<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2021:4754</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-02T15:39:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-06-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9218465 CV EXPL 21-2466</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2021-0805</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2021-0805</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:4754">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:4754</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-17T12:04:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2021:4754 Rechtbank Limburg , 14-06-2021 / 9218465 CV EXPL 21-2466</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2021:4754:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding. Arbeid. Loonvordering afgewezen: vorderingen van werknemer zijn onnavolgbaar, grondslagen zijn onduidelijk gebleven en niet duidelijk is hoe de berekeningen zijn gemaakt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2021:4754:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Burgerlijk recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer 9218465 CV EXPL 21-2466</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van de kantonrechter van 14 juni 2021 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend aan de [adres 1] , [woonplaats] ,</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>gemachtigde mr. M.E. Cuppen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>statutair gevestigd te [vestigingsplaats] en kantoorhoudend aan de [adres 2]</para>
      <para> ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde mr. dr. M.E.V. van Krieken-Boersma.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het exploot van dagvaarding met producties 1 tot en met 14,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de op voorhand door [gedaagde] toegezonden producties 1 tot en met 13,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de pleitnota van [eiser] ,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de pleitnota van [gedaagde] ,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling van 7 juni 2021.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] is met ingang van 1 september 2018 in dienst getreden van [gedaagde] in de functie van internationaal chauffeur tegen een loon van laatstelijk € 2.457,12 bruto per vier weken. (productie 1 bij dagvaarding)</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft zich op enig moment in januari 2021 ziekgemeld. [gedaagde] heeft nadien het loon tijdelijk stopgezet. Inmiddels zijn de arbeidsverhoudingen verstoord geraakt. Mediation heeft niet tot een oplossing geleid. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert kort samengevat veroordeling van [gedaagde] tot betaling van achterstallig loon over de weken 1 tot en met 16 van 2021, vermeerderd met de (maximale) wettelijke verhoging ex art. 7:625 BW, alsmede betaling van de proceskosten en nakosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft verweer gevoerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover relevant, nader worden ingegaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het is aan [eiser] zijn stellingen richting de kantonrechter en de wederpartij duidelijk te maken en te onderbouwen. In het voortraject heeft [eiser] in de e-mailcorrespondentie geen bedragen genoemd. De conceptdagvaarding bevat knip- en plakwerk; daarin staan bedragen doorgestreept die op een andere zaak betrekking hebben, zijn geen bedragen genoemd die [eiser] in de onderhavige zaak van [gedaagde] wenst te vorderen en wordt zelfs een andere procespartij genoemd. Ook de originele dagvaarding bevat onduidelijkheden. Zo wordt onder randnummer drie van de dagvaarding gesproken over een nettoloon van € 2.457,12 per vier weken terwijl in productie 2 van de dagvaarding waarnaar verwezen wordt dit als bruto bedrag staat vermeld. De ene keer spreekt [eiser] over een betaling van loon per vier weken en de andere keer over de 25ste van de maand. Verder zijn (onder meer) de berekeningen van de door [eiser] genoemde bedragen onbegrijpelijk.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De door [eiser] bij gelegenheid van de mondelinge behandeling ingenomen stellingen hebben het zicht op de zaak beslist niet verhelderd. Dit wordt onder meer veroorzaakt door de omstandigheid dat [eiser] niet helder is over hetgeen hij nu precies vordert en de grondslag(en) van zijn vorderingen. [eiser] neemt steeds andere tegenstrijdige standpunten in. Waar [eiser] in de dagvaarding lijkt te stellen dat [gedaagde] geen overuren heeft uitbetaald, wordt bij gelegenheid van de mondelinge behandeling de stelling ingenomen dat [gedaagde] vijf van de zeven overuren heeft uitbetaald. [eiser] laat vervolgens na hoe twee overuren per week kunnen leiden tot een gevorderde maandelijkse vergoeding van € 558,99 bruto. Na herhaaldelijk door de kantonrechter daarnaar gevraagd te hebben, vermindert [eiser] dienaangaande zijn vordering, maar laat na te vermelden tot welk bedrag. Het is niet aan de kantonrechter om dit uit te rekenen. Verder heeft [eiser] tegenstrijdige stellingen ingenomen over welke periode de betaling is opgeschort.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Het vorenstaande brengt met zich dat de vorderingen van [eiser] onnavolgbaar zijn, de grondslagen onduidelijk zijn gebleven en niet duidelijk is hoe de berekeningen zijn gemaakt. Nu [eiser] ook tijdens de mondelinge behandeling er niet in geslaagd is zijn stellingen voldoende te verhelderen, zullen zijn vorderingen worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>
        [eiser] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld tot betaling van de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 747,00 salaris gemachtigde. 		</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] tot betaling van de aan de zijde van [gedaagde] gevallen proceskosten, begroot op € 747,00.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. K.J.H. Hoofs en is in het openbaar uitgesproken. </para>
        <para>CJ</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>