<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2021:4771</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-18T11:54:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-06-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/289696 / HA ZA 21-141</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:4771">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:4771</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-18T10:00:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2021:4771 Rechtbank Limburg , 09-06-2021 / C/03/289696 / HA ZA 21-141</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2021:4771:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Incidentele vordering op grond van procesconomische omstandigheden afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2021:4771:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="59e878f2-0d57-46f6-bee8-73c39b54cfbf" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="373aad7a-ec20-4586-8d7c-384101b18f0c" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Burgerlijk recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/03/289696 / HA ZA 21-141</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident bij vervroeging van 9 juni 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">LBB SOLUTIONS B.V.</emphasis>,</para>
      <para>statutair gevestigd en kantoorhoudend te Stein, </para>
      <para>eiseres in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerster in het incident,</para>
      <para>advocaat: mr. S.L. Smits-Emons,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">NL SECURITY B.V.</emphasis>,</para>
      <para>statutair gevestigd en kantoorhoudend te Den Haag,</para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiseres in het incident,</para>
      <para>advocaat: mr. P.H. Mahieu.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna “LBB Solutions” en “NL Security” genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding met de producties 1 t/m 40, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord tevens houdende exceptie van onbevoegdheid met producties </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>1 t/m 11,</para>
      <para>- de conclusie van antwoord in het incident houdende onbevoegdheid zonder producties.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>NL Security vordert dat de rechtbank zich relatief onbevoegd verklaart, nu zij op grond van artikel 99 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering meent dat de rechtbank van de vestigingsplaats van NL Security bevoegd is om van de vorderingen van LBB Solutions kennis te nemen. Dat betekent, volgens NL Security, dat de rechtbank te Den Haag bevoegd is.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>LBB Solutions betwist dat de rechtbank te Den Haag bevoegd is om van haar vorderingen kennis te nemen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat vanwege proceseconomische redenen in het midden kan blijven of zij al dan niet relatief bevoegd is om van de vorderingen van LBB Solutions kennis te nemen. Bij deze rechtbank is immers tussen dezelfde partijen, die door dezelfde advocaten worden bijgestaan, een andere zaak aanhangig, die geadministreerd is  onder zaak-/ rolnummer C/03/289696 / HA ZA 21-141. In die zaak is door de rechtbank een mondelinge behandeling bepaald op 29 september 2021. De rechtbank is van oordeel dat de belangen van partijen ermee gediend zijn om beide zaken gelijktijdig te behandelen. Gelet daarop, is de rechtbank van oordeel dat in dit geval het belang van de proceseconomie prevaleert boven het belang van een partij bij het aanzoeken van de juiste relatief bevoegde rechter. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat op de reeds geplande mondelinge behandeling niet alleen de zaak met zaak-/ rolnummer C/03/289696 / HA ZA 21-141 zal worden behandeld, maar ook de onderhavige zaak. Voor de mondelinge behandeling van beide zaken gezamenlijk heeft de rechtbank in totaal vier uur ingepland. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De slotsom is dat de rechtbank de incidentele vordering zal afwijzen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Gelet op de inhoud van dit vonnis zullen de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling in de hoofdzaak</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De rechtbank zal een mondelinge behandeling bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen, partijen gelegenheid te geven hun stellingen nader te onderbouwen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De rechtbank wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij ter mondelinge behandeling de gevolgtrekkingen - ook in het nadeel van die partij - kan maken die zij geraden zal achten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>In beginsel wordt ter mondelinge behandeling aan de raadslieden van partijen de gelegenheid geboden de juridische standpunten van partijen nader toe te lichten. Daarbij mag gebruik worden gemaakt van beknopte spreekaantekeningen, waarvan de voordracht niet langer mag duren dan 30 minuten voor beide zaken in totaal. Uitgebreidere mondelinge en schriftelijke uiteenzettingen zullen niet worden toegestaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Op de mondelinge behandeling zal, eventueel aan de hand van een voorlopig oordeel over de zaak, worden nagegaan hoe de verdere gang van de procedure moet zijn. Daarbij kan ook de mogelijkheid van een schikking of inschakeling van een mediator aan de orde komen. Partijen moeten er op voorbereid zijn, dat de rechtbank een mondeling vonnis kan wijzen. De zitting eindigt met een aantal formaliteiten.</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">5.	De beslissing</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst het gevorderde af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen het nader onderbouwen van hun stellingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van mr. V.E.J. Noelmans in het gerechtsgebouw te Maastricht aan St. Annadal 1 op <emphasis role="bold">woensdag 29 september 2021</emphasis> van <emphasis role="bold">9:30</emphasis> tot <emphasis role="bold">13:30</emphasis> uur,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>bepaalt dat de partijen dan vertegenwoordigd moeten zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>houdt iedere beslissing aan,</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. V.E.J. Noelmans en in het openbaar uitgesproken.<footnote-ref linkend="_a06e034d-eb81-42cc-bd7a-85a2d84ea3b1" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_a06e034d-eb81-42cc-bd7a-85a2d84ea3b1" label="1">
    <para>type: AH</para>
    <para>coll:</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>