<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2021:9075</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-16T10:31:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-11-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9458491 EZ VERZ 21-218</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:9075">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:9075</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-16T10:30:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2021:9075 Rechtbank Limburg , 08-11-2021 / 9458491 EZ VERZ 21-218</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2021:9075:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Erfrecht. Salaris vereffenaar. Art. 4:206 BW. Rekening en verantwoording. Appeltermijn. </para>
        <para>Intern kantooroverleg wordt slechts bij een van de medewerkers gehonoreerd. De kantoorkosten van 4% zullen worden afgewezen nu voormelde kosten geen looncomponent zijn. Neerleggen rekening en verantwoording en de uitdelingslijst daarin bepaalde datum zal, met inachtneming van de mogelijkheid van hoger beroep tegen de salarisbeschikking, worden gesteld op uiterlijk 1 maart 2022.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2021:9075:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Burgerlijk recht / Kantonrechter 	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr: 9458491 EZ VERZ 21-218</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking van 8 november 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Inzake </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">UW VEREFFENAAR B.V., </emphasis>
      </para>
      <para>kantoor houdend te 2957 CL Nieuw-Lekkerland, Lekdijk 297,</para>
      <para>verzoekster, in haar hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap van </para>
      <para>
        [erflaatster] (verder: de erflaatster). </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Op 21 september 2021 is een verzoekschrift met bijlagen ter griffie van deze rechtbank ontvangen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Vervolgens is beschikking bepaald en wordt vandaag uitspraak gedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam 1] , werkzaam bij verzoekster, vraagt vaststelling van het vereffenaarsloon van haarzelf en van de overige medewerkers die bij verzoekster werkzaam zijn en voert daartoe aan dat de vereffening van de nalatenschap van de erflaatster nagenoeg is voltooid. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Rekening houdend met het feit dat intern kantooroverleg slechts bij een van de medewerkers wordt gehonoreerd zullen slechts de daarvoor door [naam 2] gedeclareerde uren worden gehonoreerd en bij de overige medewerkers in mindering worden gebracht. Verder zullen de uren aan reistijd van in totaal 8,48 overeenkomstig het door verzoekster ter zake gestelde in mindering worden gebracht nu deze uren wel in de urenspecificatie en de berekening van verzoekster zijn meegenomen. De door verzoekster in rekening gebrachte kantoorkosten van 4% zullen worden afgewezen nu voormelde kosten geen looncomponent zijn. Het voorgaande leidt er toe dat aan de hand van de door verzoekster aangeleverde urenspecificatie en de ervaringsfactoren het vereffenaarsloon als volgt zal worden vastgesteld:</para>
        <para>
          [naam 2]  		1,8   uur x 1,4 x € 219,00 =  €  	  551,88</para>
        <para>
          [naam 2]		1,8   uur x 1,4 x € 226,00 =  €      569,52</para>
        <para>
          [naam 1]	32,2 uur x 1,1 x € 219,00 =  €   7.756,98	 </para>
        <para>
          [naam 1] 	14    uur x 1,1 x € 226,00 =  €   3.480,40 </para>
        <para>
          [naam 3]		5,4   uur x 0,8 x € 226,00 =  €      976,32</para>
        <para>
          [naam 4]		6,9   uur x 0,4 x € 219,00 =  €      604,44</para>
        <para>
          [naam 4]		1,5   uur x 0,4 x € 226,00 =  €      135,60</para>
        <para>
          [naam 5]	0,3   uur x 0,4 x € 226,00 =  € 	    27,12</para>
        <para>Afwikkeling 		2      uur x 1    x € 226,00 =  <emphasis role="underline">€      452,00</emphasis></para>
        <para>Totaal						      € 14.554,26 excl. btw.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Zoals in de beschikking van 9 februari 2021 is beslist, dient verzoekster de rekening en verantwoording en de uitdelingslijst ter inzage neer te leggen ter griffie van deze rechtbank. De daarin bepaalde datum zal, met inachtneming van de mogelijkheid van hoger beroep tegen de onderhavige beschikking, worden gesteld op uiterlijk 1 maart 2022. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>stelt het vereffenaarsloon van de medewerkers bij verzoekster in de nalatenschap van [erflaatster] over de periode van 7 februari 2020 tot en met de afwikkeling vast op € 14.554,26 exclusief btw,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>geeft verzoekster de aanwijzing om op uiterlijk 1 maart 2022 de rekening en verantwoording en de uitdelingslijst in de nalatenschap van </para>
        <para>
          [erflaatster] ter inzage neer te leggen ter griffie van deze rechtbank,</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders verzochte.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.J. Quaedackers, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken. </para>
        <para>YT</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>