<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2020:9522</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-12-16T10:07:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-11-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8654963 \ CV EXPL  20-3468</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2020:9522">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2020:9522</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-12-16T10:07:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2020:9522 Rechtbank Limburg , 25-11-2020 / 8654963 \ CV EXPL  20-3468</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2020:9522:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>non-dupliek, </para>
        <para>bijkomende kosten betwist.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2020:9522:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Burgerlijk recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 8654963 \ CV EXPL  20-3468</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter van 25 november 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">INFOMEDICS B.V., </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Almere,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde YARDS Deurwaardersdiensten BV,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [handelsnaam] , </emphasis>in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van <emphasis role="bold">[naam onderbewindgestelde]</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd [adres] ,</para>
      <para>
        [vestigingsplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>gemachtigde K. Lenartowicz.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna worden aangeduid met Infomedics, [handelsnaam] q.q. en [naam onderbewindgestelde] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- de dagvaarding</para>
        <para>- de conclusie van antwoord</para>
        <para>- de conclusie van repliek.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Hoewel daartoe bij brief van de griffier van 30 september 2020 in de gelegenheid gesteld, heeft [handelsnaam] q.q. geen conclusie van dupliek genomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Infomedics vordert [handelsnaam] q.q. te veroordelen tot betaling van € 193,95, vermeerderd met rente en proceskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Ter onderbouwing van haar vordering voert Infomedics (samengevat) het volgende aan.</para>
        <para>Pro-tand (hierna: de zorgverlener) heeft op 14 oktober 2019 in opdracht en voor rekening van [naam onderbewindgestelde] tandheelkundige behandelingen uitgevoerd. Hiervoor is [naam onderbewindgestelde] een bedrag van € 152,12 verschuldigd aan de zorgverlener. De vordering van de zorgverlener is gecedeerd aan Infomedics.</para>
        <para>Voorts stelt Infomedics dat [handelsnaam] q.q. aan haar een vergoeding van € 40,00 voor buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is. Daarnaast maakt zij aanspraak op betaling van de wettelijke rente. Infomedics berekent deze rente tot 17 juni 2020 op € 1,83. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [handelsnaam] q.q. erkent dat [naam onderbewindgestelde] een behandeling bij de tandarts heeft ondergaan en dat die betaald dient te worden. Doordat [handelsnaam] q.q. eerst door de dagvaarding heeft kennis kunnen nemen van de vordering heeft zij niet kunnen reageren of de factuur kunnen betalen. Zowel de oorspronkelijke factuur als de herinnering van 6 april 2020 heeft [handelsnaam] q.q. niet ontvangen. Had zij deze eerder ontvangen dan was de vordering meteen betaald. Daarom verzoekt [handelsnaam] q.q. om haar niet te veroordelen in de extra kosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Infomedics heeft bij repliek haar vordering nader uitgewerkt en het verweer van [handelsnaam] q.q. als volgt besproken. </para>
        <para>Infomedics betwist dat [handelsnaam] q.q. de brieven niet heeft ontvangen. Alle brieven zijn naar hetzelfde adres gezonden als het adres waarop [handelsnaam] q.q. is gedagvaard. Bovendien had [handelsnaam] q.q. de vordering, zoals is voorgesteld in de bijsluiter bij de dagvaarding, vóór de eerste rolzitting kunnen voldoen. Infomedics persisteert dan ook in haar vordering inclusief de rente en de kosten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat Infomedics [handelsnaam] q.q. terecht in rechte heeft betrokken. [handelsnaam] q.q. heeft erkend dat [naam onderbewindgestelde] de behandeling heeft ondergaan en het had op haar weg gelegen om na te gaan waar de factuur bleef. De vordering van Infomedics betreffende de hoofdsom en de vervallen wettelijke rente ligt alsdan, als onvoldoende betwist, voor toewijzing gereed. De gevorderde lopende wettelijke rente zal worden toegewezen tot de dag van voldoening, nu Infomedics heeft nagelaten een einddatum van de wettelijke rente aan te geven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Infomedics maakt aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en heeft daartoe verwezen naar de brief van 6 april 2020. [handelsnaam] q.q. heeft betwist deze brief te hebben ontvangen. </para>
        <para>Op grond van artikel 3:37 lid 3 BW dient een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring, in dit geval de veertiendagenbrief, om haar werking te hebben die persoon te hebben bereikt. [handelsnaam] q.q. stelt dat dit niet het geval is. Nu Infomedics zich op de rechtsgevolgen van haar stelling beroept, is het op grond van artikel 150 Rv aan Infomedics om te bewijzen dat [handelsnaam] q.q. de veertiendagenbrief heeft ontvangen. Nu deze brief niet aangetekend is verzonden, valt niet met zekerheid vast te stellen dat [handelsnaam] q.q. de veertiendagenbrief heeft ontvangen. Derhalve oordeelt de kantonrechter dat [handelsnaam] q.q. de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten niet is verschuldigd. In zoverre zal de vordering dan ook worden afgewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [handelsnaam] q.q. zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten aan de zijde van Infomedics worden begroot op:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>dagvaarding	€	 91,42</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>griffierecht	€	124,00</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>salaris gemachtigde 	<emphasis role="underline">€	72,00</emphasis>		(2 x tarief € 36,00)</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>totaal 	€	287,42</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt [handelsnaam] q.q. om aan Infomedics tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 153,95, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 152,12 vanaf 17 juni 2020 tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [handelsnaam] q.q. in de kosten van de procedure aan de zijde van Infomedics gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 287,42, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I.R.A. Timmermans-Vermeer en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>type: JEC</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>