van 23 maart 2022 van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , houdende uitlating over de voortzetting van de procedure,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de beslissing van de rolrechter op de rol van 30 maart 2022 dat in de zaak aktes zullen worden genomen conform het besprokene aan het slot van het getuigenverhoor, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] met 1 productie,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de antwoordakte van Atlas Eurotel c.s.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>10</nr>De verdere beoordeling</title>
    <bridgehead role="italic">in conventie</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>10.1.</nr>
      <para>In het tussenvonnis van 8 september 2021 heeft de rechtbank overwogen:<?linebreak?>(1)	dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] zich ter ondersteuning van zijn vordering beroept op (onder meer) de in rov. 4.3. genoemde schriftelijke bescheiden, waaronder door [getuige] ondertekende overeenkomsten van geldlening en kwitanties,<?linebreak?>(2)	dat Atlas Eurotel c.s. hebben betwist dat zij worden gebonden door de door [getuige] ondertekende schriftelijke bescheiden, onder meer - en voor zover hier van belang - omdat zij de echtheid van de handtekeningen niet erkennen, en<?linebreak?>(3)	dat het, gelet op het bepaalde in artikel 159 lid 2 Rv, aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] is om te bewijzen dat de handtekeningen onder de genoemde schriftelijke bescheiden daarop zijn gezet door [getuige] .</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [eiser in conventie, verweerder in reconventie] is in het tussenvonnis van 24 november 2021 opgedragen om dit bewijs te leveren door middel van het in het geding brengen van schriftelijk bewijs en door middel van het doen horen van getuigen. De beslissing op [eiser in conventie, verweerder in reconventie] verzoek om een handschriftdeskundige te benoemen is aangehouden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.2.</nr>
      <para>
        [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft daarna bij akte op de rol van 8 december 2021 een aantal schriftelijke bescheiden (geletterd a. tot en met l.) in het geding gebracht. Vervolgens zijn op 8 maart 2022 twee getuigen gehoord, te weten [getuige] en [eiser in conventie, verweerder in reconventie] .<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft als getuige verklaard, voor zover relevant:<?linebreak?><emphasis role="italic">‘U houdt mij voor dat we het vandaag hebben over 13 overeenkomsten van geldlening en 51</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">kwitanties, productie 19 bij de conclusie van antwoord. U vraagt mij of de handtekeningen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">onder de overeenkomsten van geldlening met de vermelding [eiser in conventie, verweerder in reconventie] door mij zijn gezet.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Mijn antwoord is dat dat het geval is. U houdt mij voor dat er onder de overeenkomsten nog</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">twee andere handtekeningen staan, met de vermelding [getuige] , ten dele namens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic"> /Hotel Atlas/Atlas Eurotel BV. U vraagt mij of deze handtekeningen in mijn bijzijn zijn</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gezet. Mijn antwoord is: ja. U vraagt mij wie deze handtekeningen heeft gezet. Dat was</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">steeds de heer [getuige] (…). U vraagt mij of ook de 51 kwitanties in mijn bijzijn zijn ondertekend. Dat is het geval. Ook deze handtekeningen zijn gezet door de heer [getuige] .</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bij het zetten van de handtekeningen waren geen anderen aanwezig.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">De gang van zaken was aldus dat eerst het geld werd verstrekt en dat daarna, ter bevestiging daarvan, de overeenkomst van geldlening werd ondertekend. Op datzelfde moment werden dan ook de kwitanties ondertekend.’</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [getuige] heeft als getuige verklaard, voor zover relevant:<?linebreak?><emphasis role="italic">‘Ik heb ter voorbereiding op dit verhoor de overeenkomsten van geldlening en de kwitanties</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bekeken waar het hier om gaat. Ik heb gezien dat twee derde van de handtekeningen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">afwijken van de handtekeningen zoals ik ze normaal zet. U</emphasis> [rechter, rechtbank]<emphasis role="italic"> vraagt mij of ik al die handtekeningen heb gezet. Mijn antwoord is: ik weet het niet. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft mij zo veel laten tekenen dat ik door de bomen het bos niet meer zie.</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">U toont mij een van de overeenkomsten van geldlening en de bijbehorende kwitanties en u</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">toont mij de parafen en de handtekeningen die daarop zijn gezet. U vraagt mij of ik die</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">handtekeningen heb gezet. Mijn antwoord is dat ik dat niet meer weet, maar dat het best kan </emphasis>[zijn]<emphasis role="italic"> dat ik die handtekeningen heb gezet.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">(…)</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Alles bij elkaar kan ik verklaren dat ik weet dat ik handtekeningen heb gezet onder</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">overeenkomsten van geldlening en onder kwitanties, zoals die </emphasis>[zich]<emphasis role="italic"> in het dossier bevinden, maar dat ik daar handtekening voor handtekening niets over kan zeggen. Daarvoor is het te lang geleden.</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">(…)’</emphasis>.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.5.</nr>
      <para>Atlas Eurotel c.s. hebben geen getuigen in contra-enquête doen horen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.6.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] erin is geslaagd te bewijzen dat de handtekeningen onder de in rov. 4.3. genoemde overeenkomsten en kwitanties daarop zijn gezet door [getuige] .<?linebreak?>Dat bewijs kan worden ontleend aan de getuigenverklaring van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , zoals hiervoor weergegeven. Deze verklaring is inhoudelijk consistent en in overeenstemming met het voorhanden schriftelijke bewijs.<?linebreak?> is partijgetuige in de zin van artikel 164 lid 2 Rv is. Aan zijn verklaring kan daarom alleen bewijs in zijn voordeel worden ontleend als aanvullende bewijzen voorhanden zijn die zodanig sterk zijn en zodanig essentiële punten betreffen dat zij de partijgetuigenverklaring voldoende geloofwaardig maken (HR 13 april 2001, NJ 2002, 391). Dit betekent dat de rechtbank alle voorhanden bewijsmiddelen, met inbegrip van de getuigenverklaring van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , in haar bewijswaardering dient te betrekken en dat zij haar oordeel dat het bewijs is geleverd niet uitsluitend op die verklaring mag baseren (HR 31 maart 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU7933).</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.7.</nr>
      <para>Het vereiste aanvullende bewijs kan in voldoende mate worden ontleend aan de verklaring van [getuige] . Deze heeft weliswaar geprobeerd om stellige uitspraken uit de weg te gaan, maar heeft niettemin met zoveel woorden verklaard dat hij handtekeningen heeft gezet onder overeenkomsten van geldlening en kwitanties in het dossier. Zijn verklaring biedt daarbij geen duidelijke aanknopingspunten om onderscheid te maken tussen wel door hem ondertekende en niet door hem ondertekende bescheiden. Uit zijn verklaring kan veeleer worden opgemaakt dat hij niet uitsluit dat hij alle overeenkomsten van geldlenig en kwitanties in het dossier heeft ondertekend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.8.</nr>
      <para>Voor zover de opmerking van de getuige [getuige] over de ‘afwijkende’ handtekeningen is de bedoeld om onderscheid te maken tussen wel door hem gezette handtekeningen (de ‘normale’, ongeveer een-derde) en niet door hem gezette handtekeningen (de ‘afwijkende’, ongeveer twee-derde), overweegt de rechtbank dat deze verklaring in strijd komt met de eerdere stellingen van Atlas Eurotel c.s., waarin de eenvormigheid van de handtekeningen juist een argument vormt om de echtheid ervan te ontkennen. De getuige heeft niets verklaard dat de rechtbank kan leiden tot het oordeel dat zijn verklaring, voor zover deze is bedoeld zoals hiervoor aangegeven, geloofwaardiger is dan de eerdere stellingname van Atlas Eurotel c.s.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.9.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande bewijsoordeel hoeft de rechtbank niet te beslissen op [eiser in conventie, verweerder in reconventie] verzoek om een handschriftdeskundige te benoemen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.10.</nr>
      <para>Het voorgaande oordeel betekent dat de rechtbank er op dit moment van uitgaat, op grond van de inhoud van de overeenkomst van geldlening en borgstelling van 19 juli 2018 (zie de rov. 2.5) én van de in rov. 4.3 genoemde schriftelijke bescheiden:<?linebreak?>-	dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en Atlas Eurotel tussen 1 januari 2015 en 16 juli 2018 verscheidene overeenkomsten van geldlening hebben gesloten, op grond waarvan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] aan Atlas Eurotel € 320.000,00 heeft verstrekt,<?linebreak?>-	dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en Atlas Eurotel zijn overeengekomen dat de aflossing van dit bedrag uiterlijk op 31 december 2018 zal plaatsvinden, en<?linebreak?>-	dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2] zich borg heeft gesteld voor de nakoming van de op Atlas Eurotel rustende verplichting tot terugbetalen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Zoals is verduidelijkt in het tussenvonnis van 24 november 2021, is hier sprake van aan onderhandse aktes ontleend dwingend bewijs in de zin van artikel 157 lid 2 Rv, waartegen Atlas Eurotel c.s. tegenbewijs mag leveren conform het bepaalde in artikel 151 lid 2 Rv. Atlas Eurotel c.s. hebben al op voorhand aangegeven dat zij tot het leveren van dit tegenbewijs in staat willen worden gesteld. De rechtbank zal de zaak daarom naar de rol verwijzen op de wijze als na te melden.<?linebreak?></para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.11.</nr>
      <para>Als Atlas Eurotel c.s. ervoor kiest om tegenbewijs te leveren door het doen horen van getuigen is het volgende van belang.<?linebreak?>-	Bij het oproepen van de getuigen moet er rekening mee worden gehouden dat het verhoor van een getuige gemiddeld 60 minuten duurt.<?linebreak?>-	De namen en woonplaatsen van de getuigen en de tijdstippen waartegen zij zijn opgeroepen, dienen ten minste een week voor het verhoor aan de wederpartij en aan de griffier van de rechtbank te worden opgegeven.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.12.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>11.1.</nr>
      <para>laat Atlas Eurotel c.s. toe tot het leveren van tegenbewijs conform het bepaalde in rov. 10.10.;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>11.2.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">30 november 2022</emphasis> voor uitlating door Atlas Eurotel c.s. of zij tegenbewijs willen leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>11.3.</nr>
      <para>bepaalt dat Atlas Eurotel c.s., indien zij geen bewijs door getuigen willen leveren maar wel <emphasis role="bold">bewijsstukken</emphasis> willen overleggen, die stukken direct in het geding moeten brengen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>11.4.</nr>
      <para>bepaalt dat Atlas Eurotel c.s., indien zij <emphasis role="bold">getuigen</emphasis> willen laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden november 2022 tot en met mei 2023 direct moeten opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>11.5.</nr>
      <para>bepaalt dat dit getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. W.J.J. Beurskens in het gerechtsgebouw te Maastricht aan St. Annadal 1,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>11.6.</nr>
      <para>bepaalt dat <emphasis role="bold">alle partijen</emphasis> uiterlijk tien dagen voor het eerste getuigenverhoor <emphasis role="bold">alle beschikbare bewijsstukken</emphasis> aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>11.7.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.J. Beurskens en in het openbaar uitgesproken op<?linebreak?>16 november 2022.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>