<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2021:2089</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-26T11:23:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-03-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-03-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/285400/kg za 20-481</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>OR-Updates.nl 2021-0189</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:2089">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:2089</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-03-30T10:08:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-03-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2021:2089 Rechtbank Limburg , 04-03-2021 / C/03/285400/kg za 20-481</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2021:2089:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering tot schorsing besluit van algemene vergadering van aandeelhouders, inhoudende ontslag van een bestuurder, wegens ontbreken onverwijlde spoed afgewezen; aannemelijk is bovendien dat bestuurders in goed overleg afscheid van elkaar hebben genomen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2021:2089:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="4a4a2fda-61e8-405a-8f62-0a9d899e70e4" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="968fb138-78aa-4def-b059-1d6af3d8658c" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Burgerlijk recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/03/285400 / KG ZA 20-481</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding bij vervroeging van 4 maart 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>advocaat mr. K.A.M.J. Horsch,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [gedaagde sub 1] ,</title>
    <para>2. <emphasis role="bold">[gedaagde sub 2]</emphasis> ,</para>
    <para>beiden gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
    <para>3. <emphasis role="bold">[gedaagde sub 3]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagden,</para>
      <para>advocaat mr. S.H. Boogaard-Spreksel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para> de dagvaarding met 13 producties,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para> het bericht van 15 december 2020 van eiser met de producties 14 tot en met 17,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para> de mondelinge behandeling van 17 december 2020 waarbij eiser een pleitnota heeft voorgedragen en overgelegd en gedaagden een pleitnota in kort geding, met daarbij drie producties,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para> de mededeling van eiser van 17 januari 2021 waarin om verdere behandeling wordt gevraagd en de eis is verminderd,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling van 25 februari 2021, waarbij [eiser] zijn schriftelijke repliek heeft voorgedragen en overgelegd en gedaagden hun schriftelijke dupliek in kort geding hebben voorgedragen en overgelegd.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte hebben partijen vonnis gevraagd en is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>
        [gedaagde sub 1] (hierna [gedaagde sub 1] ) drijft een café brasserie (hierna het café) in Maastricht. Enig aandeelhouder van [gedaagde sub 1] is [gedaagde sub 2] (hierna [gedaagde sub 2] ). Enig aandeelhouder van [gedaagde sub 2] is [gedaagde sub 3] . Vanaf 8 februari 2019 tot 12 november 2020 waren de enige bestuurders van [gedaagde sub 1] [eiser] en [gedaagde sub 2] .  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Het café is geopend op 1 juli 2020 en vanaf dat moment heeft [eiser] daar full time werkzaamheden verricht. [eiser] heeft in het café niet financieel geïnvesteerd. [gedaagde sub 2] en/of [gedaagde sub 3] wel. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <parablock>
        <para>Het als productie 1 door gedaagden overgelegde e-mailbericht, opgesteld door [gedaagde sub 3] , houdt in, voor zover van belang:</para>
        <para>“<emphasis role="italic">Onderwerp: Gespreksverslag 12/10/2020</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Datum: 12 oktober 2020 om 12:03:06 CEST</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Aan: [eiser] (…), [naam 1] (…), [naam 2] (…), [naam 3]  (…), [naam 4] (…) (…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Beste heren,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Allereerst bedankt voor jullie bijdrage in het gesprek van hedenochtend.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Helaas zijn we samen tot de conclusie gekomen dat [eiser] en ik teveel verschillen op zakelijk vlak.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dit heeft geresulteerd is een gezamenlijk besluit:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“ [eiser] en ik hebben in goed overleg besloten om ieder onze eigen weg te gaan en dus komt er een einde aan de samenwerking bij [het café] ”</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De intentie is uitgesproken om een goede regeling te treffen. Hierbij wordt als leidraad de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">wetgeving omtrent werkgever-werknemer verhouding aangehouden.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Afgesproken is dat [naam 3] en [naam 1] gezamenlijk kijken naar de afwikkeling hiervan.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dit graag op korte termijn.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Daarnaast heeft [eiser] z’n sleutels inmiddels ingeleverd. Het is dan ook de bedoeling dat hij niet meer fysiek aanwezig zal zijn op de zaak.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Er wordt gezamenlijk een app bericht opgesteld dat vandaag wordt verstuurd aan het personeel.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [eiser] blijft daarnaast de komende tijd beschikbaar voor overdracht. We proberen dit zo goed mogelijk te bundelen in een mailbericht. (…)</emphasis>”.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <parablock>
        <para>Het als productie 2 door gedaagden overgelegde tussen partijen gewisselde gegevensverkeer houdt in, voor zover relevant:</para>
        <para>(Vzr: van [gedaagde sub 3] aan [eiser] ):</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ma 12 okt.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dit op app zette?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Beste medewerkers van [het café] ,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bij deze willen wij jullie graag op de hoogte brengen van het volgende.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hedenochtend hebben wij in goed overleg een moeilijk maar gezamenlijk besluit genomen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De wegen van [eiser] en [naam 4] scheiden per direct. Enerzijds zijn we blij dat we dit in goed overleg hebben gedaan maar anderzijds is het natuur ook jammer.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">We snappen als er bij sommigen van jullie vragen zijn over wat dit betekend voor de zaak.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Graag willen we dit evt. Persoonlijk toelichten. Dus graag even een appje sturen naar [naam 4] .</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">In grote lijnen gaat er natuurlijk niet veel veranderen. Ik ( [naam 4] ) wil [eiser] in ieder geval heel erg bedanken voor zijn inzet en hulp bij het opzetten van de zaak</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gr. [naam 4] &amp; [eiser] </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">                           12:24</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">En daan informeers diech [naam 5] , [naam 6] en [naam 7]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">                                                                            12:35</emphasis>
        </para>
        <para>(Vzr: van [eiser] aan [gedaagde sub 3] ):</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Jao daon iech, vin ut woord graag misplaatst want zoe zeen iech ut neet! </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">                                                                                                                     12:41</emphasis>
        </para>
        <para>(Vzr: van [gedaagde sub 3] aan [eiser] ):</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ok lech ouch neet</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Bij aandeelhoudersvergadering van 12 november 2020 van [gedaagde sub 1] wordt [eiser] als bestuurder ontslagen. [eiser] is voor die vergadering uitgenodigd, maar hij is niet verschenen. Wel heeft hij schriftelijk zijn visie ingediend over het voorgenomen ontslagbesluit.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Vanaf 12 november 2020 is [gedaagde sub 2] enig bestuurder van [gedaagde sub 1] .</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser] vordert, na wijziging eis, dat de voorzieningenrechter bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:</para>
        <para>I. schorst:</para>
      </parablock>
      <para>a. het op 12 november 2020 genomen besluit van de vergadering van aandeelhouders van</para>
      <para>
        [gedaagde sub 1] tot ontslag van [eiser] als bestuurder van [gedaagde sub 1] ;</para>
      <para>b. [eiser] als bestuurder van [gedaagde sub 1] vanaf 12 november 2020;</para>
      <parablock>
        <para>beiden totdat in de, binnen twee maanden na de datum van het in dezen te wijzen vonnis</para>
        <para>aanhangig te maken bodemprocedure, onherroepelijk door de rechter is geoordeeld over de</para>
        <para>nietigheid en/ of vernietigbaarheid van dat besluit;</para>
        <para>II. [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] verbiedt om enige handeling te verrichten tot</para>
        <para>uitvoering van dat ontslagbesluit, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,-</para>
        <para>per (gedeelte van een) dag dat zij in gebreke blijven aan deze veroordeling te voldoen, met</para>
        <para>een maximum van €500.000,-;</para>
        <para>III. [gedaagde sub 1] beveelt om binnen drie werkdagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis haar medewerking te verlenen aan de (her)inschrijving van [eiser] als bestuurder van [gedaagde sub 1] in het Handelsregister, met als ingangsdatum 12 november 2020, met de bepaling dat [gedaagde sub 1] de schorsing van [eiser] als bestuurder vanaf 12 november 2020 kan inschrijven in het Handelsregister, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 250,- per (gedeelte van een) dag tot een maximum van € 50.000,- dat [gedaagde sub 1] hiermee in gebreke blijft;</para>
        <para>IV. gedaagden hoofdelijk, met dien verstande dat de een betalende de ander voor dat deel van de betaling zal zijn bevrijd, veroordeelt om binnen twee dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis aan [eiser] te voldoende kosten van deze procedure en, voor het geval voldoening niet binnen deze termijn plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW te rekenen vanaf de datum waarop deze termijn verstrijkt tot aan de dag der algehele voldoening, en;</para>
        <para>V. gedaagden hoofdelijk, met dien verstande dat de een betalende de ander voor dat deel van de betaling zal zijn bevrijd, veroordeelt om binnen twee dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis aan [eiser] te voldoen de nakosten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [eiser] legt daaraan ten grondslag dat zijn ontslag als bestuurder onregelmatig is geweest. Hij heeft zijn bestuurstaak goed uitgevoerd en hij is niet op de hoogte gebracht van concrete gronden die voldoende rechtvaardiging vormen voor ontslag.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Gedaagden voeren verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Er bestaan geen bezwaren tegen de wijziging eis, zodat recht zal worden gedaan op de gewijzigde eis.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Een kort geding is onder andere bedoeld om een ordemaatregel te treffen, dus om wanorde te voorkomen of op te lossen, of om een tijdelijke voorziening te geven waarvan kan worden gezegd dat die voorziening inhoudelijk vooruit loopt en gelijk is aan een mogelijk bodemvonnis. Een partij die de voorziening vraagt, moet er spoedeisend belang bij hebben.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Mogelijk spoedeisend belang kan zijn gelegen in de financiële omstandigheden van een partij. Op deze grond kan niets van het door [eiser] gevorderde worden toegewezen. Het is namelijk onvoldoende duidelijk waar zijn inkomen in de periode van 1 juli 2020 tot november 2020 vandaan kwam. De ene partij zegt dat [eiser] rechtstreeks werd betaald door [gedaagde sub 1] , dus dat hij niet alleen bestuurder was van [gedaagde sub 1] maar ook werknemer. Een schriftelijk arbeidscontract is niet overgelegd en evenmin enig bewijs waaruit blijkt dat [eiser] rechtstreeks werd betaald door [gedaagde sub 1] . De andere partij zegt dat [gedaagde sub 1] en [bedrijfsnaam] een managementovereenkomst hadden gesloten in het kader waarvan [eiser] (management)werkzaamheden verrichte in het café. [bedrijfsnaam] factureerde [gedaagde sub 1] (maandelijks) voor deze door [eiser] verrichte werkzaamheden. Behoudens een door [eiser] als productie 14 overlegde factuur van 30 september 2020 van [bedrijfsnaam] aan [gedaagde sub 1] waarin niet meer is vermeld dan “Fee september € 3.000”, is er niets wat deze stelling onderbouwt. Al met al kan er voorshands niet van worden uitgegaan dat [eiser] met [gedaagde sub 1] een arbeidsverhouding had waarin hij werd betaald door [gedaagde sub 1] . Gelet hierop kan het gevorderde niet worden toegewezen vanwege spoedeisend belang bij [eiser] . Op dit moment kan immers bij gebreke aan voldoende vaststaande feiten niet worden gezegd dat toewijzing van enig onderdeel van het gevorderde positieve invloed heeft op de financiële situatie van [eiser] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>
        [gedaagde sub 1] had met [gedaagde sub 3] (via [gedaagde sub 2] ) en [eiser] een tweekoppig bestuur. [eiser] heeft in [gedaagde sub 1] geld noch zaken ingebracht en heeft evenmin aandelen in [gedaagde sub 1] . De verhoudingen tussen de twee bestuurders lijken op dit moment duurzaam te zijn ontwricht. Er moet vooralsnog van worden uitgegaan dat de bodemrechter te zijner tijd [eiser] niet als bestuurder zal laten terugkeren. Hij heeft immers geld noch goed noch aandelen in [gedaagde sub 1] , terwijl [gedaagde sub 2] 100% aandeelhouder is in [gedaagde sub 1] . Indien het ontslag van [eiser] niet conform de regels is gegaan, zal hij daarvoor schadeloos moeten worden gesteld. Dit vereist echter nader onderzoek, waarvoor in kort geding de tijd ontbreekt. Er bestaat dan ook geen onverwijlde spoed om het ontslag van [eiser] in kort geding te schorsen. Ook hierom moet het gevorderde worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>Buiten al het voorgaande, moet het gevorderde ook worden afgewezen omdat het er in dit kort geding, gelet op de hiervoor onder rov. 2.3 en 2.4 weergegeven communicatie, voor moet worden gehouden dat [gedaagde sub 1] en [eiser] in onderling goed overleg afscheid van elkaar hebben genomen. De vraag of deze communicatie alleen betrekking heeft op de feitelijke werkzaamheden van [eiser] of ook op zijn bestuurstaak, kan op dit moment evenmin met voldoende zekerheid worden beantwoord. Ook daarvoor is nader feitenonderzoek nodig.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <para>Al met al moet het gevorderde worden afgewezen. [eiser] heeft terecht gesteld dat het onderhavige kort geding in elk geval noodzakelijk was om [gedaagde sub 1] af te dwingen hem inzage te verlenen in de nodige financiele gegevens van [gedaagde sub 1] , welke inzage tot het oorspronkelijk in dit geding gevorderde behoorde. Daarmee hebben beide partijen te gelden als over en weer op enkele punten in het ongelijk gestelde partijen. De proceskosten zullen daarom worden gecompenseerd.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Sijmonsma, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2021.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>