<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2022:4240</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-12T10:35:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-06-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03/220643-20 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2022:4240">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2022:4240</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-01T16:48:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2022:4240 Rechtbank Limburg , 01-06-2022 / 03/220643-20 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2022:4240:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>OM niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering wegens ontbreken strafrechtelijk belang bij de oplegging van de maatregel.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2022:4240:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 03/220643-20 (ontneming)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uitspraak van de meervoudige kamer d.d. 1 juni 2022 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,</para>
      <para>wonende te [adresgegevens verdachte] ,</para>
      <para>hierna te noemen: [verdachte] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verdachte] wordt bijgestaan door mr. K.J.F. Roelofs, advocaat kantoorhoudende te Tilburg.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 18 mei 2022. [verdachte] en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van de ontnemingsvordering heeft gelijktijdig plaatsgehad met de behandeling van de strafzaak met parketnummer 03/220643-20. Op 1 juni 2022 heeft de rechtbank eerst vonnis gewezen in de strafzaak. Vervolgens is de onderhavige uitspraak gewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering van de officier van justitie</title>
    <para>De vordering van de officier van justitie strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en het aan [verdachte] opleggen van de verplichting tot betaling aan de staat van dat geschatte voordeel. De officier van justitie heeft dit bedrag geschat op 72.140,58 euro.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens de officier van justitie zou [verdachte] dit voordeel hebben verkregen door middel van of uit de baten van de waarvoor [verdachte] is veroordeeld.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie en de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>Zowel de officier van justitie als de verdediging hebben zich ter terechtzitting op het standpunt gesteld dat, gelet op de schikking die in de civiele procedure tussen [medeverdachte] en [naam bedrijf] is getroffen, er geen belang is meer bestaat om een maatregel als bedoeld in artikel 36e Sr op te leggen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij voormeld vonnis d.d. 1 juni 2022 is [verdachte] veroordeeld wegens:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft, meermalen gepleegd, van een bedrag van 4.851,21 euro;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>medeplegen van verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft, meermalen gepleegd, van een bedrag van 903 euro;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>witwassen van een geldbedrag,</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>alle feiten  gepleegd in de periode van 19 juli 2017 tot en met 11 januari 2019.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ter terechtzitting is gebleken dat in een civiele procedure die door de oud-werkgever [naam bedrijf] tegen [medeverdachte] (medeverdachte in de strafzaak en tevens partner van [verdachte] )  was aangespannen een schikking is getroffen. Op grond van die schikking is [medeverdachte] gehouden een bedrag van 54.000 euro aan [naam bedrijf] te betalen, welk bedrag wordt verhoogd tot 80.000 euro indien [medeverdachte] de overeengekomen betalingsregeling niet  nakomt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt dat het doel van een ontnemingsvordering is om het financieel voordeel verkregen door middel van strafbare feiten ongedaan te maken, anders gezegd dat de vermogenssituatie van de veroordeelde weer in een rechtmatige toestand wordt gebracht. Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het door de officier door middel van haar vordering nagestreefde doel, wat daarvan in concreto ook zij, reeds is bereikt door de schikking die in de civiele procedure is getroffen. Deze schikking is kennelijk zo geredigeerd dat gewaarborgd is dat het door de officier van justitie aannemelijk geachte genoten wederrechtelijk verkregen voordeel ook daadwerkelijk te niet wordt gedaan, nu die schikking een hoger bedrag betreft dan het totaal van de door de rechtbank bij [verdachte] en [medeverdachte] bewezenverklaarde verduisterde bedragen. Bij deze stand van zaken is de rechtbank van oordeel dat de officier van justitie, zoals zij zelf ook heeft gesteld, geen strafrechtelijk belang meer heeft bij oplegging van een maatregel zoals gevorderd. De rechtbank zal de officier van justitie daarom niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>- verklaart de officier van justitie <emphasis role="underline">niet-ontvankelijk</emphasis> in de vordering. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gewezen door mr. M.J.A.G. van Baal, voorzitter, mr. P.W.E.C. Pulles en </para>
      <para>mr. drs. J.M.A. van Atteveld, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.M.E. de Beukelaer, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 1 juni 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. M.J.A.G. van Baal is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>