<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2021:1315</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-02-17T09:00:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-02-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-02-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/284731 / HA ZA 20-564</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:1315">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2021:1315</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-02-16T14:36:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-02-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2021:1315 Rechtbank Limburg , 10-02-2021 / C/03/284731 / HA ZA 20-564</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2021:1315:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bevoegdheidsincident, algemene voorwaarden van toepassing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2021:1315:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="f9f405a6-9923-45fb-add6-329f05a504ef" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="881260da-9887-4575-ab09-c6688e4a34a8" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Burgerlijk recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/03/284731 / HA ZA 20-564</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident bij vervroeging van 10 februari 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">NL SECURITY B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd en kantoorhoudend te Den Haag,</para>
      <para>eiseres in het verzet,</para>
      <para>(oorspronkelijk gedaagde in de hoofdzaak)</para>
      <para>eiseres in het bevoegdheidsincident,</para>
      <para>advocaat mr. P.H. Mahieu,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">LBB SOLUTIONS B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd en kantoorhoudend te Stein,</para>
      <para>gedaagde in het verzet,</para>
      <para>(oorspronkelijk eiseres in de hoofdzaak),</para>
      <para>verweerster in het bevoegdheidsincident,</para>
      <para>advocaat mr. S.L. Smits-Emons.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna NL Security en LBB Solutions genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de verzetdagvaarding tevens houdende de incidentele vordering tot onbevoegdverklaring met producties 1 t/m 4,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie van antwoord met productie 11.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De feiten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>LBB Solutions heeft bij exploot van dagvaarding van 18 augustus 2020 een vordering ingesteld tegen NL Security bij deze rechtbank. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Omdat NL Security niet in deze procedure is verschenen is tegen haar verstek verleend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Op 30 september 2020 heeft deze rechtbank verstekvonnis gewezen en de vordering tegen NL Security toegewezen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>NL Security heeft bij verzetdagvaarding van 2 november 2020 verzet ingesteld tegen voornoemd vonnis alsmede een bevoegdheidsincident opgeworpen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>NL Security vordert dat de rechtbank zich relatief onbevoegd verklaart, nu op grond van art. 99 Rv de rechter van de woonplaats van de (oorspronkelijk) gedaagde bevoegd is van de vordering kennis te nemen. In onderhavig geval zou dat de Rechtbank Den Haag zijn. LBB Solutions heeft de dagvaarding op grond van art. 23 van haar algemene voorwaarden evenwel aangebracht bij de Rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht. </para>
        <para>NL Security stelt dat er geen algemene voorwaarden op de overeenkomst van toepassing zijn, omdat de overeenkomst mondeling tot stand gekomen is, hetgeen door LBB Solutions betwist wordt. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij de beantwoording van de vraag of de algemene voorwaarden van toepassing zijn, dienen de maatstaven te worden aangelegd die in het algemeen gelden bij de totstandkoming van overeenkomsten. De toepasselijkheid van algemene voorwaarden kan aldus worden aangenomen indien zij door de gebruiker is voorgesteld en door de wederpartij is aanvaard, waaronder begrepen het geval dat de wederpartij het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt met de toepasselijkheid in te stemmen. Deze aanvaarding of schijn van aanvaarding kan ook uit een stilzwijgen van de wederpartij worden afgeleid. Hierbij is het niet noodzakelijk dat de wederpartij de inhoud van de algemene voorwaarden kent. Voldoende is dat voor of bij het sluiten van de overeenkomst naar de algemene voorwaarden wordt verwezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>NL Security stelt in haar verzetdagvaarding dat de samenwerking tussen partijen dateert vanaf 1 april 2019. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat LBB Solutions, gelet op de inhoud van het </para>
        <para>e-mailbericht van 22 maart 2019 (productie 11), getiteld “tarief beveiliging Lidl filialen”, de toepasselijkheid van haar algemene voorwaarden in een eerder tussen partijen gevoerd telefoongesprek heeft voorgesteld aan NL Security en deze algemene voorwaarden vervolgens ook aan haar heeft toegezonden. Het is niet gesteld of anderszins gebleken dat NL Security toepasselijkheid van die algemene voorwaarden, als reactie op het </para>
        <para>e-mailbericht van 22 maart 2019, noch als reactie op de van LBB Solutions ontvangen facturen, waarin een verwijzing naar de algemene voorwaarden is opgenomen, van de hand heeft gewezen. Om die reden is de rechtbank van oordeel dat NL Security bij LBB Solutions het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt met de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden in te stemmen. NL Security is daarmee dus aan de algemene voorwaarden gebonden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden afgewezen, omdat de aangevoerde gronden die vordering niet kunnen dragen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <parablock>
        <para>NL Security zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">3.	De beslissing</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst het gevorderde af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt NL Security in de kosten van het incident, aan de zijde van LBB Solutions tot op heden begroot op € 563,00,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">24 februari 2021</emphasis> voor opgave verhinderdata door partijen voor een te gelasten mondelinge behandeling voor de periode juni tot en met december 2021.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. V.E.J. Noelmans en in het openbaar uitgesproken.<footnote-ref linkend="_6f3e877d-2637-4ce0-beea-1528dfee47b8" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_6f3e877d-2637-4ce0-beea-1528dfee47b8" label="1">
    <para>type: AH</para>
    <para>coll:</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>