<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2021:8642</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-06T17:06:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9443084 EZ VERZ 21-199</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2021/533</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:8642">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:8642</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-07T13:26:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2021:8642 Rechtbank Limburg , 28-10-2021 / 9443084 EZ VERZ 21-199</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2021:8642:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Erfrecht. Opheffing vereffening 4:209 BW. Kantoorkosten niet gespecificeerd noch met bescheiden gestaafd onderbouwd. Geen griffierecht verschuldigd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2021:8642:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Burgerlijk recht / Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr: 9443084 \ EZ VERZ 21-199</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 28 oktober 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">MR. JAN VAN DER WENDE,</emphasis>
      </para>
      <para>kantoor houdend te 5240 AG Rosmalen,</para>
      <para>verzoeker, in zijn hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap van</para>
      <para>
        [erflater] ,</para>
      <para>gemachtigde mr. M. van der Meulen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Op 15 september 2021 is een verzoekschrift met bijlagen ter griffie van deze rechtbank ontvangen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Vervolgens is beschikking bepaald waarvan de uitspraak is gesteld op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Verzoeker vraagt:</para>
      <orderedlist numeration="upperalpha">
        <listitem>
          <para>het loon van de vereffenaar vast te stellen op € 5.946,44 exclusief btw / € 7.742,11 inclusief BTW, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de vereffeningskosten vast te stellen op € 11.016,99 bestaande uit € 7.742,11 aan loon en € 3.274,88 aan kosten, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van de erflater te bevelen</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>te bevelen dat de opheffing van de vereffening uitsluitend (kosteloos) dient te worden gepubliceerd in de digitale Staatscourant</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>te bevelen dat het aan de indiening van dit verzoekschrift verbonden griffierecht ten laste komt van de Staat. </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Uit de processtukken blijkt het volgende:</para>
      <para>- op [overlijdensdatum] is te [overlijdensplaats] [erflater] (verder: de erflater), laatstelijk wonend. te [woonplaats] , overleden</para>
      <para>- bij beschikking van deze rechtbank van 7 april 2020 is verzoeker tot vereffenaar van de nalatenschap van de erflater benoemd</para>
      <para>- de vereffening van de nalatenschap van de erflater is voltooid.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Een verzoek tot opheffing van een vereffening kan - onder meer - worden ingewilligd indien de vereffeningskosten hoger zijn dan de activa van de nalatenschap. Daarvan is sprake. Dat betekent dat de verzoeken A t/m D kunnen worden ingewilligd met dien verstande dat de kantonrechter de vereffeningskosten (die volgens productie 3 reeds zijn voldaan) zal vaststellen op € 2.965,20. De post “Kantoorkosten 4% over salaris” van € 309,68 is niet gespecificeerd noch met bescheiden gestaafd onderbouwd en zal worden afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Het onder E verzochte behoeft geen verdere beoordeling aangezien er voor het onderwerpelijke verzoekschrift geen griffierecht is geheven. Op verzoek van verzoekers en om proceseconomische redenen heeft geen mondelinge behandeling van het verzoekschrift plaatsgevonden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>beveelt de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van</para>
        <para> [erflater] ,</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>stelt het vereffenaarsloon van verzoeker en zijn kantoorgenoten, vanaf 7 april 2020 tot en met de afwikkeling, inclusief twee uur voor de afwikkeling, vast op </para>
        <para>€ 7.742,11 inclusief btw,</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>stelt het totaal aan vereffeningskosten vast op € 10.797,31 bestaande uit € 7.742,11 inclusief btw aan loon en € 2.965,20 aan (reeds betaalde) kosten,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>gelast verzoeker, in zijn hoedanigheid van vereffenaar van voormelde nalatenschap, om de opheffing van deze vereffening bekend te maken in de kosteloze (digitale) Nederlandse Staatscourant, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>gelast de griffier om deze beschikking in het boedelregister in te schrijven,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders verzochte. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.J. Quaedackers, kantonrechter, en is in het aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>YT</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>