<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2021:9387</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T09:29:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/296035 / HA ZA 21-450</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJF 2022/46</rdf:li>
          <rdf:li>TVA 2022/41</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:9387">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:9387</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-16T16:18:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2021:9387 Rechtbank Limburg , 08-12-2021 / C/03/296035 / HA ZA 21-450</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2021:9387:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>bevoegdheidsincident afgewezen</para>
        <para>arbitrage niet exclusief overeengekomen</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2021:9387:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="03ce8b5d-479e-4824-bcd2-b544b161462b" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="f642f412-6dba-4cbc-acc8-9a9c6505ef09" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Burgerlijk recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/03/296035 / HA ZA 21-450</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 8 december 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend te [woonplaats] ,</para>
      <para>eiseres in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerster in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. P.J.H.C. Glenz,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">NATUURRUST EYGELSHOF B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd en kantoorhoudend te Eygelshoven, gemeente Kerkrade,</para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiseres in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. A.J.E. Verschuren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] en Natuurrust genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding met producties 1 en 2</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord alsmede de incidentele conclusie houdende exceptie van <?linebreak?>  onbevoegdheid met 1 productie</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie van antwoord.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in de hoofdzaak </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Natuurrust heeft bij akte van 25 november 2019 grafrecht verleend aan [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] (productie 1 bij dagvaarding). Dit grafrecht heeft betrekking op het graf van de [kind] van [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] .</para>
        <para>
          [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] vordert bij dagvaarding dat de rechtbank bij vonnis zal bevelen dat Natuurrust niet langer met voertuigen gebruik maakt van het pad vóór het graf van de [kind] van [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] en voorts Natuurrust te verbieden om binnen een straal van 25 meter van het betreffende graf voertuigbewegingen van welke straal dan ook uit te voeren. Daarnaast wordt gevorderd om te bepalen dat het [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] is toegestaan om voor opvolgende perioden van drie dagen bloemen op het graf te leggen, zulks op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 met een maximum van € 10.000,00 voor iedere keer dat Natuurrust in gebreke is om aan het vonnis te voldoen. </para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Natuurrust vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart om van de zaak kennis te nemen, nu onder artikel 7 van de in het geding gebrachte grafakte tussen partijen  is overeengekomen dat partijen een eventueel geschil voorleggen in de vorm van arbitrage ex art. 1026 Rv.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] voert verweer en stelt dat de arbitrage niet dwingend is voorgeschreven, nu er is vermeld dat partijen een eventueel geschil bij wijze van arbitrage <emphasis role="italic">kunnen</emphasis> voorleggen. Daarnaast stelt zij dat de akte geen rechtsgeldige overeenkomst tot arbitrage bevat omdat het te vaag is opgesteld. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>
      <?linebreak?>3.	De beoordeling in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Vooropgesteld zij dat partijen kunnen overeenkomen dat geschillen aan arbitrage worden onderworpen (art. 1020 Rv). Een dergelijke overeenkomst tot arbitrage wordt bewezen door een geschrift (art. 1021 Rv). Indien een arbitragebeding is overeengekomen, kan dit leiden tot onbevoegdheid van de overheidsrechter.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Tussen partijen staat vast dat op 25 november 2019 een grafakte is gesloten, deze akte is bij dagvaarding overgelegd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Artikel 7 van de grafakte luidt: </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Geschillen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op deze overeenkomst is het Nederlandse recht van toepassing.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Partijen komen overeen dat een eventueel geschil door partijen kunnen worden voorgelegd bij wijze van arbitrage zoals bedoeld in artikel 1026 en volgende Wetboek van Rechtsvordering aan een scheidsgerecht, bestaande uit drie arbiters.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ieder van partijen is bevoegd één arbiter te benoemen, de aldus benoemde arbiters benoemen tezamen de derde arbiter.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Indien en voor zover het scheidsgerecht zich onbevoegd verklaart op grond van het ontbreken van een geldige arbitrageovereenkomst is de gewone rechter, alsdan de Rechtbank Limburg, locatie Maastricht bevoegd</emphasis>.<emphasis role="italic">“</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Een arbitrageovereenkomst impliceert afstand van het recht op toegang tot het bij de wet ingestelde gerecht. Volgens vaste rechtspraak moet die afstand, evenals de afstand van andere fundamentele rechten, <emphasis role="italic">vrijwillig en ondubbelzinnig</emphasis> geschieden. Alleen ondubbelzinnige aanknopingspunten voor een afstand van toegang tot de overheidsrechter zijn voldoende voor het oordeel dat de wederpartij die afstand mocht begrijpen en verwachten. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit art. 7 van onderhavige grafakte niet dat arbitrage exclusief is overeengekomen, nu is overeengekomen dat partijen een eventueel geschil bij wijze van arbitrage <emphasis role="italic">kunnen</emphasis> voorleggen.  </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden afgewezen, omdat de aangevoerde gronden die vordering niet kunnen dragen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Natuurrust zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>wijst het gevorderde af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt Natuurrust in de kosten van het incident, aan de zijde van Natuurrust Eygelshof B.V. tot op heden begroot op € 563,00,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">22 december 2021</emphasis> voor opgave verhinderdata aan de zijde van beide partijen voor een mondelinge behandeling in de periode 1 februari 2022 tot en met 30 juni 2022.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Sijmonsma en in het openbaar uitgesproken.<footnote-ref linkend="_fb391288-ee5e-47ef-b0f5-fe718c58da1e" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_fb391288-ee5e-47ef-b0f5-fe718c58da1e" label="1">
    <para>type: AH</para>
    <para>coll:</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>