<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2021:8644</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-06T11:39:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9236297 OV VERZ 21-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:8644">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:8644</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-06T11:39:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2021:8644 Rechtbank Limburg , 28-10-2021 / 9236297 OV VERZ 21-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2021:8644:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Small claim. Verstek.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2021:8644:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="caf0c413-8f81-43c4-9b21-a57cc91a3bd4" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="f1e448ee-1c3b-44bb-b5da-a84545cb510b" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beschikking</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Burgerlijk recht / Kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer 9236297 \ OV VERZ 21-23</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 28 oktober 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op een verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">KERKHOFFS ADVOCATEN B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te 6221 BG Maastricht, Wilhelminasingel 77,</para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>gemachtigde mr. J.H.P. Hardy, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>met betrekking tot</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerder]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend te [woonplaats] , [adres] , </para>
      <para>verweerder,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna Kerkhoffs en [verweerder] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft kennisgenomen van het door Kerkhoffs ingevulde standaard vorderingsformulier A als bedoeld in bijlage I van Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen (hierna: de Verordening) en de daarbij gevoegde stukken ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 25 mei 2021.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij aangetekend schrijven dat op 26 mei 2021 bij [verweerder] is bezorgd is [verweerder] door de Rechtbank Limburg uitgenodigd om middels antwoordformulier C op het vorderingsformulier te reageren hetgeen [verweerder] niet binnen de daarvoor geldende termijn van dertig dagen heeft gedaan. Vervolgens is tegen [verweerder] verstek verleend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Op 29 juni 2021 is een akte houdende producties en een eiswijziging van Kerkhoffs ter griffie van deze rechtbank ontvangen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Daarna is beschikking bepaald, waarvan de uitspraak is gesteld op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering </title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Kerkhoffs vordert na vermindering van eis veroordeling van [verweerder] tot betaling van € 17,87 aan wettelijke rente, € 284,61 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 694,00 aan proceskosten en verzoekt een bewijs van waarmerking van de beslissing.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Kerkhoffs stelt daartoe dat de hoofdvordering betrekking heeft op een tussen haar en [verweerder] op gesloten overeenkomst van opdracht. Voor de door haar ter zake verrichte werkzaamheden dient [verweerder] haar de hoofdsom van € 1.897,38 te betalen. Ondanks sommaties en een schriftelijke ingebrekestelling op 26 april 2021 heeft [verweerder] voormelde hoofdsom aanvankelijk niet betaald. [verweerder] heeft, nadat Kerkhoffs op 21 mei 2021 het vorderingsformulier A bij deze rechtbank had ingediend, op 31 mei 2021 een bedrag van € 1.903,92 betaald. Voormeld bedrag bestaat uit voormelde hoofdsom en een deel aan vervallen wettelijke rente. [verweerder] heeft de restantvordering als vermeld in 2.1. onbetaald gelaten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [verweerder] heeft niet binnen de daarvoor geldende termijn verweer gevoerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Kerkhoffs heeft het bestaan van de vordering en verzuim van [verweerder] gemotiveerd onderbouwd en met bescheiden gestaafd. Ter zake de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten heeft de kantonrechter vastgesteld dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Gelet op het vorenvermelde ligt de door [verweerder] onweersproken gelaten (restant)vordering voor toewijzing gereed nu deze de kantonrechter onrechtmatig noch ongegrond voorkomt. De door Kerkhoffs gevorderde waarmerking van deze beslissing zal eveneens worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [verweerder] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van Kerkhoffs tot aan deze uitspraak gerezen en begroot op € 507,00 aan griffierecht en € 187,00 aan salaris gemachtigde. De gevorderde nakosten (bijlage 1 bij het vorderingsformulier A) zullen worden toegewezen als nader in het dictum is bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing<?linebreak?></title>
    <para>De kantonrechter</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt [verweerder] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Kerkhoffs te betalen € 17,87 aan wettelijke rente en € 284,61 aan buitengerechtelijke incassokosten,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [verweerder] tot betaling van de tot aan deze uitspraak aan de zijde van Kerkhoffs gerezen proceskosten van € 694,00,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>veroordeelt [verweerder] , onder de voorwaarde dat hij niet binnen twee weken na aanschrijving door Kerkhoffs volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 93,50 aan salaris gemachtigde, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.J. Quaedackers, kantonrechter en is in het openbaar in de aanwezigheid van de griffier uitgesproken. </para>
        <para>YT</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>