<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2021:7312</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-29T11:56:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-09-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/257073 / HA ZA 18-565</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:7312">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:7312</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-29T11:56:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2021:7312 Rechtbank Limburg , 22-09-2021 / C/03/257073 / HA ZA 18-565</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2021:7312:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Het verzoek ex artikel 337 lid 2 Rv van één van partijen om alsnog tussentijds hoger beroep van het tussenvonnis van 11 augustus 2021 toe te staan.</para>
        <para>De rechtbank staat tussentijds hoger beroep van dat tussenvonnis toe. Na het tussenvonnis van 11 augustus 2021 zullen nog proceshandelingen moeten plaatsvinden. Daarbij kan niet op voorhand worden vastgesteld of kan worden volstaan met het nemen van conclusies na tussenvonnis of nadere bewijslevering nodig zal blijken. </para>
        <para>Mocht het gerechtshof tot (deels) andere oordelen komen dan de rechtbank in het tussenvonnis van 11 augustus 2021 dan bestaat het risico dat de proceskosten die verbonden zijn aan de door partijen naar aanleiding van dat tussenvonnis nog te verrichten proceshandelingen nodeloos worden gemaakt.</para>
        <para>De bezwaren van de wederpartij tegen inwilliging van het onderhavige verzoek doen daar niet aan af en zijn dan ook onvoldoende ter afwijzing van het verzoek van verzoekende partij.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2021:7312:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="4e9d7607-fcd7-4769-82cd-2c369aaf0f12" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="7d0ad50e-acc3-4563-abc6-22f4205bf9d1" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Burgerlijk recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/03/257073 / HA ZA 18-565</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 22 september 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap <emphasis role="bold">MILIEUTECHNISCH ADVIESBUREAU HEEL B.V.</emphasis>,</para>
      <para>statutair gevestigd en kantoorhoudend te Panheel, gemeente Maasgouw,</para>
      <para>eiseres in conventie, verweerster in reconventie,</para>
      <para>advocaat mr. T. Segers te 's-Hertogenbosch,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap <emphasis role="bold">[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]</emphasis>,</para>
      <para>statutair gevestigd te Stein en kantoorhoudend te Urmond,</para>
      <para>gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,</para>
      <para>advocaat mr. J.G.C. van Baar te Sittard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna MAH en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 11 augustus 2021</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verzoek ex artikel 337 lid 2 Rv van MAH van 18 augustus 2021</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het bezwaar van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] van 19 augustus 2021</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het formulier B4 (uitstelverzoek rolhandeling) van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] .</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis in incident ex artikel 337 lid 2 Rv bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het verzoek om alsnog tussentijds hoger beroep toe te staan</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie en reconventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In deze zaak is laatstelijk op 11 augustus 2021 een tussenvonnis gewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij brief van 18 augustus 2021 heeft (de advocaat van) MAH de rechtbank - kort gezegd - verzocht om alsnog tussentijds hoger beroep toe te staan van dat tussenvonnis. MAH kan zich niet verenigen met dat tussenvonnis, waarbij het debat over de causaliteit en de (omvang van de) schade en de schadebeperkingsplicht is heropend, en waarop het vervolg van de procedure zal voortborduren. MAH voert aan dat ingeval in hoger beroep door haar wordt opgekomen tegen de toewijzing van de vorderingen van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] in reconventie en zij in het gelijk wordt gesteld, niet meer wordt toegekomen aan de vraagstukken over de schade zoals omschreven in rechtsoverweging 2.43 van dat tussenvonnis. MAH voert aan dat in dat geval de door de rechtbank aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] verstrekte bewijsopdracht ten aanzien van de causaliteit, de (omvang van de) schade en de schadebeperkingsplicht niet (meer) opportuun is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft bezwaar gemaakt tegen toewijzing van het verzoek van MAH. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] wil voorkomen dat een (onnodig) tussentijds hoger beroep de procedure zal vertragen en nodeloos kostenverhogend zal werken. Voor het geval dat MAH verhaal zou hebben op [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] een bepaald bedrag in depot gestort en de verhaalspositie van MAH voldoende afgedekt, aldus [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De rechtbank stelt allereerst vast dat MAH haar verzoek ex artikel 337 lid 2 Rv binnen de beroepstermijn en derhalve tijdig heeft gedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Uit het tussenvonnis van 11 augustus 2021 volgt dat nog proceshandelingen  moeten plaatsvinden. Daarbij kan niet op voorhand worden vastgesteld of kan worden volstaan met het nemen van conclusies na tussenvonnis of nadere bewijslevering nodig zal blijken. Mocht het gerechtshof tot (deels) andere oordelen komen dan de rechtbank in het tussenvonnis van 11 augustus 2021 dan bestaat het risico dat de proceskosten die verbonden zijn aan de door partijen naar aanleiding van dat tussenvonnis nog te verrichten proceshandelingen nodeloos worden gemaakt. De bezwaren van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] tegen inwilliging van het onderhavige verzoek doen daar niet aan af en zijn dan ook onvoldoende ter afwijzing van het verzoek van MAH. De rechtbank zal daarom alsnog tussentijds hoger beroep van het tussenvonnis van 11 augustus 2021 toestaan en de zaak naar de parkeerrol verwijzen van de hierna te noemen datum. De procedure zal worden hervat nadat de meest gerede partij een afschrift van het eindarrest heeft overgelegd en om plaatsing van de zaak op de continuatierol heeft verzocht. In afwachting daarvan zal iedere verdere beslissing worden aanhouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie en in reconventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>bepaalt dat tegen het in deze zaak op 11 augustus 2021 gewezen tussenvonnis tussentijds hoger beroep kan worden ingesteld,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de parkeerrol van <emphasis role="bold">6 april 2022</emphasis>,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman en in het openbaar uitgesproken.<footnote-ref linkend="_c43ed15e-694a-48dd-b671-abc936800be1" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_c43ed15e-694a-48dd-b671-abc936800be1" label="1">
    <para>type: CM</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>