<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2021:7692</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-11T15:49:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9425948 \ CV EXPL 21-4291</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2022:1357" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2022:1357</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:7692">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:7692</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-15T08:53:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2021:7692 Rechtbank Limburg , 12-10-2021 / 9425948 \ CV EXPL 21-4291</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2021:7692:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Partijen zijn een samenwerkingsovereenkomst aangegaan op grond waarvan eiser als hoofdvoetbaltrainer/ coach werkzaamheden voor gedaagde heeft verricht en daarvoor een vergoeding heeft gekregen. Eiser heeft zich ingeschreven voor een cursus. De samenwerkingsovereenkomst is vervolgens door gedaagde opgezegd. Eiser vordert vergoeding van cursuskosten en stelt hij als gevolg van de beëindiging van de samenwerking schade lijdt die ingevolge artikel 6:248 BW voor rekening van gedaagde komt. De vordering wordt afgewezen omdat de cursus waarvoor eiser zich heeft ingeschreven geen onderdeel uitmaakt van de tussen partijen gesloten samenwerkingsovereenkomst ook wel vrijwilligersovereenkomst. De bedragen die gedaagde aan eiser in het kader van die samenwerkingsovereenkomst heeft betaald, betreffen slechts onkostenvergoedingen. De samenwerkingsovereenkomst kon te allen tijde worden opgezegd en daar had eiser rekening mee moeten houden. Dat die opzegging in het voorliggende geval vanwege de redelijkheid en billijkheid ‘onaanvaardbaar’ zou zijn, zoals bedoeld in artikel 6:248 van het Burgerlijk Wetboek BW, is gesteld noch gebleken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2021:7692:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Burgerlijk recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 9425948 CV EXPL 21-4291</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van de kantonrechter van 12 oktober 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde mr. T.P. Boer,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ROOMS-KATHOLIEKE VOETBALVERENIGING WILLEM 1</emphasis>,</para>
      <para>statutair gevestigd en kantoorhoudend te Maastricht,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>vertegenwoordigd door haar bestuur..</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [eiser] en RKVV genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit: </para>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het exploot van dagvaarding van 9 september 2021, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling op 27 september 2021 waarbij partijen hun standpunten nader hebben toegelicht. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>RKVV betreft een amateur voetbal vereniging. Voor het seizoen 2020/ 2021  hebben partijen een ‘samenwerkingsovereenkomst’ gesloten. [eiser] verrichtte in dat kader als hoofdtrainer/ coach werkzaamheden voor RKVV en kreeg daarvoor een vergoeding per maand, afhankelijk van de vraag of er trainingen gegeven werden en/ of wedstrijden werden gespeeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft zich ingeschreven voor de cursus UEFA B. De cursuskosten bedragen € 4.640,00. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>RKVV heeft twee keer € 500,00 (op 8 en 19 april 2021) op de bankrekening van [eiser] overgemaakt. Daarbij heeft RKVV als omschrijving vermeld “<emphasis role="italic">cursuskosten A. [eiser] KNVB UEFA</emphasis>” en “<emphasis role="italic">Cursusgeld KNVB UEFA 2/2</emphasis>”. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Omstreeks medio april 2021 heeft RKVV de samenwerking met [eiser] beëindigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert dat de kantonrechter in kort geding, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, RKVV veroordeelt</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>tot betaling van € 4.640,00 aan [eiser] , althans een voorschot daarop (voorschot termijnbetaling één, voor oktober 2021), zijnde de schade van [eiser] inzake de investeringen als aangegaan, te vergoeden; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>tot betaling van de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag der algehele voldoening; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>tot betaling van de kosten van deze procedure te weten kosten advocaat, griffierrecht en eventuele na kosten.  </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiser] stelt dat hij als (hoofd)voetbaltrainer (die volgens de reglementen van de KNVB trainerslicenties en licentiepunten moest halen) werkzaamheden heeft verricht voor RKVV. In dat kader en met medeweten van RKVV heeft hij zich ingeschreven voor de cursus UEFA B waaraan RKVV mede heeft betaald door twee keer een bedrag van € 500,00 over te maken met als bijschrift cursuskosten. Nu RKVV de samenwerking met [eiser] heeft beëindigd, lijdt [eiser] schade die ingevolge artikel 6:248 BW voor rekening van RKVV komt. [eiser] stelt dat de schade bestaat uit € 4.640,00 aan cursuskosten. Hij stelt dat hij daar niet onderuit kan en ook niet wil omdat het volgen van de cursus een belangrijk aspect was in zijn relatie met RKVV en thans een belangrijk aspect is in zijn persoonlijke ontwikkeling. Als hij de cursus niet volgt, dan gaat een unieke kans en investering aan hem voorbij. Daarnaast ontstaat een schuld die vervolgens door een deurwaarder zal worden geïnd, aldus [eiser] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>RKVV stelt dat [eiser] als vrijwilliger actief was voor RKVV en daarvoor een onkostenvergoeding van € 500,00 per maand kreeg. De vrijwilligersvergoeding wordt normaal niet per bank uitbetaald. Op verzoek van [eiser] is de vergoeding echter tweemaal als voorschot per bank uitbetaald. Met hem is toen afgesproken dat als omschrijving ‘cursusgeld’ zou worden vermeld. RKVV stelt dat [eiser] er zelf voor gekozen heeft om de cursus UEFA B te gaan volgen. De samenwerking is beëindigd wegens wrijvingen tussen [eiser] als trainer en de leden van het betreffende elftal. RKVV stelt verder dat [eiser] nog vóór de toelatingsgesprekken de cursus had kunnen annuleren, althans tegen de KNVB had kunnen zeggen dat hij de cursus niet kon betalen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover relevant, nader ingegaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De spoedeisendheid vloeit voort uit de aard van de vordering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert betaling van zijn cursus bij wege van schadevergoeding. Het volgen van die cursus was echter niet noodzakelijk om als hoofdtrainer bij RKVV te fungeren, met andere woorden RKVV had er geen baat bij en in die zin vormde dit ook geen onderdeel van de tussen partijen gesloten ‘samenwerkingsovereenkomst’ of ook wel ‘vrijwilligersovereenkomst’. RKVV betaalde conform deze overeenkomst een onkostenvergoeding aan [eiser] , mits er trainingen en /of wedstrijden plaatsvonden. [eiser] kon op zijn beurt op deze wijze de door hem gewenste licentiepunten verzamelen. Een samenwerkingsovereenkomst als de onderhavige is door partijen immers opzegbaar. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Dat er een einde kan komen aan deze vrijwilligersovereenkomst is een gegeven waarmee [eiser] rekening heeft te houden. Dat die opzegging in het voorliggende geval vanwege de redelijkheid en billijkheid ‘onaanvaardbaar’ zou zijn, zoals bedoeld in artikel 6:248 van het Burgerlijk Wetboek BW, wordt door [eiser] niet gesteld of onderbouwd. Er bestond immers geen verplichting voor RKVV om aan [eiser] de door hem te volgen cursus te vergoeden, een cursus die niet noodzakelijk was voor diens vrijwilligerswerk bij RKVV en  slechts voordeel bracht voor [eiser] zelf. Een dergelijke afspraak of toezegging is in het kader van dit kort geding niet komen vast te staan. Het causaal verband tussen opzegging van de overeenkomst door RKVV en de door [eiser] gestelde schade is dan ook bepaald niet voor de hand liggend. Dit betekent dat de vorderingen van [eiser] worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>
        [eiser] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van RKVV worden begroot op nihil.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen af, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van RKVV tot op heden begroot op nihil.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>NZ</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>