<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2021:9790</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-29T09:00:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9497202 CV EXPL 21-4863</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:9790">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:9790</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-27T16:17:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2021:9790 Rechtbank Limburg , 22-12-2021 / 9497202 CV EXPL 21-4863</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2021:9790:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Veroordeling bij verstek tot betaling van de gevorderde huurachterstand en tot ontruiming van het gehuurde. </para>
        <para>Eisende partij behoeft geen aparte machtiging om de ontruiming te kunnen bewerkstelligen. Voor de ontruimingskosten levert dit vonnis een executoriale titel op zodat een aparte veroordeling overbodig is.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2021:9790:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps"> RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Burgerlijk recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 9497202 CV EXPL 21-4863</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van de kantonrechter van 22 december 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eisende partij] </emphasis>h.o.d.n.<emphasis role="bold"> [handelsnaam] ,</emphasis></para>
      <para>wonend en kantoorhoudend te [plaats 1] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde mr. D.L. Hendrikx<emphasis role="bold">,</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde partij] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonend te [woonplaats] , gemeente [plaats 2] , </para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>niet verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [eisende partij] en [gedaagde partij] genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het exploot van dagvaarding van 21 oktober 2021, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling van 20 december 2021. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde partij] is niet ter mondelinge behandeling verschenen en hij heeft zich evenmin voorafgaand aan de zitting schriftelijk tegen de vordering verweerd. Nu de dagvaarding voldoet aan de daaraan te stellen eisen wordt tegen [gedaagde partij] verstek verleend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eisende partij] heeft sinds 1 november 2020 aan [gedaagde partij] verhuurd het appartement staande en gelegen aan de [adres] te [plaats 2] tegen een bij vooruitbetaling verschuldigde kale huurprijs van € 660,00 en € 100,00 voorschot voor gas, water en licht per maand. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op enig moment is aan de zijde van [gedaagde partij] een achterstand ontstaan in zijn betalingsverplichtingen (betaling borg en overeengekomen huurprijs) jegens [eisende partij] uit hoofde van voornoemde huurrelatie. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eisende partij] vordert dat de kantonrechter in kort geding, bij vonnis</para>
        <para>uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde partij] veroordeelt: </para>
        <para>I. om binnen één maand na betekening van het vonnis het gehuurde te ontruimen en te verlaten met al hetgeen dat/degene die zich daar hunnerzijds bevindt/bevinden en onder afgifte van alle sleutels ter vrije beschikking van [eisende partij] te stellen en dit alles op kosten van [gedaagde partij] , </para>
        <para>II. [eisende partij] te machtigen om, indien [gedaagde partij] met die ontruiming in gebreke mocht blijven, deze zelf op kosten van [gedaagde partij] te doen bewerkstelligen door een deurwaarder, zo nodig met behulp van de politie of de gewapende macht, </para>
        <para>III. [gedaagde partij] te veroordelen over te gaan tot nakoming van alle uit de huurovereenkomst voortvloeiende verplichtingen, waaronder betaling van de huur tot aan het tijdstip van de ontruiming, inclusief wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot die der algehele voldoening en voorts te betalen een bedrag van € 500,00 voor iedere maand, dat [gedaagde partij] voormeld gehuurde in zijn bezit zal houden, </para>
        <para>IV. [gedaagde partij] te veroordelen in de kosten van deze procedure.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van de vordering. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De onweersproken gebleven ontruimingsvordering komt de kantonrechter, gelet op de onweersproken gebleven huurachterstand, niet onrechtmatig en/of ongegrond voor, zodat deze bij verstek kan worden toegewezen. De vordering onder I om de ontruiming, verlating en afgifte van de sleutels op kosten van [gedaagde partij] te bewerkstelligen zal echter worden afgewezen nu dit vonnis, ook voor die kosten een executoriale titel oplevert. Een aparte veroordeling zoals door [eisende partij] gevorderd, is overbodig.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Ter zake van de onder II gevorderde machtiging geldt dat de in de wet aan de deurwaarder verleende bevoegdheden tot reële executie (artikelen 555 e.v. Rv in verbinding met artikel 444 Rv) toereikend worden geacht, zodat [eisende partij] bij een afzonderlijke machtiging geen belang heeft.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De onweersproken gebleven vordering tot nakoming van alle uit de huurovereenkomst voortvloeiende verplichtingen, waaronder betaling van de huur tot aan het tijdstip van de ontruiming, inclusief wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot die der algehele voldoening, komt de kantonrechter evenmin onrechtmatig en/ of ongegrond voor en zal worden toegewezen. [eisende partij] vordert ook € 500,00 voor iedere maand, dat [gedaagde partij] het gehuurde in zijn bezit zal houden. De kantonrechter begrijpt dat het gevorderde bedrag van € 500,00 als dwangsom is bedoeld. Een dwangsom kan echter niet worden opgelegd in geval van een veroordeling tot betaling van een geldsom. Aangezien de uit de huurovereenkomst voor [gedaagde partij] voortvloeiende verplichtingen hoofdzakelijk uit betaling van een geldsom (borg en huur) bestaan en hij hierna wort veroordeeld tot nakoming van die verplichtingen, dient de door [eisende partij] gevorderde dwangsom afgewezen te worden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Voor zover deze dwangsom mocht zien op het niet ontruimen van de woning door [gedaagde partij] , dient deze vordering eveneens te worden afgewezen. Immers ook hier heeft [eisende partij] geen belang bij een dergelijke vordering, nu hij door dit vonnis over een executoriale titel beschikt en als zodanig zelf de ontruiming kan bewerkstelligen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde partij] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van [eisende partij] worden begroot op:</para>
        <para>dagvaarding			€ 112,82</para>
        <para>griffierecht			€ 126,00</para>
        <para>salaris gemachtigde		<emphasis role="underline">€ 498,00</emphasis> (vast tarief kort geding kanton verstek)</para>
        <para>Totaal				€ 726,82</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde partij] om het gehuurde, het appartement staande en gelegen aan de [adres] te [plaats 2] , binnen één maand na betekening van dit vonnis, met al hetgeen dat/degene die zich daar hunnerzijds bevindt/bevinden, te verlaten, ontruimen en onder afgifte van alle sleutels ter vrije beschikking van [eisende partij] te stellen, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde partij] om over te gaan tot nakoming van alle uit de huurovereenkomst voortvloeiende verplichtingen, waaronder betaling van de huur tot aan het tijdstip van de ontruiming, inclusief wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding (zijnde 21 oktober 2021) tot die der algehele voldoening, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van [eisende partij] , welke kosten tot heden worden begroot op een bedrag van € 726,82, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>wijst af het anders of meer gevorderde. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>NZ</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>