<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2021:3157</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T20:33:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-04-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-03-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/289373 / HA RK 21-133</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Prg. 2021/122</rdf:li>
          <rdf:li>NJF 2021/398</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:3157">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:3157</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-04-09T15:10:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-04-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2021:3157 Rechtbank Limburg , 23-03-2021 / C/03/289373 / HA RK 21-133</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2021:3157:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>wraking – niet (mede) ingediend door advocaat (is in casu kennelijk ook uitdrukkelijk niet de bedoeling) – verzoek kan niet worden beschouwd als verzoek van de partij – niet ontvankelijk</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2021:3157:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="85d609cf-6522-442f-b2a2-ba3e5e580bec" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="9b250ac8-3211-4fa4-ac99-889aea74c33a" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>Beslissing</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/03/289373 / HA RK 21-133</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster] ,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>eigenaar [naam] ,</para>
      <para>verzoeker,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>dat strekt tot wraking van mr. F.C. Alink-Steinberg, rechter in deze rechtbank, hierna de rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para>Tijdens de zitting op 5 maart 2021 is in de zaak met zaaknummer C/03/274354 / HA ZA 20-92 tussen de besloten vennootschap [naam bv] , als eiser en de besloten vennootschap [verzoekster] , als gedaagde door [naam] een verzoek tot wraking van de rechter ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 11 maart 2021 is verzoeker gevraagd om de door hem aangekondigde uitgewerkte versie van zijn verzoek in te dienen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 12 maart 2021 is er een e-mailbericht van verzoeker ontvangen met daarin een aantal opmerkingen betreffende de behandeling van het verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter griffie is op 12 maart 2021 het uitgewerkte proces-verbaal van de zitting van 5 maart 2021 ontvangen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter heeft op 18 maart 2021 schriftelijk gereageerd en verwoord dat het verzoek tot wraking geen reden is om te berusten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De gronden van het verzoek </title>
    <para>Verzoeker voert aan dat hij de rechter wraakt op basis van vooringenomenheid, willekeur, belangenverstrengeling van de rechtbank en de vrees dat hij geen eerlijke zaakbehandeling krijgt omdat de rechter hem niet, en de wederpartij wel laat uitpraten. Verzoeker vermoedt dat daar rechtsongelijkheid aan ten grondslag ligt. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para>Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan op verzoek van een partij de rechter die de zaak behandelt worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak tussen [naam bv] en [verzoekster] is sprake van verplichte procesvertegenwoordiging en laatstgenoemde partij wordt vertegenwoordigd door mr. M. van Sintmaartensdijk. Ter zitting is door [naam] een verzoek tot wraking ingediend waarvan een kort proces-verbaal is opgemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de aanvullende e-mail van [naam] die op 12 maart 2021 ter griffie is ontvangen vermeldt verzoeker:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">‘De wraking is door mijzelf gedaan zonder medeweten en betrokkenheid </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">van mijn advocaat, deze zal de wrakingszaak dan ook niet behandelen.’</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het proces-verbaal van de zitting van 5 maart 2021, dat op 12 maart 2021 ter griffie is ontvangen, is verwoord dat mr. van Sintmaartensdijk heeft aangegeven het verzoek niet te ondersteunen of te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu het wrakingsverzoek niet (mede) is ingediend door de advocaat (en dat in casu kennelijk ook uitdrukkelijk niet de bedoeling is) kan het verzoek naar het oordeel van de wrakingskamer niet worden beschouwd als een verzoek van partij [verzoekster] </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een verzoek dat niet door een partij is ingediend kan aanstonds niet ontvankelijk worden verklaard. Onder verwijzing naar artikel 4, lid 2, onder b, gelezen in samenhang met artikel 1, lid 2, van het wrakingsprotocol van de rechtbank Limburg wordt het onderhavige verzoek zonder behandeling ter zitting niet ontvankelijk verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De wrakingskamer:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>- verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. V.P van Deventer, voorzitter, mr. R.H.J. Otto en </para>
      <para>mr. M.B.T.G. Steeghs , leden, bijgestaan door M.J.W.D. Janssen als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>