<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2022:5055</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-11T11:31:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-06-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/282217 / HA ZA 20-444</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2023:1482" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2023:1482</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NTHR 2022, afl. 6, p. 229</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2022:5055">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2022:5055</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-07T22:55:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2022:5055 Rechtbank Limburg , 29-06-2022 / C/03/282217 / HA ZA 20-444</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2022:5055:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel recht. Bodemzaak. Verzekerde is het slachtoffer van een roofoverval waarbij zijn muntenverzameling gestolen is. De verzekeraar keert op grond van de inboedelverzekering een bedrag uit dat de schade door diefstal van de muntenverzameling niet dekt. De verzekerde stelt de assurantietussenpersoon aansprakelijk voor de schade die hij lijdt door de onderverzekering. De rechtbank wijst de vordering af.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2022:5055:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="20c4d5b6-3590-4126-9173-5c201e557a6e" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="ae018404-dd91-4238-b9f1-e48767038246" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Burgerlijk recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/03/282217 / HA ZA 20-444</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van bij vervroeging van 29 juni 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>advocaat mr. M. van Sintmaartensdijk te Maastricht,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. D.G. Rosenquist-Mulders.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding met 8 producties;</para>
      <para>- de conclusie van antwoord tevens houdende verzoek ex artikel 22 Rv met 20 producties;</para>
      <para>- de producties 9, 10 en 11 van [eiser] ;</para>
      <para>- de producties 12 en 13 van [eiser] ;</para>
      <para>- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 1 december 2021;</para>
      <para>- de spreekaantekeningen van partijen;</para>
      <para>- de akte met de producties 14 tot en met 20 van [eiser] ;</para>
      <para>- de antwoordakte van [gedaagde] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] exploiteert een verzekeringskantoor in de vorm van een eenmanszaak. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft in 1983 verzekeringen afgesloten bij assurantietussenpersoon [naam tussenpersoon] . In 2007 heeft [naam tussenpersoon] zijn onderneming beëindigd en heeft [gedaagde] de verzekerings-portefeuille van [naam tussenpersoon] overgenomen. Op dat moment was [eiser] bij ASR verzekerd. Hij had onder meer een kostbaarhedenverzekering voor juwelen en horloges en een inboedelverzekering. [eiser] had verder een speciale kostbaarhedenverzekering voor kunst en antiek bij AON Artscope. Die verzekering liep niet via [gedaagde] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser] heeft de kostbaarhedenverzekering bij ASR op eigen initiatief beëindigd. In zijn brief van 25 april 2013 aan ASR schrijft hij:</para>
        <para>“Hierbij verzoek ik u vriendelijk de verzekering per eerstkomende vervaldatum zijnde </para>
        <para>24 juli 2013 te willen beëindigen, aangezien de te verzekeren objecten al geruime tijd geleden zijn toegevoegd aan de bij AON Artscope lopende verzekering van onze totale kunst-, kostbaarheden en antiekcollectie.”</para>
        <para>De inboedelverzekering bleef via [gedaagde] bij ASR lopen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op 8 juli 2019 heeft er een roofoverval in de woning van [eiser] plaatsgevonden en is onder meer zijn muntenverzameling gestolen. De expert van ASR heeft de waarde van de verzameling getaxeerd op € 96.570,00. ASR heeft op grond van de inboedelverzekering voor de gestolen munten een bedrag van € 27.000,00 aan [eiser] uitgekeerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft [gedaagde] bij brief van 1 november 2019 voor de schade wegens onderverzekering van € 69.570,00 (€ 96.570,00 min € 27.000,00) aansprakelijk gesteld. <?linebreak?> heeft aansprakelijkheid afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <parablock>
        <para>De polis van de inboedelverzekering die gold van 1 oktober 2018 tot 1 oktober 2019 vermeldt onder meer:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Dekking    	Huishoudelijke inboedel</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">                  	Het verzekerd bedrag is op 01-08-2006 met behulp van de inboedelmeter</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic"> 		vastgesteld</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">		Verzekerd bedrag en premie</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">		€ 241.120,-- 	huisraad</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">				Premie 3,31%, op jaarbasis € 798,11</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">		Verzekeringsvorm en Bijzondere voorwaarden</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">		All Risks met garantie volgens model BIF 07-1”  </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Artikel 1 van de “Bijzondere Voorwaarden Inboedelverzekering All Risks”, Rubriek Wonen (BIF 07-1) luidt voor zover van belang:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">Aanvullende begripsomschrijvingen</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In deze Bijzondere Voorwaarden verstaan wij onder:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">2. 	</emphasis>
        <emphasis role="bold italic">Inboedel</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Alle roerende zaken die deel uitmaken ven de particuliere huishouding van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">de verzekerde, inclusief kostbaarheden. Tot de inboedel rekenen wij ook</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">kleine huisdieren, (schotel)antennes en aan het woonhuis bevestigde</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">zonweringen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Niet tot de inboedel rekenen wij:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">- geld en geldswaardige papieren. Onder geldswaardig papier verstaan wij  </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">  (kas)cheques, creditcards en tegoeden op chippassen;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">- motorrijtuigen (behalve bromfietsen en bromscooters), aanhangwagens, caravans</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">  en vaartuigen, met de onderdelen en accessoires die daarbij horen;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">- zaken die bestemd zijn voor industriële, handels- of beroepsdoeleinden.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voor een aantal zaken die niet tot de inboedel worden gerekend, is een</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">speciale dekking opgenomen in artikel 6.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">3. 	</emphasis>
        <emphasis role="bold italic">Kostbaarheden</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Zaken die deel uitmaken van de inboedel, maar die zich naar aard en waarde </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">onderscheiden:</emphasis>
        </para>
        <para>a. <emphasis role="italic">antiek. Dit zijn zaken die vanwege hun ouderdom en/of zeldzaamheid een specifieke waarde hebben;</emphasis></para>
        <para>b. <emphasis role="italic">kunst. Dit zijn zaken die vanwege hun artistieke kwaliteiten een speciale waarde hebben;</emphasis></para>
        <para>c. <emphasis role="italic">verzamelingen;</emphasis></para>
        <para>d. <emphasis role="italic">juwelen en sieraden;</emphasis></para>
        <para>e. <emphasis role="italic">duiksport-, parachute-, golf- en hengelsportuitrusting;</emphasis></para>
        <para>f. <emphasis role="italic">foto-, film-, audio- en videoapparatuur met de zaken die daarbij horen;</emphasis></para>
        <para>g. <emphasis role="italic">muziekinstrumenten;</emphasis></para>
        <para>h. <emphasis role="italic">laptops;</emphasis></para>
        <para>i. <emphasis role="italic">overige kostbaarheden, die op het polisblad staan vermeld.</emphasis></para>
        <para>(…)”.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Artikel 4 van deze voorwaarden luidt voor zover van belang: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">Verzekerd bedrag</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>lnboedelwaardemeter</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Als het verzekerde bedrag is vastgesteld aan de hand van de door u ingevulde inboedelwaardemeter gelden de volgende bepalingen:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">a. 	</emphasis>
        <emphasis role="bold italic">Verzekerd bedrag</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het verzekerde bedrag is berekend:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- aan de hand van de laatste inboedelwaardemeter die wij van u hebben</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">  ontvangen en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- na toepassing van de regeling die staat omschreven in lid 3.a.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">b. 	</emphasis>
        <emphasis role="bold italic">Garantie tegen onderverzekering</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Als de inboedelwaardemeter naar waarheid is ingevuld, doen wij bij</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">schade geen beroep op onderverzekering. Voor huurdersbelang en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zaken die bij kostbaarheden staan genoemd bieden wij dekking tot</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">de in de inboedelmeter genoemde maxima.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">c. 	</emphasis>
        <emphasis role="bold italic">Hernieuwde vaststelling op uw verzoek</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">U kunt tijdens de looptijd van de verzekering het bedrag aanpassen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">waarvoor u de inboedel verzekert. Voor het opnieuw vaststellen van</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">de waarde van de inboedel moet u de meest recente inboedel-</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">waardemeter gebruiken.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">d. 	</emphasis>
        <emphasis role="bold italic">Hernieuwde vaststelling op ons verzoek</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De inboedelwaardemeter moet u op ons verzoek opnieuw invullen:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">1. na verhuizing;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">2. na een schademelding;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">3. 5 jaar na een vorige opgave.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Als de inboedelwaardemeter opnieuw moet worden ingevuld, moet u</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">deze binnen 2 maanden na ons verzoek aan ons terugsturen. Als u</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">de inboedelwaardemeter niet op tijd terugstuurt, vervalt de garantie</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">tegen onderverzekering.</emphasis>
      </para>
      <para>(…)”. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoer bij voorraad, [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 69.570,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf <?linebreak?>8 juli 2019 tot de dag der algehele voldoening en € 875,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf heden (1 september 2020) tot de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Ter onderbouwing van zijn vordering stelt [eiser] het volgende. [gedaagde] dient op te komen voor de schade die hij geleden heeft wegens onderverzekering. [gedaagde] had jaarlijks moeten onderzoeken of de verzekeringen van [eiser] aanpassing behoefden in die zin dat de verzekerde som moet worden verhoogd ter voorkoming van onderverzekering. Door dat na te laten heeft [gedaagde] zijn zorgplicht geschonden, waarmee hij is tekortgeschoten in zijn verplichtingen uit de bemiddelingsovereenkomst.</para>
        <para>Als [gedaagde] zijn verplichtingen wel zou zijn nagekomen, dan zou de dekking van de inboedelpolis zijn verhoogd ( [eiser] zou hem dan hebben verteld over de toename van de muntenverzameling) en dan zou de muntenverzameling zijn verzekerd op een aparte kostenbaarhedenverzekering, indien de inboedelpolis niet zou volstaan. Hij zou dan geen schade hebben geleden. Hij ging er vanuit dat [gedaagde] over zijn polissen waakte en dat het goed geregeld was zolang hij van [gedaagde] niet anders hoorde.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vordering. Hij voert als verweren dat: </para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>niet vast is komen te staan dat de muntenverzameling niet verzekerd is onder de bijzondere kostbaarhedenverzekering bij AON;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>hij zijn zorgplicht niet geschonden heeft. Er bestaat geen jaarlijkse controle- verplichting. Verder was er voor hem geen aanleiding om naar andere bijzondere kostbaarheden zoals een muntenverzameling te vragen, omdat hij daar geen weet van had en [eiser] zijn bijzondere kostbaarheden in aparte verzekeringen had ondergebracht. Bij een hercontrole zou dit daarom niet aan het licht zijn gekomen.  </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De vraag die de rechtbank moet beantwoorden, is of [gedaagde] aansprakelijk is voor de schade die [eiser] geleden heeft omdat hij onderverzekerd was voor de muntenverzameling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De vraag is allereerst of de muntenverzameling van [eiser] verzekerd was onder de bijzondere kostbaarhedenverzekering bij AON. Na de mondelinge behandeling heeft [eiser] productie 20 overgelegd. Dat is een e-mail van AON van 11 januari 2022 aan de toenmalige advocaat van [eiser] waaruit blijkt dat de muntenverzameling niet gedekt is onder de kostbaarhedenpolis bij AON. [gedaagde] heeft de inhoud van deze e-mail niet betwist. Hiermee staat vast dat de muntenverzameling niet via AON verzekerd was. Het daarop gerichte verweer van [gedaagde] gaat dus niet op.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Partijen verschillen van mening of [gedaagde] zijn zorgplicht als assurantietussenpersoon ten opzichte van [eiser] heeft geschonden omdat hij niet jaarlijks, middels een onderhoudsgesprek, heeft gecontroleerd of de verzekerde sommen nog juist waren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De vraag of een jaarlijks onderhoudsgesprek vereist is, kan naar het oordeel van de rechtbank onbeoordeeld blijven. Als namelijk al vast zou komen te staan dat een jaarlijks onderhoudsgesprek tot de verplichtingen van [gedaagde] behoort, dan heeft [eiser] onvoldoende gesteld om te kunnen concluderen dat de muntenverzameling dan aan de orde zou zijn gekomen en onderverzekering van de muntenverzameling zou zijn voorkomen. De rechtbank licht dit oordeel als volgt toe.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>
        [eiser] wist, althans wordt geacht te weten, dat de verzekerde waarde van de inboedel op 1 augustus 2006 met behulp van de inboedelmeter is vastgesteld. Dit staat namelijk vermeld op het polisblad van de inboedelverzekering die gold van 1 oktober 2018 tot 1 oktober 2019. Daarop staat eveneens dat het verzekerd bedrag voor huisraad is vastgesteld op € 241.120,00. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>ASR heeft bij e-mail ASR van 16 december 2021 aan de toenmalige advocaat van [eiser] bericht dat in de inboedelmeter onder punt 8 wordt gevraagd of verzekerde meer dan € 15.000,00 aan antiek, kunst, verzamelingen en instrumenten bezit. Als hier geen bedrag voor is ingevuld, is dit het maximaal verzekerde bedrag. Als hier wel een extra bedrag was opgegeven kwam dit op het polisblad te staan. Dat er een hoger bedrag dan € 15.000,00 aan [eiser] is uitgekeerd, namelijk € 27.000,00, heeft ermee te maken dat zijn polis in 2019 is omgezet naar een nieuw administratiesysteem waarbij onduidelijkheid is ontstaan over het maximaal te vergoeden bedrag. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Bij productie 15 van [eiser] is een inboedelmeterformulier gevoegd. Hieruit blijkt wat ASR daarover in haar e-mail van 16 december 2021 heeft opgemerkt. [eiser] heeft geen ondertekende versie van het inboedelmeterformulier uit die tijd in het geding gebracht, maar de rechtbank houdt het ervoor dat het overgelegde formulier (ook) in 2006 gold en dat dit destijds door hem is ingevuld. [eiser] diende er dus zelf op bedacht te zijn dat een verzameling met een hogere waarde dan € 15.000,00, voor wat betreft die hogere waarde, niet onder het verzekerd bedrag viel en dat hij daarvan alsdan melding diende te maken. Het verzekerde bedrag is na 1 augustus 2006 echter nooit meer aangepast. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Op welk moment de muntenverzameling van [eiser] een waarde van € 15.000,00 oversteeg, weet de rechtbank niet. Was dit voor of nadat hij zijn andere kostbaarheden bij AON had ondergebracht? Daarover stelt [eiser] niets. Vaststaat wel dat hij nooit aan [gedaagde] heeft gemeld dat hij over een muntenverzameling beschikte. Ook niet toen die verzameling in de loop van de tijd aanzienlijk in waarde toenam. Hij heeft deze verzameling nooit ondergebracht in een aparte kostbaarhedenverzekering. Dit terwijl hij dat wel met zijn overige kostbaarheden had gedaan, waarvan hij tussentijds de waardevermeerderingen doorgaf.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>
        [eiser] is niet op de mondelinge behandeling verschenen. Daardoor is niet toegelicht waarom hij wel spontaan AON tussentijds geïnformeerd heeft over de toegenomen waarde van de kostbaarheden die hij bij AON verzekerd had, terwijl hij <?linebreak?>[gedaagde] niet spontaan geïnformeerd heeft over de (toegenomen waarde van de) muntenverzameling. Waarom deze muntenverzameling wel door hem gemeld zou zijn tijdens een jaarlijks onderhoudsgesprek, is door hem niet althans niet toereikend toegelicht. Overigens is het nog maar de vraag of zo’n gesprek met [eiser] zelf zou hebben plaatsgevonden. Gebleken is immers dat [eiser] de verzekeringskwesties overliet aan zijn personeel en of zijn personeel van (de toegenomen waarde van) deze muntenverzameling op de hoogte was, is niet gesteld of gebleken. Voor [gedaagde] bestond er in elk geen aanleiding naar een muntenverzameling te vragen, omdat hij daar geen weet van had. [gedaagde] hoefde daar, zonder uitdrukkelijke vragen/mededelingen daarover van [eiser] , niet op bedacht te zijn, zeker niet nu hij wist dat [eiser] elders, bij AON, een kostbaarhedenverzekering had. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>De conclusie is dat niet is komen vast te staan dat met jaarlijkse controle-gesprekken de onderverzekering van de muntenverzameling zou zijn voorkomen. Er kan dus geen causaal verband tussen het (eventueel) schenden van een zorgplicht en de gestelde schade worden vastgesteld. De rechtbank wijst de vordering daarom af.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>
        [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op:</para>
      <para>- griffierecht		937,00</para>
      <para>- salaris advocaat	<emphasis role="underline">	2.785,00</emphasis> (2.5 punten × tarief € 1.114,00)</para>
      <para>Totaal	€ 	3.722,00</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 3.722,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na dit vonnis tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eiser] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van vijftien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <parablock>
        <para>verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.</para>
        <para>
          <?linebreak?>Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman en in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2022.<footnote-ref linkend="_19600378-6bd7-4cca-9c8e-7f44e5ea1a6f" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_19600378-6bd7-4cca-9c8e-7f44e5ea1a6f" label="1">
    <para>type: TN</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>