<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2021:6109</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-04T18:00:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8920679 CV EXPL  20-6351</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:6109">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:6109</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-30T09:58:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2021:6109 Rechtbank Limburg , 28-07-2021 / 8920679 CV EXPL  20-6351</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2021:6109:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gedaagde heeft na dagvaarding een betaling gedaan, op dat moment had eiseres reeds kosten voor de procedure gemaakt. Ook de proceskosten zijn derhalve toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2021:6109:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Burgerlijk recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 8920679 CV EXPL  20-6351</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter van 28 juli 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">INFOMEDICS B.V.</emphasis>, m.h.o.d.n. <emphasis role="bold">INFOMEDICS FACTORING</emphasis>, <emphasis role="bold">UWNOTA.NL</emphasis>, <emphasis role="bold">DFA SERVICES EN INFOMEDICS DFA</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd en kantoorhoudend te Almere,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna Infomedics en [gedaagde] genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- het exploot van dagvaarding van 19 november 2020, </para>
        <para>- de conclusie van antwoord, </para>
        <para>- de conclusie van repliek, </para>
        <para>- de rolbeslissing waarbij is bepaald dat het recht om een conclusie van dupliek te nemen is komen te vervallen en dat vonnis zal worden bepaald. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil en de beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Infomedics vordert dat de kantonrechter, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 139,09 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 november 2020 met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Infomedics stelt dat ‘ [naam] ’ haar vordering op [gedaagde] aan Infomedics heeft overgedragen. Ondanks diverse aanmaningen is [gedaagde] in gebreke gebleven met tijdige en volledige betaling van het gefactureerde bedrag van € 98,28. Infomedics zag zich genoodzaakt haar vordering ter incasso uit handen te geven en heeft daarom buitengerechtelijke incassokosten van € 40,00 moeten maken die, evenals de vervallen rente van € 0,81 op grond van de wet voor rekening van [gedaagde] komen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft de verschuldigdheid van de hoofdsom van € 98,28 erkend en de vordering ter zake van de vervallen rente ter hoogte van € 0,81 niet weersproken, zodat die voor toewijzing gereed liggen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op de vordering betreffende de buitengerechtelijke kosten van € 40,00 is het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna het Besluit) van toepassing. Ingevolge artikel 6:96 lid 6 BW is gedaagde die kosten alleen verschuldigd indien hem een termijn van veertien dagen is geboden, aanvangende de dag na ontvangst van de aanmaning, om de gevorderde hoofdsom zonder verdere kosten te betalen, mits in die brief ook het bedrag aan buitengerechtelijke kosten correct is vermeld, dat gedaagde verschuldigd is bij niet tijdige betaling binnen genoemde termijn van veertien dagen. [gedaagde] heeft betwist dat hij na de originele nota één of meer aanmaningen heeft ontvangen. Infomedics heeft bij repliek die stelling van [gedaagde] met producties 3, 4 en 5 weerlegd. De ontvangst daarvan is niet meer door [gedaagde] betwist. Hetgeen Infomedics ter zake heeft gesteld, staat daarom als verder niet weersproken tussen partijen vast. De vordering tot betaling van € 40,00 aan buitengerechtelijke kosten ligt dan ook voor toewijzing gereed. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft na dagvaarding (volgens nr. 6 repliek op 24 december 2020) de hoofdsom van € 139,09 aan Infomedics betaald. Op dat moment had Infomedics reeds kosten gemaakt voor het uitbrengen van dagvaarding, griffiekosten en salaris gemachtigde. Infomedics hoefde daarom - zonder vergoeding van ook die kosten - de zaak niet in te trekken en kan aanspraak op vergoeding daarvan maken. [gedaagde] zal derhalve tevens veroordeeld worden tot betaling van de kosten van deze procedure, aan de zijde van Infomedics tot op heden begroot op:</para>
      <para>- dagvaarding		€	  86,85</para>
      <para>- griffierecht		€	124,00</para>
      <para>- salaris gemachtigde 	€	<emphasis role="underline">  74,00</emphasis> (2 x tarief € 37,00)</para>
      <para>totaal 				€	284,85</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 139,09 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 november 2020 tot de dag van volledige betaling, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure aan de zijde van Infomedics gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 284,85, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verstaat dat het door [gedaagde] op 24 december 2020 betaalde bedrag van € 139,09 op de hierboven genoemde bedragen in mindering strekt overeenkomstig de regels van artikel 6:44 BW,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Sijmonsma, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2021.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>NZ</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>