<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2022:3046</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-19T15:56:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-04-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03/153838-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2022:3046">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2022:3046</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-19T15:53:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2022:3046 Rechtbank Limburg , 19-04-2022 / 03/153838-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2022:3046:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontucht met een minderjarige. Vrijspraak wegens het ontbreken van voldoende wettig bewijs.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2022:3046:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 03/153838-21</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 19 april 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] , Afghanistan, op [geboortedag] 2000,</para>
      <para>wonende te [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte wordt bijgestaan door mr. W.J.J. Lunsingh Tonckens, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 5 april 2022. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer] , die op dat moment de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt. Primair is ten laste gelegd dat de ontucht mede bestond uit het seksueel binnendringen van haar lichaam.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde bewezen. Het slachtoffer [slachtoffer] heeft verklaard dat de verdachte één van de mannen is geweest die in de nacht van 29 op 30 maart 2019 ontucht met haar heeft gepleegd, waarbij sprake was van het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer] . De verklaring van [slachtoffer] vindt op verschillende onderdelen steun in het politiedossier. Zo beschrijft een getuige dat [slachtoffer] die avond tegen hem heeft gezegd dat zij zich niet op haar gemak voelde in de woning van de verdachte. Tegenover de verklaring van [slachtoffer] , staat de ontkennende verklaring van de verdachte. Deze verklaring van de verdachte is, gelet op de inhoud van het procesdossier, op meerdere punten kennelijk leugenachtig.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het dossier onvoldoende wettig bewijs bevat dat de verdachte ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer] , zodat de verdachte vrijgesproken moet worden. Het dossier bevat geen bewijsmiddelen die de verklaring van [slachtoffer] op dit punt ondersteunen. De verdachte ontkent ontucht met haar gepleegd te hebben. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer] . De rechtbank is, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat er onvoldoende wettig bewijs is dat de verdachte ontucht met haar heeft gepleegd, zodat de verdachte vrijgesproken moet worden. De rechtbank kan zich voorstellen dat dit voor [slachtoffer] en haar familie misschien moeilijk te begrijpen is en zal daarom toelichten waarom de verdachte voor dit feit wordt vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het juridisch kader</emphasis>
        </para>
        <para>Deze zaak betreft een zogenoemde zedenzaak. Zedenzaken zijn bewijstechnisch vaak lastige zaken. Dit komt omdat er bij dit soort zaken vaak maar twee personen aanwezig zijn als er seksuele handelingen verricht worden, namelijk degene die zich als slachtoffer ziet en degene die als de dader wordt gezien. Veelal is het dan ook nog zo dat de (belastende) verklaring van het slachtoffer lijnrecht staat tegenover de (ontkennende) verklaring van de verdachte. Getuigen van de gebeurtenissen zijn er vaak niet. Ook in deze zaak is dit het geval. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de wet is bepaald dat het bewijs dat de verdachte een feit heeft begaan niet uitsluitend kan worden aangenomen op basis van één bewijsmiddel, zoals de verklaring van het slachtoffer/de aangever. Ook als die verklaring betrouwbaar wordt geacht, is die enkele verklaring onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen. De verklaring moet in ieder geval ondersteund worden door één bewijsmiddel uit een andere bron. Het ondersteunend bewijsmateriaal mag niet in een te ver verwijderd verband staan met de verklaring van het slachtoffer en dit bewijsmateriaal moet bovendien uit een andere bron stammen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De beoordeling van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>
          [slachtoffer] heeft verklaard dat meerdere mannen ontucht met haar hebben gepleegd toen zij in de nacht van 29 op 30 maart 2019 in de woning van de verdachte verbleef. Een van die mannen zou de verdachte zijn geweest. [slachtoffer] heeft voldoende helder en consistent verklaard over wat er zich die nacht in de woning van de verdachte heeft afgespeeld. In zoverre kan haar verklaring dan ook als uitgangspunt genomen worden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Vervolgens dient beoordeeld te worden of deze verklaring van [slachtoffer] in voldoende mate steun vind in andere bewijsmiddelen, afkomstig van een andere bron dan degene die de belastende verklaring heeft afgelegd. De rechtbank is van oordeel dat dit niet is gebleken.</para>
        <para>Zo kan de verklaring van de moeder van [slachtoffer] niet als steunbewijs dienen, omdat zij alleen verklaart wat zij van [slachtoffer] heeft gehoord. Ook het feit dat er vaker meisjes in de woning van de verdachte waren, dat getuigen verklaren dat [slachtoffer] die nacht niet op haar gemak was in de woning van de verdachte en dat in de onderbroek die [slachtoffer] die nacht aan had, sperma is aangetroffen van medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , en een onbekende man (in het dossier aangeduid als ‘onbekende man A’) alsmede ander DNA-materiaal van één onbekend persoon (in elk geval niet van verdachte), vormt geen steunbewijs voor de verklaring van [slachtoffer] dat de verdachte één van de personen is geweest die ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer] .</para>
        <para>Uit het dossier blijkt wel dat een van de telefoonnummers die [slachtoffer] noemt als telefoonnummers van de mannen die ontucht met haar hebben gepleegd, het telefoonnummer van de verdachte betreft. Deze enkele constatering is echter onvoldoende om steun te bieden aan de aangifte van [slachtoffer] , in die zin dat hieruit niet afgeleid kan worden dat de verdachte de betreffende nacht ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer] .  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit betekent dat er onvoldoende wettig bewijs voorhanden is om verdachte te veroordelen voor ontucht, zodat de verdachte voor zowel het primair als subsidiair ten laste gelegde moet worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De vordering van de benadeelde partij</title>
    <parablock>
      <para>Gelet op de omstandigheid dat de verdachte van het ten laste gelegde zal worden vrijgesproken, kan de benadeelde partij niet in haar vordering worden ontvangen, zodat zij </para>
      <para>niet-ontvankelijk verklaard zal worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vordering van de benadeelde partij</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart de benadeelde partij [wettelijk vertegenwoordigster] van [slachtoffer] niet-ontvankelijk in haar vordering;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de benadeelde partij [wettelijk vertegenwoordigster] van [slachtoffer] in de kosten, door de verdediging ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil; </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. L.E.M. Hendriks, voorzitter, mr. M.M. Beije en mr. R.J.M.G. Rulkens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.H.J. Muijlkens, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 19 april 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Buiten staat</emphasis>
      </para>
      <para>mr. L.E.M. Hendriks en mr. R.J.M.G. Rulkens zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.BIJLAGE I: De tenlastelegging</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 29 maart 2019 tot en met 30 maart 2019 in de gemeente Maastricht, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] ;</para>
      <para>( art 245 Wetboek van Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 29 maart 2019 tot en met 30 maart 2019 in de gemeente Maastricht, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, te weten het meermalen, althans eenmaal, (telkens)</para>
    </parablock>
    <para>- ( tong)zoenen van die [slachtoffer] en/of doende zijn die [slachtoffer] te (tong)zoenen en/of</para>
    <para>- aanraken en/of betasten en/of strelen van en/of wrijven over/tussen een/de be(e)n(en) en/of de vagina van die [slachtoffer] en/of</para>
    <para>- vastpakken en/of betasten en/of strelen van en/of wrijven over en/of knijpen in de borst(en) van die [slachtoffer] en/of</para>
    <para>- uittrekken en/of naar beneden en/of omhoog doen van de kleding en/of de onderkleding van die [slachtoffer] en/of</para>
    <para>- op die [slachtoffer] gaan en/of blijven liggen;</para>
    <para>( art 247 Wetboek van Strafrecht )</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>