<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2022:2682</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-13T11:30:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-04-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ROE 22 / 560</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2022:2682">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2022:2682</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-13T11:26:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2022:2682 Rechtbank Limburg , 06-04-2022 / ROE 22 / 560</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2022:2682:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker geen spoedeisend belang heeft bij de schorsing van de verleende ontheffing. Omdat vergunninghouder heeft verklaard dat hij in afwachting van de beslissing op bezwaar geen gebruik van de verleende ontheffing zal maken, kan verzoeker bij de voorzieningenrechter niet méér bereiken dan met deze toezegging is gedaan. Verzoeker kan dus zonder nadeel een beslissing op zijn bezwaarschrift afwachten en dus is het treffen van een voorlopige voorziening niet nodig.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2022:2682:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK limburg</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: ROE 22/560</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter van 6 april 2022 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam] , te [plaats] , verzoeker, </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Gedeputeerde Staten van Limburg, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als derde-partij neemt aan het geding deel: de gemeente [plaats] , vergunninghouder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 21 januari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan vergunninghouder een ontheffing Wet Natuurbescherming verleend ten behoeve van de sloop van de Blijde Boodschapkerk en de aanliggende woningen op de locatie [straat 1] [huisnummer 1] , [huisnummer 2] en [huisnummer 3] en [straat 2] [huisnummer 4] en [huisnummer 5] in [plaats] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft ook de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan, indien tegen een besluit bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.</para>
    <para />
    <para>2. Verzoeker woont op het perceel aan de [straat 1] [huisnummer 6] in [plaats] , dus in de directe omgeving van de panden waarop de verleende ontheffing ziet. Hij heeft in zijn verzoek aangegeven dat hij een spoedeisend belang bij de schorsing van de ontheffing heeft, omdat er op dit moment geen noodzaak bestaat om de gewone dwergvleermuizen uit de kerk te verdrijven. Er wordt immers op zijn vroegst in 2024 met de bouwwerkzaamheden op onderhavig perceel gestart.  </para>
    <para />
    <para>3. Van de zijde van de rechtbank is aan vergunninghouder gevraagd of er uitvoeringshandelingen op grond van verleende ontheffing hebben plaatsgevonden. Hierop heeft vergunninghouder aan de rechtbank per e-mail van 17 maart 2022 medegedeeld dat dit niet het geval is. Ook heeft vergunninghouder toegezegd dat hij in afwachting van de beslissing op bezwaar geen uitvoering aan de verleende ontheffing zal geven. De behandeling van het bezwaar zal volgens de mededeling van verweerder in de loop van mei van dit jaar plaatsvinden. </para>
    <para />
    <para>4. De voorzieningenrechter is gelet op het voorgaande van oordeel dat verzoeker momenteel geen spoedeisend belang (meer) heeft bij de schorsing van de verleende ontheffing. Omdat vergunninghouder heeft verklaard dat hij in afwachting van de beslissing op bezwaar geen gebruik van de verleende ontheffing zal maken, kan verzoeker bij de voorzieningenrechter namelijk niet méér bereiken dan met deze toezegging is gedaan. Verzoeker kan dus zonder nadeel een beslissing op zijn bezwaarschrift afwachten en daarom is het treffen van een voorlopige voorziening niet nodig.</para>
    <para />
    <para>5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Gelet hierop is er geen grond voor een proceskostenveroordeling. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Snijders, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Kloos, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: 6 april 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier				          voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: 6 april 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>