<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2022:6917</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-22T08:32:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-09-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/304655 / HA ZA 22-198</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2022:6917">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2022:6917</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-22T08:32:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2022:6917 Rechtbank Limburg , 07-09-2022 / C/03/304655 / HA ZA 22-198</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2022:6917:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bevoegdheidsincident. Overdragen op grond van zaaksverdelingsreglement.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2022:6917:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="1675a7b9-7d12-434e-91a2-2600dd43077e" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="db359964-d084-45c6-90bd-3124fc3a6eab" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Burgerlijk recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/03/304655 / HA ZA 22-198</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident bij vervroeging van 7 september 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident sub 1] ,</title>
    <para>2.	<emphasis role="bold">[eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident sub 2] , </emphasis><?linebreak?><emphasis role="bold">tezamen handelend in hun hoedanigheid van notarieel gevolmachtigden van hun meerderjarige zoon [naam zoon]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>beiden wonend te [woonplaats] , </para>
      <para>eisers in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerders in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. B.P. Dekker,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">TRANSDEV BBA HOLDING B.V.</emphasis>,</para>
      <para>statutair gevestigd te Hilversum,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. P.J. klein Gunnewiek,</para>
    </parablock>
    <para>2. de naamloze vennootschap</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V.</emphasis>,</para>
      <para>statutair gevestigd te Den Haag,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>eiseres in het incident,</para>
      <para>advocaat mrs. A.K. Sjouw.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident] , Transdev en Nationale-Nederlanden genoemd worden.<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding met producties 1 t/m 17b</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord van Transdev (met bevoegdheidsverweer) met producties 1 en 2</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord tevens houdende incidentele vordering tot verwijzing van Nationale-Nederlanden met producties A t/m U</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie van antwoord.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.	De feiten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op 9 februari 2013 heeft een ongeval plaatsgevonden in Thorn, gemeente Maasgouw, waarbij de zoon van [eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident] (hierna: [naam zoon] ) is aangereden door een lijnbus van Veolia (de rechtsvoorganger van Transdev).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De betrokken bus van Transdev was ten tijde van de aanrijding conform de WAM verzekerd bij Nationale-Nederlanden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij beschikking van 12 juli 2016 heeft de Rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, voor recht verklaard dat Nationale-Nederlanden jegens [naam zoon] gehouden is tot volledige vergoeding van de door hem geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade ten gevolge van het hem overkomen ongeval op 9 februari 2013 te Thorn (productie 2 bij dagvaarding).</para>
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <bridgehead role="italic">in de hoofdzaak</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident] vorderen dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:<?linebreak?>1. Transdev en Nationale-Nederlanden hoofdelijk zal veroordelen tot vergoeding aan</para>
        <para>
          [naam zoon] van de door het ongeval van 9 februari 2013 geleden en nog te lijden materiële schade, begroot op primair een bedrag van (€ 24.994.016 + € 11.338 + € 13.955 + € 267.321 + € 126.390 =) € 25.413.020 (conform scenario A; vergelijk §8.45), subsidiair </para>
        <para>(€ 25.029.425 + € 11.338 + € 13.955 + € 267.321 + € 127.024 =) € 25.449.063 (conform scenario B; vergelijk §8.46), dan wel een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, steeds te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 1 juli 2022 tot aan de dag van algehele voldoening;</para>
      </parablock>
      <para>2. zal oordelen dat door Transdev en Nationale-Nederlanden aan [naam zoon] een</para>
      <para>belastinggarantie wordt verstrekt, zoals geformuleerd in §8.46 van deze dagvaarding, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 25.000,00 voor iedere dag dat Transdev en Nationale-Nederlanden daarmee in gebreke blijven;</para>
      <para>3. zal verklaren voor recht dat in geval van een voor [naam zoon] relevante</para>
      <para>wijziging van de wet- en regelgeving in de sociale zekerheid leidt tot een vermindering of verval van de aanspraak op een persoonsgebonden budget, Transdev en Nationale-Nederlanden op eerste aanmaning de extra schade die het gevolg is van deze vermindering of verval aan [naam zoon] dienen te vergoeden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 25.000,00 voor iedere dag dat Transdev en Nationale-Nederlanden daarmee in gebreke blijven;</para>
      <para>4. Transdev en Nationale-Nederlanden hoofdelijk te voordelen in de kosten van deze</para>
      <parablock>
        <para>procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente, vanaf veertien dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis.</para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">in het incident </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Nationale-Nederlanden vordert dat deze rechtbank zich relatief onbevoegd verklaart en de zaak zal verwijzen naar de Rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, nu het ongeval heeft plaatsgevonden in Thorn, gemeente Maasgouw en [naam zoon] woonachtig is in [woonplaats] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Transdev heeft geen incident opgeworpen (geen vermelding ‘incident’ in de kop van het processtuk en geen petitum in incident geformuleerd), maar onder het kopje ‘bevoegdheidsverweer’ verzoekt Transdev de rechtbank, locatie Maastricht om zich onbevoegd te verklaren en de procedure over te dragen naar de kamer voor niet kantonzaken van deze rechtbank, locatie Roermond. Daaraan legt zij dezelfde motivering ten grondslag als Nationale-Nederlanden in haar incident.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>
        [eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident] refereren zich aan het oordeel van de rechtbank.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Op grond van het bepaalde in art. 99 Rv juncto art. 7 lid 1 WAM is (onder meer) relatief bevoegd de rechter van de plaats van het feit, waaruit de schade is ontstaan, dan wel de rechter van de woonplaats van de benadeelde. Nu het ongeval heeft plaatsgevonden in Thorn, gemeente Maasgouw en [naam zoon] woonachtig is in [woonplaats] had – op grond van het zaakverdelingsreglement van de rechtbank Limburg –   gedagvaard moeten worden voor rechtbank Limburg, locatie Roermond. De handelsrechter van rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht is daarom onbevoegd om van het gevorderde kennis te nemen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De zaak zal worden overgedragen aan de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond. Vanuit de zittingsplaats Roermond zullen partijen vervolgens in kennis worden gesteld over de voortgang van de procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Gelet op de aard van het incident ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten tussen partijen te compenseren.</para>
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>verklaart dat de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de Rechtbank Limburg, Burgerlijk recht, zittingsplaats Maastricht, onbevoegd is van de vordering in de hoofdzaak kennis te nemen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>draagt de zaak in de stand waarin deze zich bevindt over aan de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de Rechtbank Limburg, Burgerlijk Recht, zittingsplaats Roermond, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <parablock>
        <para>bepaalt dat de zaak aldaar op de rol zal komen van <emphasis role="bold">woensdag 21 september 2022</emphasis> voor beraad zaaksrechter.<?linebreak?></para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman en in het openbaar uitgesproken.<footnote-ref linkend="_32308ea3-87ef-40bc-a899-c5f4095b01a7" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_32308ea3-87ef-40bc-a899-c5f4095b01a7" label="1">
    <para>type: AH</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>