<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2021:7643</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-19T11:32:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03.324325.20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:7643">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:7643</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-19T11:30:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2021:7643 Rechtbank Limburg , 08-10-2021 / 03.324325.20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2021:7643:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2021:7643:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 03.324325.20 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegenspraak </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 8 oktober 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboortegegevens] 1982,</para>
      <para>gedetineerd in [adres PI] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte wordt bijgestaan door mr. E. Gorsselink, advocaat kantoorhoudende te Venlo.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 24 september 2021. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 1:</emphasis> op 23 december 2020 [slachtoffer 1] heeft bedreigd; </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 2:</emphasis> op 23 december 2020 heeft geprobeerd een politieambtenaar te doden dan wel heeft geprobeerd die politieambtenaar zwaar lichamelijk letsel toe te brengen dan wel die politieambtenaar heeft mishandeld.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht het onder 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, gelet op de aangifte en de getuigenverklaringen. Wel dient verdachte te worden vrijgesproken van het gedeelte dat verdachte stekende bewegingen heeft gemaakt. Voorts acht de officier van justitie het onder 2 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, gelet op de aangifte en de aanvullende verklaring van aangeefster die ondersteund worden door de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] . Volgens de officier van justitie is sprake van voorwaardelijk opzet, nu verdachte door zijn gedragingen bewust de aanmerkelijke kans op de dood heeft aanvaard. Dat sprake is van ontoerekeningsvatbaarheid maakt dit niet anders, nu verdachte meerdere keuzes heeft gemaakt en bewuste handelingen heeft verricht. Verdachte heeft immers aangeefster vastgehouden en niet losgelaten. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft zich ten aanzien van feit 1 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Voorts heeft de raadsman vrijspraak bepleit van het onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde, nu uit het dossier niet van opzet aan de zijde van verdachte is gebleken. Er kan niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat verdachte doelbewust op aangeefster is blijven liggen nadat zij riep dat zij geen lucht meer kreeg. Het is de vraag of verdachte aangeefster had kunnen loslaten waardoor zij niet meer in ademnood zou verkeren, gelet op de wijze waarop de getuige op verdachte lag. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_fcc5075a-6d3d-4d1e-86f7-2093a96b8ef1" />
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het onder 1 ten laste gelegde</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bewijsmiddelen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [slachtoffer 1] verklaart – zakelijk weergegeven – als volgt:<footnote-ref linkend="_df035498-62ce-483c-aded-f5ee403a9486" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ik doe aangifte van bedreiging met een mes op 23 december 2020. Omstreeks 16:15 uur zat ik in de woonkamer toen er een persoon via de toegangsdeur van de moskee naar binnen kwam. Ik herken deze persoon als zijnde [verdachte] . Toen [verdachte] de moskee binnen kwam, ben ik met hem in gesprek gegaan. Ik heb hem duidelijk gemaakt dat hij niet welkom was in de moskee gezien het gedrag dat hij vertoond had. Ik zat op dat moment nog in een stoel in de woonkamer. Ik zag opeens dat [verdachte] voor me kwam staan. De onderlinge afstand was niet groter dan 1 meter. Ik hoorde dat [verdachte] zijn stem verhief en tegen mij begon te schreeuwen. Ik zag dat [verdachte] boos was. Ik hoorde dat hij zei dat niemand wat tegen hem kon doen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Opeens zag ik dat [verdachte] zijn jas aan de rechterkant aan de kant deed. Ik zag dat hij een mes pakte, dat hij in een houder aan zijn broeksriem had zitten. Ik zag dat hij het mes voor zich hield in de richting van mij. Ik zag dat hij me boos aankeek en tegen me zei dat hij ging bidden en daarna weer zou vertrekken. Niemand zou hem tegen kunnen houden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ik voelde me als gevolg van de bedreiging met het mes ernstig in mijn persoonlijke </para>
        <para>levenssfeer aangetast. Ik zag aan [verdachte] dat hij het serieus bedoelde. Ik dacht dat hij me ieder moment neer zou steken. Ik was doodsbang.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ik zag ondertussen dat [verdachte] de gang op liep in de richting van de reinigingsruimte en de gebedsruimte. Ik heb [verdachte] hierop wederom aangesproken en verzocht dat hij moest vertrekken. Ik zag dat [verdachte] zich tot mij keerde en nog steeds het mes in zijn handen had. Ik zag dat [verdachte] het mes nog steeds voor zich had.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het mes wat u mij zojuist heeft getoond dat bij verdachte is aangetroffen, betreft het mes waarmee [verdachte] mij heeft bedreigd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [getuige 3] verklaart – zakelijk weergegeven – als volgt:<footnote-ref linkend="_dbd3fa5b-1f14-45f3-9b79-2512b3068f13" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ik was vandaag op 23 december 2020 in de Moskee aan de [adres 2] in Venray. Ik zag in de koffieruimte [verdachte] (<emphasis role="italic">naar de rechtbank begrijpt: aangever</emphasis>) staan. Ook zag ik in de </para>
        <para>koffieruimte nog een man. Dit was [verdachte] . Ik hoorde dat [verdachte] zei: "Doe rustig". Ik zag toen dat [verdachte] een mes in zijn hand had. Ik denk dat hij het mes in zijn rechterhand had. Ik zag dat het mes een houten handvat had en in totaal ongeveer 20 à 30 centimeter groot was. Ik zag dat [verdachte] op ongeveer 1 meter afstand van [verdachte] stond. Ik weet niet wat er was, maar [verdachte] was boos. Hij schreeuwde, maar ik weet niet wat. Op dat moment stond ik op de gang ook op een meter afstand van [verdachte] , maar dan dus aan de andere kant. Ik zag dat [verdachte] met het mes richting [verdachte] stond. Ik zag dat de punt van het mes dus richting [verdachte] wees. Ik denk dat de afstand tussen het mes en [verdachte] ongeveer 30 à 40 centimeter was op dat moment.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [naam verbalisant 1] , [naam verbalisant 2] en [naam verbalisant 3] relateren – zakelijk weergegeven – als volgt:<footnote-ref linkend="_4eda65e6-9a38-47fe-9fce-32aa637be0b6" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op woensdag 23 december 2020 kregen wij omstreeks 16.44 uur het verzoek van de politiemeldkamer te Maastricht om samen met meerdere eenheden te rijden naar de [adres 2] te Venray. Daar zou een iemand met een mes staan te zwaaien. Op genoemde dag en datum waren wij omstreeks 16.54 uur ter plaatse. Toen wij binnen kwamen, werd er direct gewezen naar een persoon die in de hal liep in onze richting. Ik, verbalisant, [naam verbalisant 3] vroeg de verdachte of hij nog scherpe voorwerpen bij zich had. Wij hoorden de verdachte zeggen dat hij een mes had in zijn broek. Hierna zag ik, verbalisant [naam verbalisant 1] , dat er een mes in een foedraal zat aan de broeksriem van de verdachte.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bewijsoverwegingen</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij zich niet kan herinneren dat hij het mes uit het foedraal heeft gehaald en voor aangever heeft gehouden. Aangever en getuige [getuige 3] hebben echter verklaard dat verdachte het mes in zijn handen had en in de richting van aangever hield. De rechtbank ziet geen reden om daaraan te twijfelen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte op korte afstand voor aangever heeft gestaan en tegen aangever heeft geschreeuwd, een mes uit de foedraal aan zijn broeksriem heeft gehaald en dat mes in de richting van aangever heeft gehouden en daarbij aangever boos heeft aangekeken. De rechtbank is van oordeel dat de gedragingen van verdachte richting aangever van dien aard zijn en onder zodanige omstandigheden zijn geschied dat bij aangever in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat de bedreiging ten uitvoer zou kunnen worden gebracht. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de ten laste gelegde bedreiging dan ook wettig en overtuigend bewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte met het mes stekende bewegingen heeft gemaakt in de richting van aangever, nu deze gedraging niet als zodanig uit de bewijsmiddelen volgt. De rechtbank zal verdachte van dit bestanddeel dan ook vrijspreken.</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het onder 2 primair ten laste gelegde</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bewijsmiddelen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [slachtoffer 2] verklaart – zakelijk weergegeven – als volgt:<footnote-ref linkend="_ae11bc15-afc0-4165-8b0a-909ec776df9b" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ik doe aangifte van poging doodslag gepleegd op woensdag 23 december 2020. Ik ben werkzaam als assistent beveiliger bij de Nationale Politie. Ten behoeve van mijn functie ben ik werkzaam als arrestantbeveiliger in het cellencomplex gelegen in het politiebureau aan de Rijnbeekstraat 1 te Venlo. Omstreeks 20.38 uur opende mijn collega [getuige 1] de deur van de luchtplaats waarop [getuige 1] de luchtplaats inliep. Ik ben bij de deur blijven staan. Op het moment dat verdachte [verdachte] bij de deur kwam, pakte ik hem vast aan zijn linker arm. Ik zag dat verdachte [verdachte] hierop met zij rechterarm/hand in mijn richting sloeg. Ik zag dat verdachte [verdachte] zijn hand balde tot een vuist en ik voelde dat hij mij sloeg op mijn gezicht ter hoogte van mijn kin. Hierna ontstond een worsteling tussen verdachte [verdachte] , [getuige 1] en mij. Ik zag dat [getuige 1] ter verdediging van mij verdachte [verdachte] sloeg. Ik zag dat verdachte [verdachte] en [getuige 1] hierna naar de grond gingen. Op het moment dat verdachte [verdachte] op de grond lag, heb ik hem enkele malen met geschoeide voet geschopt ter hoogte van zijn been om het tot bedaren te brengen en zijn verzet te staken. Ik zag dat mijn trappen weinig tot geen effect hadden. Hierop ben ik ook richting de grond gezakt om [getuige 1] te assisteren en verdachte [verdachte] onder bedwang te krijgen. Op enig moment heeft verdachte [verdachte] de kans gezien om mij bij mijn haren te grijpen. Mijn haren droeg ik ten tijde van het incident los naar achteren. Ik voelde dat verdachte [verdachte] met twee handen aan mijn haren trok. Ik voelde dat [verdachte] heel dicht bij mijn hoofdhuid aan mijn haren trok, dit deed ontzettend veel pijn. Doordat verdachte [verdachte] aan mijn haren trok, ging ik met mijn hoofd en gezicht in de richting van de grond. Ik voelde dat verdachte [verdachte] mij ook richting de grond duwde. Ik voelde dat verdachte [verdachte] mij met veel kracht naar de grond bleef duwen, al trekkend aan mijn haar. Ik voelde dat ik moeilijk tot geen lucht meer kreeg. Door het geduw en getrek is mijn poloshirt voor mijn gezicht geraakt. Ik zat compleet klem met mijn poloshirt voor mijn gezicht en armen voor mijn neus en mond en kreeg geen lucht meer. Ik heb toen meerdere malen luid geroepen: "Ik krijg geen lucht, ik krijg geen lucht!" De worsteling bleef echter voortduren. Ik voelde me benauwd en was echt bang dat ik zou stikken. Ik voelde me heel erg angstig, beter gezegd ik was doodsbang. Ik heb nogmaals geroepen met alle kracht die ik nog had: "Ik krijg geen lucht, ik krijg geen lucht!" Ik wist niet hoelang het nog zou duren. Op enig moment hoorde ik dat mijn collega [getuige 2] tegen verdachte [verdachte] riep dat hij mij los moest laten, zo niet dat hij dan geweld zou gebruiken. Ik voelde dat ik uit de greep van verdachte [verdachte] loskwam, waarna ik weer lucht kreeg. Ik heb me in al die jaren, nog nooit zo angstig gevoeld. Ik vreesde echt voor mijn leven.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [slachtoffer 2] verklaart – zakelijk weergegeven – als volgt:<footnote-ref linkend="_31ba39a0-ec13-4e3c-a9e9-f378d7afa513" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>U, verbalisant, houdt mij voor dat ik onder meer heb verklaard dat door het geduw en getrek mijn poloshirt voor mijn gezicht is geraakt. Later heb ik erover nagedacht en heb ik beseft dat dit mijn mondkapje was en vermoedelijk niet mijn polo. Op het moment dat ik riep: “Ik krijg geen lucht, ik krijg geen lucht” voelde ik dat [verdachte] meer druk begon te zetten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [slachtoffer 2] relateert – zakelijk weergegeven – als volgt:<footnote-ref linkend="_a77eafa4-72fb-4317-981b-65aed3b5b7c1" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ik wist niet hoelang het nog zou duren en ik voelde dat verdachte [verdachte] zijn greep alleen maar verstrakte in plaats van dat hij mij los liet zodat ik weer zou kunnen ademen. Ik heb met alle macht die ik nog had geprobeerd om uit zijn greep te komen. Op enig moment hoorde ik dat collega [getuige 2] , die ook te hulp was geschoten, riep tegen verdachte [verdachte] : "Laat mijn collega los, anders ga ik geweld gebruiken." Ik voelde dat de verdachte geen gehoor gaf aan de waarschuwing van mijn collega. Ik voelde dat de verdachte zijn greep niet losliet, maar juist versterkte.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [getuige 1] verklaart – zakelijk weergegeven – als volgt:<footnote-ref linkend="_1397f8e3-5917-44e2-aefd-8e76bf547d70" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ik ben werkzaam als arrestantenverzorger bij de Politie Limburg. Op woensdag 23 december 2020 had ik late dienst in het cellencomplex te Venlo. [slachtoffer 2] (<emphasis role="italic">naar de rechtbank begrijpt: aangeefster</emphasis>) stond in de deuropening om de deur open te houden. Eenmaal op de gang pakte zij [verdachte] mee vast teneinde hem naar zijn cel te begeleiden. Om dat moment ging [verdachte] , zonder enige voorwaarschuwing, vol in het verzet. Ik zag dat hij begon te slaan in de richting van [slachtoffer 2] . Ik zag dat [verdachte] met beide handen in de richting van [slachtoffer 2] sloeg. Aangezien ik [verdachte] al vasthad, heb ik hem meteen proberen te controleren. In de worsteling die ontstond kwamen [verdachte] en ik op de grond terecht. Na enkele ogenblikken assisteerde [slachtoffer 2] mij hierbij. Tijdens het onder controle brengen van [verdachte] greep hij op enig moment [slachtoffer 2] bij haar haren aan weerszijden van haar hoofd. Ik zag dat [verdachte] met alle kracht het hoofd van [slachtoffer 2] aan haar haren omlaag trok in de richting van de grond. Ik zag dat hij [slachtoffer 2] 's hoofd en gezicht met kracht tegen de grond drukte en dat haar poloshirt hierdoor voor haar gezicht kwam. Ik hoorde dat [slachtoffer 2] meerdere malen zei dat ze geen lucht kreeg. Hierop heb ik meermaals met luide stem geroepen dat [verdachte] [slachtoffer 2] los moest laten, maar hij gaf hier geen enkel gehoor aan. Tegelijkertijd probeerde ik zijn handen los te krijgen van de haren van [slachtoffer 2] . Toen dit niet lukte heb ik [verdachte] enkele klappen gegeven tegen zijn hoofd teneinde zijn verzet te breken. [verdachte] liet echter niet los. Deze situatie ging een tijd lang zo door. Ik was echt bang voor de veiligheid van [slachtoffer 2] , omdat zij riep dat ze geen lucht kreeg. Op enig moment liet [verdachte] gelukkig toch los.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [getuige 2] verklaart – zakelijk weergegeven – als volgt:<footnote-ref linkend="_714a4cb3-af61-43ce-b64d-55cc350d4f98" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ik ben werkzaam als arrestantbeveiliger binnen de Nationale Politie. Op 23 december 2020 was ik werkzaam in het arrestantencomplex te Venlo. Ik heb reeds een proces-verbaal van bevindingen gemaakt van wat ik die dag heb gezien en gehoord. Hierin heb ik het navolgende verklaard. Ik, verbalisant, [getuige 2] , zag dat collega [getuige 1] arrestant [verdachte] naar binnen begeleidde. Ik zag dit via de camera's die bij mij bij de desk hangen. Ik zag dat collega [slachtoffer 2] in de deuropening stond van luchtplaats 1. Ik zag dat arrestant [verdachte] zich naar binnen begaf. Ik zag dat arrestant [verdachte] mijn collega [slachtoffer 2] aanviel. Vervolgens zag ik dat collega's [getuige 1] en [slachtoffer 2] met arrestant [verdachte] aan het worstelen waren. Toen ik, verbalisant [getuige 2] , dit zag, ben ik snel naar mijn collega's gegaan voor assistentie. Bij aankomst heb ik, verbalisant [getuige 2] , samen met collega [getuige 1] geprobeerd de arrestant te controleren. Ik, verbalisant [getuige 2] , heb geprobeerd om de arrestant [verdachte] de handboeien aan te leggen voor een beter fixatie en voor transport terug naar zijn cel. Echter zag arrestant [verdachte] de mogelijkheid collega [slachtoffer 2] , die met haar hoofd dicht bij het hoofd van arrestant [verdachte] lag, vast te grijpen bij haar haren en op haar hoofd te gaan liggen. Ik zag dat arrestant [verdachte] collega [slachtoffer 2] bij haar haren vast had en met zijn bovenlichaam op haar hoofd lag. Ik, verbalisant [getuige 2] , vroeg aan collega [slachtoffer 2] hoe het ging. Hierop hoorde ik collega [slachtoffer 2] zeggen dat zij geen lucht meer kreeg. Vervolgens heb ik, verbalisant [getuige 2] , arrestant [verdachte] meerdere slagen in zijn rechterzij, met gebalde rechterhand, gegeven. Na meerdere slagen zag ik, verbalisant [getuige 2] , dat collega [slachtoffer 2] uit de greep van arrestant [verdachte] was los gekomen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [naam verbalisant 4] relateert – zakelijk weergegeven – als volgt:<footnote-ref linkend="_73975dd4-15b2-4af4-8bca-4022fc99853e" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ik, verbalisant [naam verbalisant 4] , heb op 25 december 2020 om 11:00 uur via een laptop van de arrestantenwacht de veiliggestelde beelden bekeken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ik zag om 20:35:48 uur, dat de verdachte op de grond kwam. Aan de linkerzijde van de verdachte stond collega [slachtoffer 2] en aan de rechterzijde, buiten het zicht, stond collega [getuige 1] (<emphasis role="italic">naar de rechtbank begrijpt: collega [getuige 1]</emphasis>). Op 20:35:50 uur komt een derde collega in uniform gekleed bijstand verlenen. Hij knielde aan de zijde van collega [getuige 1] . De verdachte is op beeld niet zichtbaar. Om 20:36:16 pakte de derde collega met zijn rechterhand zijn handboeien en wilde de verdachte boeien. De verdachte verzette zich en liet zich niet boeien. De collega’s trachtten de verdachte in bedwang te houden. Om 20:36:20 uur zag ik dat de verdachte met zijn rechterhand richting de nek van collega [slachtoffer 2] greep. Ik zag dat de verdachte op zijn knieën zat. Collega [getuige 1] en de derde collega staan gebukt achter de verdachte. De verdachte wordt terug op de grond gedrukt en de verdachte en collega [slachtoffer 2] belanden op de grond. Collega [getuige 1] ligt boven op de verdachte. De derde collega zit geknield bij de verdachte. Een van de collega's hoorde ik hard roepen: laat los! Ik zag dat de derde collega de verdachte drie keer met zijn rechterhand en gebalde vuist tegen de verdachte aan sloeg. Ik kon op de beelden niet zien waar de verdachte geraakt werd. Ik zag dat de verdachte met een hand collega [slachtoffer 2] bij de haren dicht bij haar hoofdhuid pakte. Ik zag dat collega [getuige 1] op de verdachte lag en deels op collega [slachtoffer 2] . Ik hoorde iemand schreeuwen: “Ik krijg geen lucht!” De derde collega beukte met zijn knie tegen de verdachte. Ik hoorde iemand roepen: Loslaten! Om 20:36:55 uur kon collega [slachtoffer 2] zich losmaken uit de greep van de verdachte.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bewijsoverwegingen</emphasis>
        </para>
        <para>De vraag, die de rechtbank moet beantwoorden, is of de door verdachte toegepaste geweldshandeling is te duiden als een poging tot doodslag dan wel als een poging tot zware mishandeling.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor een bewezenverklaring van een ten laste gelegde poging tot doodslag moet de rechtbank de vraag beantwoorden of verdachte opzet heeft gehad op de dood van het slachtoffer. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van voornoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte in een worsteling op een gegeven moment aangeefster bij haar haren heeft gegrepen en haar aan haar haren omlaag richting de grond heeft getrokken. Verdachte bleef aangeefster met kracht naar de grond duwen terwijl hij bleef trekken aan haar haren. [getuige 2] heeft gezien dat verdachte aangeefster bij haar haren vast had en met zijn bovenlichaam op haar hoofd lag. Aangeefster heeft meerdere malen geroepen dat zij geen lucht kreeg. Verbalisant [naam verbalisant 4] heeft dat ook op de videobeelden waargenomen. Op enig moment is aangeefster uit de greep van verdachte losgekomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt dat aangeefster heeft verklaard dat zij meerdere malen luid heeft geroepen dat zij geen lucht meer kreeg waarop verdachte juist méér druk begon te zetten en haar probeerde te verstikken. Voorts werd verdachte gewaarschuwd door [getuige 1] en [getuige 2] om aangeefster los te laten, maar gaf hij daar geen gehoor aan. Aangeefster heeft verklaard dat zij, nadat verdachte geen gehoor gaf aan de waarschuwing van [getuige 2] , voelde dat verdachte zijn greep niet losliet, maar juist versterkte. Uit de aard van de handelingen van verdachte blijkt naar het oordeel van de rechtbank dan ook dat verdachte opzet had op de dood van aangeefster. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair ten laste gelegde poging tot doodslag. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht bewezen dat de verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1</para>
        <para>op 23 december 2020 te Venray [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft hij, verdachte, op een betrekkelijk korte afstand (ongeveer korter dan één meter) voor die [slachtoffer 1] gestaan en tegen die [slachtoffer 1] heeft geschreeuwd en opzettelijk dreigend een mes uit zijn broeksriem gehaald en dat mes in de richting van die [slachtoffer 1] gehouden en daarbij deze [slachtoffer 1] boos aangekeken;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2 primair</para>
        <para>Op 23 december 2020 te Venlo ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een ambtenaar, [slachtoffer 2] , gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening, opzettelijk van het leven te beroven, met dat opzet met beide handen, (aan) de haren van die [slachtoffer 2] heeft getrokken en/of gerukt en/of gepakt en die [slachtoffer 2] met veel kracht op de grond heeft geduwd en met zijn bovenlichaam op het hoofd van die [slachtoffer 2] heeft gelegen waardoor die [slachtoffer 2] geen lucht meer kreeg, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De strafbaarheid van het bewezen verklaarde</title>
    <para>Het bewezen verklaarde levert de volgende strafbare feiten op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1</emphasis>: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2 primair</emphasis>: poging tot doodslag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para>Psycholoog M. de Klerk heeft over de geestvermogens van verdachte op 21 april 2021 een rapport uitgebracht. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de rapportage komt – zakelijk weergegeven – het volgende naar voren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is bij verdachte sprake van schizofrenie. Hij lijdt aan psychoses waarbij hij paranoïde is, </para>
      <para>grootheidswanen heeft en last heeft van hallucinaties. De schizofrenie beïnvloedde de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte ten tijde van het ten laste gelegde. Zijn achterdocht vanuit zijn floride psychotische toestandsbeeld leidde bij de ten laste gelegde feiten tot snelle interpretaties met de overtuiging als -anderen hebben het op mij gemunt- en -ze zijn er op uit mij te beschadigen-, waardoor hij geneigd is te reageren met agressie als het komt tot een confrontatie. De rapporteur adviseert om verdachte het ten laste gelegde niet toe te rekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Psychiater [naam 1] heeft over de geestvermogens van verdachte op 24 april 2021 een rapport uitgebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de rapportage komt – zakelijk weergegeven – het volgende naar voren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft schizofrenie waarbij vanaf juni 2019 sprake is van een psychotische decompensatie. In de loop van 2020 is er sprake van een toename van psychotische </para>
      <para>symptomen en ontregeling van gedrag, vermoedelijk als gevolg van geheel staken van </para>
      <para>de medicatie in september/oktober dat jaar. Ten tijde van het onderzoek wordt hij al </para>
      <para>enige weken behandeld met antipsychotische medicatie, maar is de psychose nog niet in </para>
      <para>remissie. Er zijn wanen en er is sprake van desorganisatie van het denken, de emoties en </para>
      <para>het gedrag. De gedragskeuzes van verdachte werden ten tijde van het ten laste gelegde, voor </para>
      <para>wat betreft beide feiten, volledig bepaald door de stoornis. Hij handelde vanuit achterdocht en verloor op een gegeven moment volledig de controle over zijn denken en handelen, zoals dat kan optreden in het kader van oplopende spanning bij iemand met een acute paranoïde psychose. Het advies is om beide ten laste gelegde feiten niet aan verdachte toe te rekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel, met name gelet op de inzichtelijk gemotiveerde conclusies van de psychiater en de psycholoog over de toerekeningsvatbaarheid, dat het bewezen verklaarde niet aan verdachte kan worden toegerekend. De rechtbank ontslaat verdachte op grond van ontoerekeningsvatbaarheid van alle rechtsvervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De maatregel</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen de maatregel van terbeschikkingstelling (hierna: tbs-maatregel) met de voorwaarden, zoals deze door de reclassering in haar advies zijn verwoord. De psycholoog en de psychiater schatten het recidivegevaar als hoog in en achten forensische behandeling nodig om recidive in de toekomst te voorkomen, hetgeen dient plaats te vinden in een FPC. Een hoog beveiligingsniveau is noodzakelijk en indien het misgaat is de reguliere zorg onder de maat voor hetgeen verdachte nodig heeft. De reclassering heeft een aantal voorwaarden benoemd die redelijk zijn en binnen het kader van een zorgmachtiging vermoedelijk niet uitvoerbaar zijn. Indien verdachte meewerkt aan de voorwaarden, betekent dat niet dat de duur van de tbs-maatregel langer of intensiever zal zijn dan in het kader van een zorgmachtiging. Voorts heeft de geneesheer-directeur aangegeven een zorgmachtiging in dit geval niet doelmatig te achten, hetgeen wel een criterium is voor het afgeven van een zorgmachtiging. De geneesheer-directeur heeft aangegeven de behandeling van verdachte gelet op zijn problematiek te complex te vinden. Aan de wettelijke vereisten voor het opleggen van de tbs-maatregel is voldaan en de stelling van de psycholoog dat een tbs-maatregel (tbs met voorwaarden) een ultimum remedium betreft is onjuist. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft verzocht een zorgmachtiging af te geven. Het is de vraag of verdachte indien hij decompenseert zich aan de voorwaarden van een tbs-maatregel kan houden. Indien hij zich niet aan de voorwaarden houdt, zal de tbs-maatregel met dwangverpleging worden bevolen. Men is er nu van op de hoogte dat het mogelijk is dat het voor de buitenwereld niet duidelijk is of het wel of niet goed gaat met verdachte. Indien wordt vastgesteld dat het niet goed gaat met verdachte, kan hij gestabiliseerd worden in het kader van de zorgmachtiging en vervolgens in vrijheid worden gesteld. Voorts is een klinische opname mogelijk in het kader van een zorgmachtiging. Het is moeilijk voor te stellen dat het in het kader van een zorgmachtiging gemist wordt indien het niet goed zou gaan met verdachte. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij de bepaling van de op te leggen maatregel is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt een bedreiging van [slachtoffer 1] door op korte afstand voor [slachtoffer 1] te gaan staan, tegen hem te schreeuwen en een mes voor hem te houden. Hoe beangstigend deze situatie was, blijkt uit de aangifte. Vervolgens is verdachte aangehouden en naar het cellencomplex gebracht. Na het verlaten van de luchtplaats heeft verdachte zonder enige aanleiding de arrestantenbewaakster [slachtoffer 2] aangevallen. In de worsteling die daarop ontstond heeft verdachte gepoogd [slachtoffer 2] van het leven te beroven door haar te verstikken. Uit de verklaringen van [slachtoffer 2] blijkt dat zij doodsbang was en het een impact op haar heeft gehad. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Normaliter zouden feiten als deze, zeker de poging doodslag, bestraft worden met een gevangenisstraf van aanzienlijke duur.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gevangenisstraf, of enig andere straf, wordt in dit geval echter niet opgelegd, omdat de feiten niet aan verdachte kunnen worden toegerekend; het handelen van verdachte werd ten tijde van de feiten volledig bepaald door zijn psychische stoornis.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Wel kan de rechtbank aan verdachte, op grond van artikel 352, tweede lid Sv, de maatregel als voorzien in artikel 37a Sr, te weten terbeschikkingstelling, opleggen indien de wettelijke voorwaarden daarvoor zijn vervuld. Tevens kan de rechtbank op grond van artikel 2.3 van de Wet forensische zorg (Wfz) een zorgmachtiging afgeven als bedoeld in artikel 6:5 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Gelet hierop ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of aan verdachte de tbs-maatregel moet worden opgelegd of een zorgmachtiging moet worden afgegeven.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De keuze voor terbeschikkingstelling dan wel een zorgmachtiging wordt voor een belangrijk deel bepaald door het recidivegevaar en de vraag hoe dit het best te beteugelen is.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De psycholoog heeft geadviseerd tot een zorgmachtiging. In de rapportage komt – zakelijk weergegeven – hierover het volgende naar voren.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het risico op recidive van gewelddadig gedrag in het algemeen kan zowel vanuit het klinisch oordeel als het risicotaxatie instrument als hoog worden ingeschat. Verdachte is met name zonder medicatie moeilijk bij machte om zelfstandig zijn leven te structureren. Door zijn psychoses en de hoge mate van achterdocht voortkomend hieruit, bestaat er een kans op escalatie indien er een confrontatie plaatsvindt. De kans op dreigend geweld wordt dan ook hoger ingeschat indien verdachte geen medicatie inneemt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Een gedwongen klinische behandeling, gericht op zijn pathologie, is geïndiceerd teneinde het recidiverisico te beperken. Tot op heden is gebleken dat verdachte ondanks al dan niet gedwongen opnames (2007 en 2014) en behandeling (FACT tot 2017) niet medicatietrouw blijft, waardoor de kans op recidive toeneemt. Medio 2020 heeft hij zijn behandelend psychiater kunnen overreden om de medicatie af te bouwen. Hij toont geen enkel ziekte-inzicht/probleembesef. Een klinische behandeling wordt dan ook noodzakelijk geacht om de pathologie van verdachte te behandelen. Daarnaast dient te worden beoordeeld, nadat hij goed ingesteld is op medicatie, of verdachte weer zelfstandig kan wonen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De behandeling kan worden geboden binnen een zorgmachtiging conform artikel 2.3 Wfz, voor de duur van 6 maanden, die aansluitend kan worden verlengd met 6 maanden. Het vereiste beveiligingsniveau kan het beste worden geboden in een FPC. Volgens de Wvggz kan er bepaald worden dat de opname vanwege veiligheidsredenen (tijdelijk) plaatsvindt in een FPC. Binnen deze zorgmachtiging kan verdachte klinisch worden behandeld en kan als voorwaarde worden gesteld dat verdachte zich medicamenteus moet laten behandelen en </para>
        <para>zich na de klinische opname moet laten begeleiden door het FACT. Eveneens kan worden </para>
        <para>gekeken naar een begeleide woonvoorziening, indien nodig.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ter terechtzitting heeft de psycholoog voorts – zakelijk weergegeven – onder meer verklaard dat haar standpunt niet is veranderd. Nu verdachte geen strafblad heeft, een aantal jaren geen hulp heeft gehad en de tbs-maatregel een ultimum remedium betreft, dient verdachte de kans te krijgen een traject in te gaan in het kader van de zorgmachtiging. De psycholoog acht een zorgmachtiging ook doelmatig. Het recidiverisico zal hoog blijven indien de psychoses onbehandeld blijven. Zij verwacht dat indien binnen het kader van een zorgmachtiging de psychoses worden behandeld en verdachte wordt ingesteld op medicatie het recidiverisico zal dalen. Verdachte kan in een FPC worden geplaatst. Op een forensische plek zal door het gegeven dat verdachte in staat is zijn toestand onder de radar te houden, heen geprikt worden. Een zorgmachtiging kan verlengd worden waardoor een langdurige behandeling kan plaatsvinden. De psycholoog verwacht dat behandeling van één jaar nodig zal zijn. Het is voorstelbaar dat na afloop van de zorgmachtiging verdachte kan verblijven in een begeleide woonvorm waar toezicht bestaat. Tevens kan een FACT-team worden ingezet om toezicht te houden. Desgevraagd verklaart de psycholoog dat verdachte in het kader van een zorgmachtiging na de behandeling waarschijnlijk niet kan worden gedwongen te verblijven in een begeleide woonvorm.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De psychiater heeft geadviseerd tot een tbs-maatregel met voorwaarden. In de rapportage komt – zakelijk weergegeven – hierover het volgende naar voren.</para>
        <para>Verdachte dient behandeld te worden in een beveiligde klinische setting, waarbij in eerste instantie medicamenteuze behandeling noodzakelijk zal zijn. Wanneer de acute psychotische symptomen (denkstoornissen, instabiliteit in gedrag en emoties) in remissie zijn, zal beoordeeld moeten worden in hoeverre de achterdochtige wanen ook verminderd zijn. Omdat verdachte hier zelf weinig openheid over geeft, zal er langere tijd toezicht nodig zijn op zijn gedrag om daadwerkelijk te kunnen beoordelen of er geen aanwijzingen meer zijn voor bizar en achterdochtig gedrag. De interventies zijn uitvoerbaar binnen het kader van een TBS met voorwaarden. De inschatting is dat verdachte op dit moment vanwege het psychotisch toestandsbeeld en ontbreken van ziekte-inzicht moeite zal hebben met het begrijpen en overzien van gestelde voorwaarden. Een plaatsing in een FPK voor verdere klinische behandeling kan hem echter wel als voorwaarde opgelegd worden. Verdachte is in </para>
        <para>staat dit te begrijpen en zal vervolgens in de FPK beperkt moeten worden in zijn vrijheden en de dwangmedicatie zal voortgezet moeten worden. Afhankelijk van zijn herstel, wanneer hij een wat langere tijd anti psychotische medicatie gebruikt, is de verwachting dat er meer afspraken met hem gemaakt kunnen worden. Wanneer dit herstel echter uitblijft en verdachte vanuit achterdocht blijft dreigen met agressie naar bepaalde mensen in zijn omgeving, is een plaatsing in een TBS kliniek de enige mogelijkheid om het gevaar op herhaling van een poging tot doodslag te verminderen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het opleggen van een zorgmachtiging is overwogen, maar is gezien het hoge risico op recidive in onderhavige zaak geen passende maatregel. Naast het feit dat een zorgmachtiging niet tot doel heeft om het recidiverisico te verlagen, zijn ook inhoudelijke argumenten aanwezig waarom de psychiater teveel twijfels heeft of een zorgmachtiging zal leiden tot afname van het recidiverisico. Er is eerder sprake geweest van therapieresistentie (de psychose bleef aanwezig ondanks medicatiegebruik), er zijn veranderingen bij verdachte ten aanzien van zijn eigen opvattingen over de ziekte in de afgelopen jaren en het netwerk van gezin en geloofsgenoten is weggevallen. Ook is in de afgelopen jaren gebleken dat wanneer de psychose klinisch niet duidelijk aanwezig is voor behandelaars, verdachte agressief gedrag kan vertonen. Hij is intelligent en kan zijn klachten verborgen houden, en wanneer er ogenschijnlijk enkel sprake is van een conflictsituatie zonder duidelijke psychotische component, kan een behandelaar in het kader van een zorgmachtiging niet voorkomen dat spanningen zo hoog oplopen dat verdachte gaat dreigen met geweld. Naast zorg is dus enige vorm van toezicht noodzakelijk om recidive van geweld te voorkomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ter terechtzitting heeft de psychiater voorts – zakelijk weergegeven – onder meer verklaard dat het geen verschil maakt of klinische opname plaatsvindt binnen het kader van een zorgmachtiging of een tbs-maatregel. Het gaat met name om het zorgtraject daarna. Daarnaast kan binnen een zorgmachtiging geen ambulante behandeling worden opgelegd en verdachte ook niet daartoe worden gedwongen en geen contactwisseling met andere belanghebbenden plaatsvinden. Ook kan de reguliere zorg het qua beveiligingsniveau niet aan, indien verdachte lijdt aan een psychose. Voorts is het toezicht binnen een zorgmachtiging niet toereikend en in het kader van begeleid wonen kan het toezicht goed uitgevoerd worden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voorts heeft de reclassering bij haar rapportage van 25 augustus 2021 geadviseerd tot een tbs-maatregel met voorwaarden. Om goed zicht te kunnen houden op zijn gemoedstoestand is een nauwe samenwerking tussen hulpverlening en familie noodzakelijk, ook wanneer hij daartoe geen toestemming (meer) verleent. Indien sprake is van een psychose/psychotische verschijnselen wordt dwangmedicatie noodzakelijk geacht. Het recidiverisico wordt ingeschat als hoog tot zeer hoog en het risico op letselschade wordt ingeschat als hoog. Delictanalyse en delictpreventie is noodzakelijk, hetgeen maakt dat een forensisch kader gericht op het voorkomen van delictgedrag noodzakelijk is. Verdachte verblijft inmiddels geruime tijd binnen het PPC in Vught en is ingesteld op medicatie. De reclassering schat in dat verdachte thans in staat kan worden geacht om eventuele voorwaarden (verbonden aan tbs) te begrijpen en te overzien. Volgens de reclassering is een zorgmachtiging niet passend en zij sluit zich aan bij de visie van de psychiater. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ter terechtzitting heeft de reclasseringswerker [naam 2] voorts – zakelijk weergegeven – onder meer verklaard dat verdachte na afloop van een zorgmachtiging niet kan worden verplicht te verblijven in een begeleide woonvorm, hetgeen wel kan middels de voorwaarden van de tbs-maatregel. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt dat het noodzakelijk is dat verdachte voor zijn psychische problematiek wordt behandeld om het recidivegevaar naar een aanvaardbaar niveau terug te dringen. De rechtbank oordeelt in lijn met de adviezen van de psychiater en de reclassering dat een zorgmachtiging niet passend is. Een zorgmachtiging op grond van de Wvggz is een civielrechtelijke machtiging, die in beginsel is gericht op het welzijn van de – in dat kader genoemde – patiënt. Een dergelijk traject is dus niet zonder meer gericht op forensische interventies ter beperking van het recidiverisico. Daarbij kan een zorgmachtiging slechts voor een half jaar worden afgegeven, terwijl in dit geval een behandeling van zes maanden waarschijnlijk niet afdoende zal zijn. Weliswaar is een verlenging van de zorgmachtiging mogelijk, maar dat biedt onvoldoende garantie dat na een half jaar daadwerkelijk een machtiging tot voortgezet verblijf wordt afgegeven. Ook het noodzakelijk geachte langdurige toezicht na de klinische behandeling is via een zorgmachtiging tot verplichte zorg niet (op voorhand dwingend) te realiseren. Voorts is het belangrijk dat er een kader is waarbinnen men alert is op het herkennen van psychotische symptomen (waarvan inmiddels is gebleken dat verdachte die goed verborgen kan houden) en dat dan snel kan worden ingegrepen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aan de wettelijke eisen voor het opleggen van de maatregel van tbs is voldaan. De bewezen verklaarde feiten zijn misdrijven als bedoeld in artikel 37a, eerste lid, aanhef, sub 2, van het Wetboek van Strafrecht. Ten tijde van het begaan van de feiten bestond bij verdachte een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van de geestvermogens als bedoeld in artikel 37a, eerste lid, aanhef, sub 1, van het Wetboek van Strafrecht. Naar het oordeel van de rechtbank eist de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid personen of goederen het opleggen van de maatregel van tbs.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal verdachte dan ook de tbs-maatregel opleggen met daaraan verbonden de voorwaarden zoals de reclassering in haar rapport van 25 augustus 2021 heeft geformuleerd en hierna in de beslissing zijn omschreven. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gezien bovenstaande wordt de terbeschikkingstelling opgelegd ter zake van een geweldsmisdrijf, namelijk bedreiging en poging tot doodslag van een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van haar bediening. Hoewel de bedreiging niet zonder meer per definitie kan worden gekarakteriseerd als een geweldsmisdrijf, levert dit feit naar het oordeel van de rechtbank, gelet op alle feiten en omstandigheden in deze zaak, wel een geweldsmisdrijf op. Verdachte heeft aangever [slachtoffer 1] met een mes bedreigd en vervolgens na zijn aanhouding in het cellencomplex een politieambtenaar daadwerkelijk aangevallen. Mede gelet op de bij verdachte spelende problematiek is er een reëel risico dat verdachte het een volgende keer niet enkel bij een bedreiging laat. Zeker wanneer daarbij het hoge risico op recidive wordt betrokken. De rechtbank acht daarom ook termen aanwezig toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 38, zevende lid, van het Wetboek van Strafrecht, en zal bevelen dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel</title>
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de benadeelde partij</emphasis>
        </para>
        <para>De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft met betrekking tot feit 2 primair een schadevergoeding gevorderd van € 830,00 ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade. Bij toewijzing van enig bedrag verzoekt de benadeelde partij om de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op te leggen. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd de vordering geheel toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering, nu verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar is. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat aannemelijk is geworden dat door de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde feit immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreekse gevolg is van de poging doodslag door verdachte. De benadeelde partij is dan ook ontvankelijk in haar vordering. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dat verdachte ten tijde van de poging doodslag ontoerekeningsvatbaar was, is – anders dan de verdediging heeft aangevoerd – ingevolge artikel 6:165 lid 1 BW, geen beletsel om deze gedraging als onrechtmatige daad aan de dader toe te rekenen. Ontoerekeningsvatbaarheid maakt de daad in strafrechtelijke zin weliswaar verontschuldigbaar, maar de ontoerekeningsvatbaarheid wegens een geestelijke of lichamelijke tekortkoming komt in civielrechtelijke zin op grond van de wet voor rekening van de dader, zodat deze in beginsel aansprakelijk is voor de als gevolg van deze daad aan het slachtoffer toegebrachte schade. Nu de vordering door verdachte inhoudelijk niet is betwist en zij de rechtbank ook anderszins niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, ligt de vordering als onbetwist voor toewijzing gereed. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij van € 830,00 dan ook geheel toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 23 december 2020. De rechtbank zal ten behoeve van het slachtoffer over dit bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 36f, 37a, 38, 38a, 39, 45, 285 en 287 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart verdachte niet strafbaar voor het onder 3.4 bewezen verklaarde en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Maatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="bold">gelast de terbeschikkingstelling</emphasis> van verdachte <emphasis role="bold">en stelt daarbij als voorwaarden</emphasis>:</para>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>veroordeelde maakt zich niet schuldig aan strafbare feiten;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit verleent de veroordeelde medewerking aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of biedt hij een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelde meldt zich binnen 3 dagen na het ingaan van de maatregel bij Reclassering Nederland, op het adres Nieuwe Oeverstraat 65, 6811 JB Arnhem, 088 8041401. Veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelde laat zich opnemen in een forensische klinische zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para>De opname duurt zolang de reclassering in overleg met hoofd behandeling nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. De inname van medicatie dan wel het gedogen van zich laten toedienen van medicatie middels een injectie is onderdeel dan wel de basis van de behandeling;</para>
    <para>5. veroordeelde heeft of zoekt op geen enkele wijze – direct of indirect – contact met [slachtoffer 1] , geboren [geboortedatum 1] 1946, en [slachtoffer 2] , geboren [geboortedatum 2] 1973, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt;</para>
    <para>6. veroordeelde verleent toestemming voor het uitwisselen van gegevens tussen de reclassering, trajectrelevante instanties, zijn moeder en zijn zus;</para>
    <para>7. veroordeelde laat zich behandelen door een forensisch polikliniek of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering.</para>
    <para>De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling;</para>
    <para>8. veroordeelde verblijft in een beschermde dan wel begeleide woonvorm indien de reclassering dit noodzakelijk acht na de klinische opname. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld; </para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>geeft de reclassering de opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>beveelt dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden <emphasis role="bold">dadelijk uitvoerbaar</emphasis> is;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="bold">wijst toe</emphasis> de vordering van de benadeelde partij <emphasis role="bold">[slachtoffer 2]</emphasis> (feit 2 primair) en veroordeelt de verdachte om tegen bewijs van betaling ten behoeve van voornoemde benadeelde partij te betalen een bedrag van <emphasis role="bold">€ 830,00</emphasis>, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 23 december 2020 tot de dag der algehele voldoening;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij, de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging daaronder begrepen, tot heden begroot op nihil; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling <emphasis role="bold">aan de Staat</emphasis> ten behoeve van het slachtoffer, <emphasis role="bold">[slachtoffer 2]</emphasis>, van <emphasis role="bold">€ 830,00</emphasis>, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 23 december 2020 tot aan de dag van de volledige voldoening; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, <emphasis role="bold">gijzeling</emphasis> kan worden toegepast voor de duur van <emphasis role="bold">16 dagen</emphasis>. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorlopige hechtenis</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.M.G. Rulkens, voorzitter, mr. M.B. Bax en mr. J.S. Spijkerman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C.G. Taranto, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 8 oktober 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Buiten staat</emphasis>
      </para>
      <para>Mr. M.B. Bax en mr. J.S. Spijkerman zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
      <para>BIJLAGE I: De tenlastelegging</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1</para>
      <para>hij op of omstreeks 23 december 2020 te Venray [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers heeft hij, verdachte, op een betrekkelijk korte afstand (ongeveer korter dan één meter) voor die [slachtoffer 1] gestaan en/of tegen die [slachtoffer 1] heeft geschreeuwd en/of opzettelijk dreigend een mes uit zijn broeksriem gehaald en/of dat mes voor zich, althans in de richting van die [slachtoffer 1] , gehouden en/of daarbij deze [slachtoffer 1] boos aangekeken en/of (vervolgens) een of meerdere stekende bewegingen in de richting van deze [slachtoffer 1] gemaakt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2</para>
      <para>hij op of omstreeks 23 december 2020 te Venlo ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een ambtenaar, [slachtoffer 2] , gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening, opzettelijk van het leven te beroven, met dat opzet met één of beide hand(en), (aan) de haren van die [slachtoffer 2] heeft getrokken en/of gerukt en/of gepakt en/of die [slachtoffer 2] met veel kracht op de grond heeft geduwd en/of (vervolgens) de keel van die [slachtoffer 2] heeft dichtgeknepen, althans met zijn bovenlichaam op het hoofd van die [slachtoffer 2] heeft gelegen waardoor die [slachtoffer 2] geen lucht meer kreeg, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 23 december 2020 te Venlo, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 2] , gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met één of beide hand(en), (aan) de haren van die [slachtoffer 2] heeft getrokken en/of gerukt en/of gepakt en/of die [slachtoffer 2] met veel kracht op de grond heeft geduwd en/of (vervolgens) de keel van die [slachtoffer 2] heeft dichtgeknepen, althans met zijn bovenlichaam op het hoofd van die [slachtoffer 2] heeft gelegen waardoor die [slachtoffer 2] geen lucht meer kreeg, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 23 december 2020 te Venlo, een ambtenaar, [slachtoffer 2] , gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening heeft mishandeld door met één of beide hand(en), (aan) de haren van die [slachtoffer 2] te trekken en/of te rukken en/of te pakken en/of die [slachtoffer 2] met veel kracht op de grond te duwen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold" />
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_fcc5075a-6d3d-4d1e-86f7-2093a96b8ef1" label="1">
    <para> Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van Politie-eenheid Limburg, Districtsrecherche Noord en Midden-Limburg, proces-verbaalnummer PL2300-2020206615, gesloten d.d. 22 januari 2021, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 108.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_df035498-62ce-483c-aded-f5ee403a9486" label="2">
    <para> Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 23 december 2020, pagina 47-55.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dbd3fa5b-1f14-45f3-9b79-2512b3068f13" label="3">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] d.d. 23 december 2020, pagina 60-61.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4eda65e6-9a38-47fe-9fce-32aa637be0b6" label="4">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 december 2020, pagina 56-57. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_ae11bc15-afc0-4165-8b0a-909ec776df9b" label="5">
    <para> Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] d.d. 23 december 2020, pagina 69-72. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_31ba39a0-ec13-4e3c-a9e9-f378d7afa513" label="6">
    <para> Proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 2] d.d. 5 januari 2021, pagina 74-77.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a77eafa4-72fb-4317-981b-65aed3b5b7c1" label="7">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 januari 2021, pagina 78-79.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1397f8e3-5917-44e2-aefd-8e76bf547d70" label="8">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] d.d. 23 december 2020, pagina 99-101. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_714a4cb3-af61-43ce-b64d-55cc350d4f98" label="9">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] d.d. 25 december 2020, pagina 102-104. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_73975dd4-15b2-4af4-8bca-4022fc99853e" label="10">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 december 2020, pagina 82-96.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>