<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2021:4297</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-02T15:38:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-05-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-05-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9126349 CV EXPL  21-1761</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2021-0708</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2021-0708</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:4297">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:4297</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-28T07:30:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2021:4297 Rechtbank Limburg , 26-05-2021 / 9126349 CV EXPL  21-1761</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2021:4297:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek wedertewerkstelling in kort geding afgewezen. In de verzoekschriftprocedure is de arbeidsovereenkomst niet ontbonden. Uitgangspunt is dat de werkgever jegens zijn werknemer zorgvuldig handelt en dat de werknemer pas van zijn werkzaamheden wordt ontheven als het dienstverband op rechtmatige wijze is beëindigd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2021:4297:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Burgerlijk recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 9126349 CV EXPL  21-1761</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van de kantonrechter van 26 mei 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde mr. C.C. Berends,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, h.o.d.n. <emphasis role="bold">[handelsnaam]</emphasis>, </para>
      <para>zaakdoende te [vestigingsplaats] , </para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>gemachtigde mr.drs. M.A.M. Peters, werkzaam bij Stichting Achmea Rechtsbijstand. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het exploot van dagvaarding van 8 april 2021, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling van 11 mei 2021 met pleitaantekeningen van de gemachtigde van [gedaagde] . </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling is gelijktijdig een door [gedaagde] ingediend verzoekschrift tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [eiser] behandeld. Die zaak is bij deze rechtbank geregistreerd onder zaaknummer 9169090 AZ VERZ 21-55. Alle ingediende stukken maken – met goedvinden van partijen – onderdeel uit van dit kort geding én de verzoekschriftprocedure. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Voor de beschrijving van de feiten wordt verwezen naar de beschikking van 26 mei 2021 die in de verzoekschriftprocedure tussen partijen is gegeven. De inhoud daarvan geldt als hier herhaald.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert dat de kantonrechter in kort geding, bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] veroordeelt om [eiser] in gelegenheid te stellen zijn werkzaamheden op normale, gebruikelijke wijze te hervatten die hij krachtens de arbeidsovereenkomst placht te genieten, op straffe van een dwangsom van € 500,00 voor elke dag of een gedeelte daarvan dat [gedaagde] in gebreke blijkt aan deze veroordeling te voldoen, tot een maximum van € 25.000,00 onder veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Aan zijn vordering legt [eiser] ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] in strijd met het beginsel van goed werkgeverschap handelt. Hiertoe voert hij aan dat [gedaagde] zijn eerder gegeven toestemming voor het verrichten van nevenwerkzaamheden niet zomaar mag intrekken en dat de weigering aan zijn zijde om direct met de nevenwerkzaamheden te stoppen geen redelijke grond voor non-actiefstelling oplevert. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert het verweer dat [eiser] zich niet als een goed werknemer gedraagt, in strijd met de geldende cao concurrerende nevenwerkzaamheden verricht en dat bovendien de verhouding tussen partijen reeds verstoord is geraakt zodat de arbeidsovereenkomst om die redenen ontbonden dient te worden.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen worden hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Het voor een kortgedingprocedure vereiste spoedeisende belang vloeit reeds voort uit de aard van deze zaak. [eiser] is dan ook ontvankelijk in zijn vordering. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>In de onder r.o. 1.2. genoemde verzoekschriftprocedure is de door [gedaagde] verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst afgewezen en is geoordeeld dat [gedaagde] uiterlijk op 1 maart 2022 moet stoppen met zijn nevenwerkzaamheden.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Nu de arbeidsovereenkomst tussen partijen niet is ontbonden, is de kantonrechter van oordeel dat [eiser] in de gelegenheid moet worden gesteld de overeengekomen arbeid te verrichten. Dat vloeit ook voort uit de algemene maatstaf van artikel 7:611 BW waarin is vastgelegd dat een werkgever verplicht is zich bij de uitvoering van de arbeidsovereenkomst als goed werkgever te gedragen. Uitgangspunt is dat de werkgever jegens zijn werknemer zorgvuldig handelt en dat ernaar wordt gestreefd om een werknemer pas van zijn werkzaamheden te ontheffen op het moment dat het dienstverband op rechtmatige wijze is beëindigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Gelet op het bovenstaande zal de vordering van [eiser] om [gedaagde] te veroordelen om hem in de gelegenheid te stellen zijn werkzaamheden op normale, gebruikelijke wijze te hervatten die hij krachtens de arbeidsovereenkomst placht te genieten, worden toegewezen. De mede gevorderde dwangsommen zijn ook toewijsbaar. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op:  </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>dagvaarding		€ 106,01</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>griffierecht		€   85,00</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>salaris gemachtigde	<emphasis role="underline">€  747,00</emphasis></para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Totaal 			€  938,01	</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om [eiser] in gelegenheid te stellen zijn werkzaamheden op normale, gebruikelijke wijze te hervatten die hij krachtens de arbeidsovereenkomst placht te genieten, op straffe van een dwangsom van € 500,00 voor elke dag of een gedeelte daarvan dat [gedaagde] in gebreke blijkt aan deze veroordeling te voldoen, tot een maximum van € 25.000,00, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op € 938,01, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. G.M. Drenth en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>NZ</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>