<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2022:3971</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-30T12:53:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-05-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9340080 CV EXPL 21-3467</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2022:3971">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2022:3971</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-30T12:53:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2022:3971 Rechtbank Limburg , 18-05-2022 / 9340080 CV EXPL 21-3467</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2022:3971:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzet, huurachterstand, meewerken verhuizing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2022:3971:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Burgerlijk recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 9340080 CV EXPL 21-3467</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter van 18 mei 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de stichting</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">STICHTING WOONPUNT</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Maastricht,</para>
      <para>eisende partij in conventie, gedaagde partij in verzet,</para>
      <para>gedaagde partij in reconventie, </para>
      <para>gemachtigde P.M.F. Otten,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde partij in conventie, eisende partij in verzet]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij in conventie, eisende partij in verzet,</para>
      <para>eisende partij in reconventie,</para>
      <para>gemachtigde mr. C.R.N. de Boer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna Woonpunt en [gedaagde partij in conventie, eisende partij in verzet] worden genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in conventie en in reconventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:	</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 29 december 2021,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van dupliek in oppositie (aan te merken als een conclusie van dupliek in reconventie).</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in conventie </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Partijen zijn verdeeld over de hoogte van de gevorderde huurachterstand. Woonpunt vordert € 1.804,36 aan huurachterstand. Ter onderbouwing is bij de dagvaarding een huuroverzicht ingebracht, waarin als totaalsaldo € 1.804,36 is opgenomen. Uit het huuroverzicht, dat begint bij medio 2020, kan niet worden afgeleid hoe dit bedrag exact tot stand is gekomen, anders dan dat er in augustus 2020, december 2020 en februari 2021 storneringen van volledige maandhuren hebben plaatsgevonden. Nadat [gedaagde partij in conventie, eisende partij in verzet] de hoogte van de huurachterstand heeft betwist, heeft Woonpunt alsnog een voldoende duidelijk huuroverzicht ingebracht. Woonpunt heeft daarbij toegelicht dat de huurachterstand is ontstaan door storno’s van de huur van april 2020 ad € 620,38 en storno’s van de huren december 2020 en februari 2021 van elk € 631,93. Uit het tweede huuroverzicht is op te maken dat er begin april 2020 een tegoed was van € 79,88 en dat de huur over april 2020 is gestorneerd (terwijl de stornering van augustus 2020 in september 2020 is ingelopen), hetgeen verklaart dat de huurachterstand tot en met maart 2021 inderdaad die </para>
        <para>€ 1.804,36 betreft. De stelling van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in verzet] dat de huuroverzichten significant verschillen en dat het tweede overzicht daarmee is gefingeerd wordt niet gedeeld. De huuroverzichten verschillen in zoverre dat in het tweede huuroverzicht, anders dan bij het eerste, het cumulatieve saldo zichtbaar is (volgens Woonpunt door het gebruik van een nieuwe versie van de software) en dat tweede overzicht ook ziet op de periode vóór augustus 2020. </para>
        <para>De facturen en betalingen over de periode die zichtbaar is op het eerste overzicht, zijn gelijk aan die van het tweede overzicht over diezelfde periode. Woonpunt heeft daarmee voldoende gesteld en onderbouwd dat sprake is van een huurachterstand van € 1.804,36. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde partij in conventie, eisende partij in verzet] heeft dit op haar beurt niet (gemotiveerd) betwist. Zo stelt [gedaagde partij in conventie, eisende partij in verzet] niet dat zij betalingen heeft verricht die niet in de huuroverzichten worden vermeld. Daarmee wordt als vaststaand aangenomen dat sprake is van voornoemde huurachterstand. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Het beroep van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in verzet] op opschorting van betaling van de huurpenningen wegens een vermindering van het huurgenot (te weten overlast door omwonenden) treft geen doel. De huurachterstand is ontstaan door storno’s van de maandhuren april, december 2020 en februari 2021 (aldus het niet hebben van voldoende saldo op de rekening), terwijl [gedaagde partij in conventie, eisende partij in verzet] ook niet eerder kenbaar heeft gemaakt de betalingen op te schorten vanwege overlast. [gedaagde partij in conventie, eisende partij in verzet] betwist ook niet langer dat de overlast al sedert juni 2020, en wel door inspanningen van Woonpunt, is beëindigd. Opschorting kan bovendien slechts leiden tot uitstel, maar niet tot afstel, van de betalingen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Gezien het vorenstaande wordt het verzet ongegrond verklaard. Het verstekvonnis kan in stand blijven en wordt bekrachtigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [gedaagde partij in conventie, eisende partij in verzet] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de verzetprocedure worden veroordeeld. Deze kosten worden tot aan deze uitspraak aan de zijde van Woonpunt begroot € 187,00 aan salaris gemachtigde (1 punt voor de conclusie van antwoord in oppositie à € 187,00). Een proceskostenveroordeling wordt alleen uitvoerbaar bij voorraad verklaard als dat is gevorderd. Dat is hier (en ook in reconventie) niet het geval.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Er is geen rechtsgrond aangevoerd, of aan te wijzen, op grond waarvan Woonpunt thans verplicht zou zijn tot het meewerken aan een verhuizing. Woonpunt heeft de benodigde inspanningen verricht om het overlastprobleem op te lossen en de overlast is al geruime tijd daadwerkelijk beëindigd. Daarbij komt dat sprake is van een huurachterstand van bijna drie maanden. De vordering is hiermee niet toewijsbaar te achten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>
        [gedaagde partij in conventie, eisende partij in verzet] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure in reconventie worden veroordeeld. Deze kosten worden tot aan deze uitspraak aan de zijde van Woonpunt begroot op € 187,00 aan salaris gemachtigde (omdat sprake is van een tegeneis die voortvloeit uit het verweer: ½ x 2 punten x tarief € 187,00).</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in conventie </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>bekrachtigt het door de kantonrechter op 14 april 2021 onder zaaknummer 9118036 CV EXPL 21-1735 gewezen verstekvonnis, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde partij in conventie, eisende partij in verzet] in de kosten van de verzetprocedure, aan de zijde van Woonpunt tot op heden begroot op € 187,00,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>wijst het gevorderde af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde partij in conventie, eisende partij in verzet] in de proceskosten, aan de zijde van Woonpunt tot op heden begroot op € 187,00. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.M. Kuster en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>NIv</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>