<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2021:5204</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-02T15:40:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-06-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9195823 AZ VERZ 21-61</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2021-0927</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2021-0927</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:5204">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:5204</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-19T11:09:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2021:5204 Rechtbank Limburg , 09-06-2021 / 9195823 AZ VERZ 21-61</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2021:5204:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Arbeidszaak. Geregelde ontbinding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2021:5204:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Burgerlijk recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer 9195823 AZ VERZ 21-61 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kantonrechter van 9 juni 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de (voorwaardelijke) verzoekschriftzaak van  </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>de vennootschap onder firma [verzoekende partij sub 1] . </title>
    <parablock>
      <para>voorheen gevestigd in [vestigingsplaats 1] aan de [adres 1]</para>
      <para>en</para>
      <para>2. de besloten vennootschap <emphasis role="bold">[verzoekende partij sub 2]</emphasis>,</para>
      <para>voormalig vennoot van verzoekster sub 1, gevestigd in [vestigingsplaats 2] aan de [adres 2]</para>
      <para>verzoekende partij</para>
      <para>gemachtigde mr. H. den Besten, advocaat in Almere  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verwerende partij] </emphasis>
      </para>
      <para>wonend in [woonplaats] (maar met gekozen domicilie ten kantore van haar advocaat)</para>
      <para>verwerende partij</para>
      <para>gemachtigde mr. P.J.H.C. Glenz, advocaat in Landgraaf</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna als [verzoekende partij] respectievelijk [verwerende partij] aangeduid.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het op 4 mei 2021 ter griffie ontvangen verzoekschrift met bijlagen</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verweerschrift d.d. 26 mei 2021</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de nagekomen bijlagen van de zijde van [verzoekende partij]</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is beschikking bepaald, zodat vandaag uitspraak gedaan wordt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [verwerende partij] , geboren op [geboortedatum] , is op 1 november 2017 krachtens arbeidsovereenkomst voor de (destijds) bepaalde duur van een jaar in dienst getreden van [verzoekende partij] in de functie van [functie] tegen een loon van € 1.163,58 bruto per maand exclusief vakantiebijslag en overige emolumenten op basis van een 24-urige werkweek.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [verzoekende partij] verzoekt - voor het geval de tussen haar en [verwerende partij] gesloten arbeidsovereenkomst thans nog steeds bestaat - die arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van art. 7:671b lid 1 onderdeel a BW in verbinding met art. 7:669 lid 3 onderdeel g BW (een verstoorde arbeidsverhouding). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [verwerende partij] heeft tegen toewijzing van het aan de kantonrechter gerichte voorwaardelijke verzoek tot ontbinding verweer gevoerd, doch berust niettemin in een voorwaardelijke ontbinding van haar arbeidsovereenkomst. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Vooropgesteld wordt dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een bijzonder wettelijk opzegverbod. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat sprake is van een redelijke grond voor ontbinding als bedoeld in art. 7:671b lid 1 onderdeel a BW in verbinding met art. 7:669 lid 3 onderdeel g BW, te weten een verstoorde arbeidsverhouding die zodanig is dat van de werkgever in redelijkheid niet meer gevergd kan worden om de arbeidsovereenkomst - voor het geval deze thans nog bestaat - te laten voortduren, en dat er geen reële mogelijkheid tot herplaatsing van [verwerende partij] aanwezig is. Op die grond zal de  arbeidsovereenkomst dan ook (voorwaardelijk) ontbonden worden met inachtneming van de wettelijke opzegtermijn van in dit geval één maand (en tegen het einde van de maand), derhalve per 1 augustus 2021. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Er worden voldoende termen aanwezig geacht de proceskosten in het geheel te compenseren in die zin, dat iedere partij haar eigen kosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst - indien en voor zover deze nog mocht bestaan - met ingang van 1 augustus 2021;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>compenseert de kosten van deze procedure in die zin, dat iedere partij haar eigen kosten draagt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. H.W.M.A. Staal, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>RK</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>