<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2022:653</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-28T12:10:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBLIM:2021:10060</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-01-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/300391 / KG ZA 21-473</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2022:653">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2022:653</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-28T12:10:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2022:653 Rechtbank Limburg , 20-01-2022 / C/03/300391 / KG ZA 21-473</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2022:653:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kantonrechter; Civiel recht; Regeling</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2022:653:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="d9cc3757-7ff5-493c-b4d3-4fc0bf1aacfc" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="c4639b38-7451-45ec-8ba5-ac97d4eaa35b" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Burgerlijk recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: C/03/300391 / KG ZA 21-473</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 20 januari 2022 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bureau Inkomens Beheer B.V.</emphasis> als bewindvoerder over alle goederen van <emphasis role="bold">[naam onderbewindgestelde] ,</emphasis></para>
      <para>gevestigd te Sittard-Geleen,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat mr. S. Zoroufi Azar,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>Wonende te [woonplaats] , </para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. E.E.V. Sweebe.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres wordt Bib genoemd, gedaagde [gedaagde] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het dossier op grond waarvan dit vonnis is gewezen bestaat uit:</para>
      <para>- de dagvaarding met 17 producties;</para>
      <para>- de akte overlegging producties van [gedaagde] waarbij 20 producties zijn overgelegd;</para>
      <para>- hetgeen is besproken tijdens de zitting van 13 januari 2022, waarbij beide partijen hebben gepleit overeenkomstig de inhoud van de overgelegde pleitnotities.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Nadat vonnis is gevraagd, is bepaald dat heden vonnis zal worden gewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten waarvan in dit kort geding wordt uitgegaan</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Op 3 december 2019 is overleden [erflater] (erflater), die ten tijde van zijn overlijden was gehuwd met [naam onderbewindgestelde] . [naam onderbewindgestelde] voornoemd is bij testament van erflater benoemd tot executeur afwikkelingsbewindvoerder. De goederen die (zullen) toebehoren aan [naam onderbewindgestelde] zijn bij beschikking van 24 maart 2020 van deze rechtbank wegens haar lichamelijke of geestelijke toestand onder bewind gesteld met ingang van 1 april 2020. Bib is benoemd als bewindvoerder.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Tot de nalatenschap van erflater behoort de woning [adres] in [woonplaats] . Deze woning wordt bewoond door [gedaagde] .</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Partijen zijn tijdens de zitting overeengekomen dat [gedaagde] zal worden veroordeeld zoals hierna in het dictum is vermeld. [gedaagde] heeft hierbij meegedeeld dat Bib de makelaar mag aanwijzen die de hierna genoemde taxatie zal uitvoeren. Partijen hebben afgesproken dat de proceskosten van dit geding zullen worden gecompenseerd.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om binnen acht weken na heden de woonruimte gelegen aan het adres [adres] te [woonplaats] , te ontruimen en te verlaten, met medeneming van het hare, maar niet zaken welke behoren tot de nalatenschap en de woning (onder afgifte van de sleutels) ter vrije en algehele beschikking van Bib te stellen; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>bepaalt dat de onder 4.1 uitgesproken veroordeling niet ten uitvoer mag worden gelegd indien [gedaagde] binnen zes weken na heden en na genoegen van Bib alle medewerking heeft verleend aan Bib, onder andere bestaande uit toegang tot de woonruimte voor Bib en de door haar aangestelde makelaar, om te komen tot een taxatie van de woning [adres] te [woonplaats] ;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>bepaalt dat de onder 4.1 gegeven veroordeling mag worden ten uitvoer gelegd door en met behulp van de sterke arm indien niet is voldaan aan het onder 4.2 bepaalde;	</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>compenseert de kosten van dit geding aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Sijmonsma, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2022.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>