<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2022:6662</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-03T09:43:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-08-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ROE 20/3566</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2022:6662">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2022:6662</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-03T09:42:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2022:6662 Rechtbank Limburg , 30-08-2022 / ROE 20/3566</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2022:6662:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>13b Opiumwet; woonwagen; handelshoeveelheid verdovende middelen (hennepplanten); evenredigheid; 6 EVRM.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2022:6662:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">RECHTBANK limburg</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Roermond</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: ROE 20/3566</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 augustus 2022</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">in de zaak tussen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [eiser]
      </emphasis>, te [woonplaats] , eiser</para>
    <para>(gemachtigde: mr. V.S.J. Chorus),</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>en</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">de burgemeester van de gemeente Sittard-Geleen</emphasis>, verweerder</para>
    <para>(gemachtigde: mr. V.C. Rozek).</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Procesverloop </emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bij besluit van 13 augustus 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder onder aanzegging van bestuursdwang gelast dat de standplaats van eiser, inclusief de woonwagen en de facilitaire ruimte, aan het adres [adres] te [woonplaats] (de woonwagen) op grond van artikel 13b van de Opiumwet voor de duur van drie maanden met ingang van 20 augustus 2020 wordt gesloten.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bij besluit van 18 november 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 juli 2022. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Beoordeling door de rechtbank.</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para>1. De rechtbank verwijst voor wat betreft de voorgeschiedenis en de feiten naar de uitspraak van haar voorzieningenrechter van 25 september 2020 met betrekking tot het primaire besluit in de zaak ROE 20/2077.</para>
  <para>2. Verweerder stelt zich op het standpunt -kort weergegeven- dat in de woonwagen een handelshoeveelheid verdovende middelen is aangetroffen (49 hennepplanten). Gelet op de hoeveelheid aangetroffen hennepplanten was sluiting van de woonwagen noodzakelijk om het woon- en leefklimaat te beschermen en de openbare orde te herstellen. De sluiting is ook niet onevenredig, aangezien de woonwagen destijds werd verbouwd en eiser gedurende de sluiting tijdelijk elders kon verblijven.</para>
  <para>3. Eiser voert in beroep aan -kort samengevat- dat het bestreden besluit is genomen in strijd met het bepaalde in artikel 8 en artikel 6 van het EVRM. In dit verband stelt eiser dat verweerder niet heeft gemotiveerd waarom sluiting van de woonwagen noodzakelijk is ter voorkoming van nieuwe strafbare feiten en dat er in dit geval sprake is van strafrechtelijk optreden in plaats van ter voorkoming van een strafbaar feit.</para>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De rechtbank overweegt als volgt.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Was verweerder bevoegd om de woonwagen van eiser te sluiten ?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Blijkens de bestuurlijke rapportage van 12 juni 2020 is er op 5 juni 2020 een hennepkwekerij met 49 planten aangetroffen in de facilitaire ruimte van de woonwagen. De facilitaire ruimte waar onder andere de douche aanwezig is, is via een deur direct verbonden met de woonwagen. In de rapportage is verder aangegeven dat op het moment van het politieonderzoek de gehele woonwagen werd verbouwd en dat niemand werd aangetroffen.</para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat sprake is van een handelshoeveelheid (meer dan 5 hennepplanten) softdrugs. Dit betekent dat verweerder bevoegd was om over te gaan tot sluiting van de woonwagen. Verweerder heeft in overeenstemming met zijn Damoclesbeleid de woonwagen, zonder waarschuwing, gesloten voor de duur van drie maanden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Was de sluiting van eisers woonwagen noodzakelijk ?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Op grond van vaste rechtspraak<footnote-ref linkend="_4aadfa91-a19c-456d-a096-da372eeb1c8e" />moet aan de hand van de ernst en omvang van de overtreding worden beoordeeld in hoeverre de sluiting van de woonwagen noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat bij de woonwagen en het herstel van de openbare orde.</title>
    <para />
    <para>8. De rechtbank stelt vast dat sprake is van een ruime overschrijding van de gebruikershoeveelheid van 5 hennepplanten. Dit betekent dat verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat de hennepplanten bestemd waren voor handel en dat de woonwagen een rol speelt binnen het criminele drugscircuit. Verder heeft verweerder rekening kunnen houden met het feit dat sprake is van recidive en dat sprake is van een voor drugscriminaliteit kwetsbare woonwijk (woonwagenlocatie: [naam locatie] ). Daartoe overweegt de rechtbank dat eiser in 2016 een waarschuwing heeft ontvangen wegens een overtreding van de Opiumwet en dat meerdere standplaatsen op onderhavige woonwagenlokatie een faciliterende rol vervullen in het drugscircuit.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Was de sluiting van eisers woonwagen evenredig ?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>9. De rechtbank stelt vast dat bij verweerders besluitvorming eisers persoonlijke omstandigheden zijn meegewogen. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het met de tijdelijke sluiting te dienen algemeen belang en de hiervoor al besproken belangen van verweerder (o.a. kwetsbare woonwijk) zwaarder wegen dan het belang van eiser. In dit verband overweegt de rechtbank dat niet is gebleken dat eiser als gevolg van de sluiting van zijn woonwagen op straat is komen te staan.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Criminal charge ?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>10. Over eisers stelling dat sprake zou zijn van een ‘criminal charge’ als bedoeld in artikel 6 EVRM overweegt de rechtbank dat op grond van vaste rechtspraak<footnote-ref linkend="_43816072-f800-4572-9cc0-c136a3a72825" /> de sluiting van een woning/woonwagen op grond van artikel 13b van de Opiumwet een herstelsanctie is, die niet gericht is op toevoeging van verdergaand leed of nadeel en daarom geen punitieve sanctie (criminal charge) is.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Conclusie.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E.J. Sprakel, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. E.W. Seylhouwer, griffier<emphasis role="italic">. </emphasis>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 augustus 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: 30 augustus 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_4aadfa91-a19c-456d-a096-da372eeb1c8e" label="1">
    <para> Bijvoorbeeld:ECLI:NL:RVS:2019:2912.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_43816072-f800-4572-9cc0-c136a3a72825" label="2">
    <para> Bijvoorbeeld: ECLI:NL:RVS:2019:3762.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>